Analyse

Van Dissel onderbouwt het beleid met feiten en twijfel

Wetenschapscommunicatie RIVM-directeur infectieziekten Jaap van Dissel stond premier Rutte bij in de persconferentie. Hoe goed ging deze wetenschapper dat af?

Premier Mark Rutte (VVD) en Jaap van Dissel van het RIVM net na de persconferentie waarin ze dinsdag onder meer meldden dat basisscholen weer opengaan.
Premier Mark Rutte (VVD) en Jaap van Dissel van het RIVM net na de persconferentie waarin ze dinsdag onder meer meldden dat basisscholen weer opengaan. Foto Bart Maat/ANP

Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM, blijft rustig en makkelijk praten. Ook dinsdagavond, als hij – in het begin een beetje zenuwachtig – heel Nederland moet uitleggen waarom in deze fase van de coronacrisis de basisscholen weer open kunnen. Een geloofwaardige wetenschapper zijn voor zo’n groot publiek: hoe doet hij dat?

Van Dissel blijft vooral heel feitelijk. Maar als de wetenschapscommunicatie één ding heeft geleerd de afgelopen decennia – een periode waarin het vertrouwen in de wetenschap is afgebrokkeld – is dat juist de kale feiten minder zwaar gaan wegen als het om morele kwesties gaat. En het gáát hier om zo’n gevoelige kwestie. De basisscholen en het speciaal onderwijs, dat betreft de kinderen. Lopen die echt geen groot gevaar besmet te raken en ernstig ziek te worden? En hoe groot is de kans dat ze toch leraren besmetten? Ouders en leraren zijn bezorgd en Van Dissel somt het ene na het andere onderzoek op dat het besluit onderbouwt.

Dat Van Dissel dan toch geloofwaardig is, is niet vanzelfsprekend. En juist het RIVM zal dat als geen ander weten. De vaccindiscussie van de laatste jaren is er een levend voorbeeld van. Je kunt gooien met feiten wat je wil, maar er blijven mensen die geloven dat er bijvoorbeeld een samenhang is tussen vaccinatie en autisme, hoewel uitstekend onderzoek al lang anders heeft aangetoond. Het RIVM heeft ervan geleerd. Het zoekt nu juist contact met antivaxers, en probeert in gesprek te blijven.

Surrogaatmarker

Zal Van Dissel hierop gebrieft zijn? In zijn toespraak houdt hij het vooral bij de feiten. Ook nu hij voor een breed publiek spreekt, gebruikt hij zelfs af en toe moeilijke woorden. Minder dan tijdens de technische briefings aan Kamerleden, maar het lijkt alsof hij het niet kan laten. ‘Surrogaatmarker’ komt bijvoorbeeld voorbij. Soms gebruikt hij zo’n ongewoon woord, om het meteen daarna uit te leggen: „Sequentie, dus volgorde.” Of: „Een indexgeval, dus het eerste geval.” Hij gebruikt ook graag percentages. Een onderzoek onder veertig huisartsenposten, dat is dus 0,8 procent van het totale aantal. Die precisie geeft hem als wetenschapper gezag. Dat draagt er dan weer aan bij dat je hem gelooft.

Lees ook: Experts en politici lopen elkaar voor de voeten bij de aanpak van het virus

Misschien heeft het er ook mee te maken dat de coronacrisis een collectief probleem is. Maatschappelijke weerstand tegen wetenschap ontstaat vooral als ze mengt met politieke of commerciële belangen. Maar er is nu maar één belang. Samen uit de crisis komen.

Ook voor groot publiek gebruikt Van Dissel moeilijke woorden, zoals ‘surrogaatmarker’

En misschien wel het belangrijkste: Van Dissel blijft ook voorzichtig. Ondanks dat een duidelijk beeld uit de door hem aangehaalde onderzoeken rijst. Ja, het lijkt erop dat kinderen minder vatbaar zijn voor het coronavirus. En als ze er ziek van worden, ja, dan blijven de klachten doorgaans mild. En ja, kinderen dragen het virus minder over op ouderen dan andersom. En tóch is besloten de kinderen niet meteen met z’n allen tegelijk naar de basisschool te laten terugkeren. Eerst de helft van de tijd. Omdat het Outbreak Management Team (OMT), dat Van Dissel voorzit, toch nog twijfels heeft. En er is ook gekeken naar de aanpak van andere, met name Scandinavische, landen. Die beginnen ook voorzichtig.

Deze behoedzame benadering heeft meerdere voordelen. Veel van het virus is nog onbekend. Het is zoals premier Rutte zei: „we varen op zicht”. Het kabinet kijkt maar drie weken vooruit. Mocht het virus zich toch weer sneller verspreiden dan gedacht, dan is het vanuit de voorzichtige aanpak makkelijker om terug te keren naar de oude situatie. En: de voorzichtigheid toont belangrijke sympathie met bezorgde leraren en ouders.

Lees ook: Alleen de jongsten terug naar normaal

Waar Van Dissel nauwelijks op inging, is het test- en traceerbeleid. Als voorwaarden voor versoepeling van de lockdown noemt het OMT steeds vijf dingen. Onder meer moet het zorgsysteem niet overvraagd zijn, kwetsbare mensen moeten beschermd blijven, én er moet „voldoende capaciteit zijn voor bron- en contactopsporing”. Voor dat laatste moeten er veel meer mensen getest kunnen worden als ze klachten hebben. En als iemand positief test, moeten andere mensen die de afgelopen weken contact hebben gehad met deze persoon, meteen worden ingelicht. Daarbij spelen traceerapps een rol. Maar de uitbreiding van de testcapaciteit gaat minder snel dan beloofd. En de traceerapps stuiten op allerlei bezwaren.

Het is jammer dat Van Dissel niet ook nog uit de doeken deed hoe het OMT dat voor zich ziet de komende weken. Zijn er wel voldoende test- en traceermogelijkheden als de basisscholen straks, op 11 mei, weer opengaan?