Tuur Elzinga, vicevoorzitter van vakbond FNV: „We willen niks beloven en meer waarmaken.”Foto Werry Crone/ HH

Interview

Vicevoorzitter FNV over nieuw pensioenplan: ‘Geen beloftes meer over hoogte uitkering’

Tuur Elzinga Vorig jaar sloten kabinet, vakbonden en werkgevers een pensioenakkoord. Nu zijn er plannen om daarvan af te wijken, zegt FNV-vicevoorzitter Tuur Elzinga. „We willen een pensioen waar niks beloofd wordt en meer waargemaakt.”

Tegenslag op tegenslag ervaren de pensioenonderhandelaars van het kabinet, vakbonden en werkgevers. Vorig jaar juni presenteerden ze trots hun akkoord op hoofdlijnen: pensioenfondsen mogen beleggingswinsten in de toekomst direct uitdelen aan deelnemers, maar na verliezen wordt er ook sneller gekort. De onderhandelaars namen een jaar de tijd om de details uit te werken.

Maar al snel na het akkoord, in augustus 2019, kelderde de rente. Afgelopen maanden zakten ook de beurskoersen in. Pensioenfondsen staan er nu historisch slecht voor, bleek dinsdag uit kwartaalcijfers. Het grootste fonds, ABP, heeft een historisch lage dekkingsgraad van 82 procent.

Wat voor impact heeft dat op de uitwerking van de nieuwe pensioenregels? „Hoe langer deze situatie blijft duren, hoe groter de impact”, zegt Tuur Elzinga, die aan tafel zit namens de grootste vakbond FNV. „Maar tegelijk is het alleen maar urgenter om snel iets te veranderen.”

Er is al tien jaar consensus dat het pensioenstelsel anders moet. Hebben jullie er te lang over gedaan?

„Natuurlijk was het goed geweest om het al eerder te verbeteren. Maar heeft het te lang geduurd? Eerdere voorstellen waren blijkbaar niet goed genoeg, want die hadden te weinig draagvlak.

„Ook de uitwerking kost tijd. Ik snap dat mensen ongeduldig zijn, maar dit is een belangrijke arbeidsvoorwaarde en het inkomen van miljoenen mensen. Dat moet zorgvuldig gebeuren. En bij de uitwerking komen we soms lastige dingen tegen.”

Eind vorig jaar realiseerden vakbonden en werkgevers zich dat die nieuwe pensioenregels net zo kwetsbaar zijn voor rentedalingen als nu. Ze besloten nieuwe pensioenregels te bedenken die afwijken van het pensioenakkoord.

Sinds begin dit jaar werken ze aan die nieuwe pensioenvariant. Daarbij is de rentestand minder relevant. Werknemers wordt niets meer beloofd over hoe hoog hun toekomstige pensioenuitkering wordt. Het pensioenkapitaal dat ze tot nu toe hebben opgebouwd wordt leidend. De toekomstige uitkering wordt alleen nog voorzichtig voorspeld.

Zo worden pensioenfondsen verlost van de ‘rekenrente’. Daarmee moeten ze berekenen hoeveel geld ze nú moeten hebben om hun toekomstbeloftes te garanderen. Hoe lager de rentestand, hoe meer geld ze moeten reserveren. Daardoor zijn de meeste pensioenen al ruim tien jaar niet meer meegestegen met de inflatie.

Lees ook: Sociale partners verkennen nóg onzekerder pensioen

Tot nu toe wilden het kabinet, werkgevers en vakbonden weinig kwijt over deze nieuwe „denkrichting”. Achter de schermen benadrukten ze vooral hoe onzeker deze verkenning is, die afwijkt van het pensioenakkoord. Tegenover NRC laat FNV-vicevoorzitter Elzinga zich er voor het eerst over uit. En hij klinkt juist hoopvol.

Waarom wilt u afwijken van het pensioenakkoord? Waarom moeten de beloftes (‘aanspraken’) over de toekomstige uitkering verdwijnen?

„In het pensioenakkoord hebben we gezegd dat het minder zeker zou worden. Mensen zouden een ‘variabele aanspraak’ krijgen op een toekomstig pensioen. Het zou meer gaan meebewegen met mee- en tegenvallers. Maar toch zullen mensen op dat bedrag blijven rekenen. Hoeveel vertrouwen wek je met een aanspraak die steeds omhoog en naar beneden gaat?

„En pensioenfondsen zouden dan nog steeds moeten berekenen hoeveel geld ze nú moeten hebben om die toekomstige aanspraken uit te keren. En daar zouden ze de lage rekenrente voor moeten blijven gebruiken.

„Daarom willen we niks beloven en méér waarmaken. Er zit genoeg geld in de kassen om een goed pensioen op te bouwen. Maar dat is een verwachting, geen harde zekerheid.”

We willen geen pech- en gelukgeneraties

Tuur Elzinga vicevoorzitter FNV

Is er een kans dat de pensioenregels uit het pensioenakkoord, mét rekenrente, toch weer op tafel komen?

„Alles kan, maar we hebben niet voor niks een oplossing gezocht om daar vanaf te komen. We willen vooral de dóélen uit het pensioenakkoord bereiken, zoals perspectief op een koopkrachtig pensioen. Na de snelle rentedaling van vorige zomer werd duidelijk dat dat heel moeilijk wordt met de techniek die we in het pensioenakkoord hebben gezet.”

Dus het is onwaarschijnlijk dat die variant weer op tafel komt?

„Niks is van tafel. Maar als dit pensioen beter wordt, is het waarschijnlijk dat we hiermee in zee zullen gaan. Als uit de berekeningen blijkt dat dat niet lukt, dan zijn we weer terug bij af. Maar het ziet er hoopgevend uit.”

Er wordt niets meer beloofd. Moeten werknemers dan maar afwachten hoeveel pensioen ze krijgen?

„Het gekke is: nu beloven we een zeker pensioen. Maar in de praktijk valt het tegen. Het is een schijnzekerheid. Straks willen we mensen een zo koopkrachtig mogelijk pensioen geven dat aansluit bij hun verwachting.”

Hoe ziet dat nieuwe pensioen eruit? Zijn dat individuele potjes waar ik duidelijk zie: dit geld is voor mij?

„Nee. We willen het opgebouwde pensioenvermogen wél zichtbaar maken, zoals op een bankrekening. Maar tegelijk moet duidelijk zijn dat je alle risico’s op mee- en tegenvallers deelt met de andere deelnemers in het pensioenfonds.

„In de praktijk wordt het pensioengeld dus nog steeds vanuit één collectieve pot belegd. Zo kunnen we grote individuele tegenvallers voorkomen. We willen geen pech- en gelukgeneraties.”

Lees ook: Geld sparen in een pensioenfonds, hoe slim is dat nog?

Dit klinkt ingewikkeld. Gaan mensen deze pensioenregels begrijpen?

„Dat ligt eraan wat je mensen laat zien. Het meest relevante blijft dat je met 42 jaar werken een goed pensioen kunt opbouwen. Ik denk dat we vooral moeten communiceren wat je toekomstige pensioenuitkering ongeveer wordt. Het bedrag waar je op koerst. Dat is geen harde afspraak, maar een verwachting.”

Bij een collectieve pensioenpot blijft er toch discussie tussen generaties?

„Dat denk ik niet. Die discussie komt nu vooral door de rekenrente. Dat is een uitermate politieke knop: als de rekenrente verandert, schuift er ineens heel veel pensioenkapitaal tussen generaties. Dat maakt de discussie zo giftig en daar zijn we straks vanaf.”