Opinie

Om over de schreef te kunnen gaan, moet je jezelf overtuigen

Deze pandemie vindt haar oorsprong in dieren, maar dierenwelzijn speelt desondanks maar een geringe rol. De Veiligheidscolumn, door onderzoeker Janine Janssen, over de mens en zijn kortetermijnbelang.
14 april - een klant koopt geslacht wild bij een daarin gespecialiseerde slagersstal in Bangkok, Thailand.
14 april - een klant koopt geslacht wild bij een daarin gespecialiseerde slagersstal in Bangkok, Thailand. Mladen Antonov / AFP

De coronacrisis roept existentiële vragen op. Nu we allemaal teruggeworpen zijn op de eigen vierkante meters die we thuis noemen, realiseren we ons wat we aan sociale contacten missen en hoe belangrijk die zijn. Wie zijn we nog in het ‘nieuwe normaal’ van de anderhalvemetersamenleving?

Ook voedt het virus zorgen en wellicht ook angsten over het behoud van eigen lijf en leden en die van dierbaren. Dat gepieker over het eigen (over)leven breidt zich inmiddels ook uit naar onze leefomgeving. Dat zet de groene criminoloog met een grote belangstelling voor dierenwelzijn in mij op scherp. Naar het schijnt komt al het goede in drieën. Ik kom dan ook tot een drietal observaties.

●●●●

In de eerste plaats valt mij in het denken over omgang met de natuur telkens weer op dat het belang van mensen prevaleert. Ook als het gaat om maatrelen waarbij dieren baat hebben. Zo presenteerde het Wereld Natuur Fonds onlangs de resultaten van een enquête onder de bevolking van Hongkong, Japan, Myanmar, Thailand en Vietnam. Bijna acht op de tien ondervraagden waren van mening dat het sluiten van de beruchte dierenmarkten in dit deel van de wereld een effectieve bijdrage zou leveren aan de bestrijding van het coronavirus.

Niet kopen

Mensen waren bereid dit beleid te ondersteunen door geen wildlifeproducten te eten en ook anderen te stimuleren om dergelijke producten niet te kopen en/of te eten. Iets meer dan de helft van de respondenten was bereid om informatie te delen over campagnes en nieuws omtrent dit beleid en bijna de helft zou dat ook doen voor nieuwtjes over het beschermen van wildlife.

In eerste aanleg is het natuurlijk goed nieuws dat de bevolking bereid is om afstand te nemen van deze dierenmarkten. Die neiging tot verandering lijkt echter vooral te zijn ingegeven door angst voor de ellende die het coronavirus met zich meebrengt. Ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat dierenwelzijn van ondergeschikt belang is.

●●●●●

In de tweede plaats merk ik dat het voor velen toch lastig blijft om mensen ook als dieren te zien. Dat vind ik zo fascinerend in alle berichten die ons nu bereiken over zoönosen, infecties die door dieren op mensen overgebracht kunnen worden. Het coronavirus is daar een inmiddels berucht voorbeeld van. Natuurlijk juich ik toe dat onderzocht wordt hoe een virus zich verspreidt en tot op welke hoogte intersoortelijk contact en overdracht daarbij een rol speelt. En ik snap dat we aandacht hebben voor kwetsbaarheden bij onze eigen soort.

Maar dat neemt niet weg dat die zorg en de behandeling daarvan in het publieke debat toch ook iets uitdrukt van de diep gevoelde superioriteit en verhevenheid van de mens. Ik zou zeggen, zie mijn zojuist gemaakte punt over de dierenmarkten. I rest my case.

Terugkerend onheil

Menig lezer zal nu denken: ‘waar maak je je druk om, fijn dat die beesten meeliften op nieuw beleid, maar in een crisis is er echt geen tijd en ruimte voor Prinzipienreiterei’. Toch zit er in die systematische achterstelling van de relevantie en welzijn van andere soorten een bron van steeds terugkerend onheil.

Met dat speciësisme – het centraal stellen van de mens en menselijke belangen – rijden we onszelf steeds weer in de wielen. De gedachte dat de aarde om ons draait en het niet onder ogen willen zien dat we onderdeel van een complex ecosysteem zijn ondermijnen onze eigen toekomst. Terwijl ik dit schrijf, moet ik mijn laatste uitspraak toch onmiddellijk nuanceren met een belangrijk inzicht uit de klassieke criminologie.

●●●●●

En dat brengt mij bij mijn derde punt. In de jaren vijftig van de vorige eeuw kwamen de criminologen Gresham M. Sykes en David Matza op de proppen met hun theorie over ‘neutralisatietechnieken’. Achterliggende gedachte is dat delinquenten vaak verdraaid goed weten, dat hun gedrag niet door de beugel kan.

Om toch over de schreef te kunnen gaan, moeten zij als het ware bij zichzelf een drempel overwinnen en hun geweten in slaap sussen. Dat kan door een beroep te doen op een neutralisatietechniek. Het beroemde duo heeft er vijf onderscheiden die mijns inziens ook van toepassing zijn op ons weinig verantwoordelijke gedrag waar het de omgang met de aarde en al het leven daarop betreft.

Ontkennen

Ik loop ze kort langs.

1) Het ontkennen van eigen verantwoordelijkheid: milieuproblemen zijn zo groot, wat ik doe heeft daarop echt geen invloed, dus ik consumeer – inmiddels online – vrolijk verder;

2) het ontkennen van schade of nadeel en

3) het ontkennen van een slachtoffer: tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd veel groene criminaliteit nog onder de noemer victimless crime geschaard. Daar is nu gelukkig verandering in gekomen, maar wie zich in slaap wil wiegen met de gedachte dat de natuurlijke omgeving er alleen als decor voor mensen is, moet vooral blijven ontkennen dat er ook andere dan menselijke slachtoffers zijn;

4) veroordeling van de veroordelaars: de overheid kan nu wel willen dat we overstappen op duurzame energie, maar politici hebben zelf boter op hun hoofd met hun stimulering van Schiphol en andere grote bedrijven;

5) het beroep op een hogere loyaliteit.

Destructief

Hier kan ik kort over zijn: it’s the economy, stupid. Nu ik door de zelfquarantaine meer met mijn eigen gedachten alleen ben, bekruipt mij het akelige gevoel dat de meesten onder ons en wellicht zelfs niet nader te noemen presidenten als Donald T. en Jair B. ergens ook wel weten hoe destructief hun handelen op groen gebied is én in de omgang met het vermaledijde coronavirus. Een beetje lezer moet in zijn redeneringen toch zo een aantal van die neutralisatietechnieken kunnen herkennen.

Ik hoop dat ik geen gelijk heb, want als dat wel zo zou zijn, dan betekent dat dat de korte termijn prevaleert. Het zal mijn tijd wel duren, of, vrij naar madame de Pompadour: na ons de zondvloed. In het hier en nu is het al moeilijk om solidair te zijn met medemensen en andere soorten, laat staan met diegenen die nog geboren moeten worden.

De Veiligheidscolumn wordt geschreven door deskundigen uit de politiewereld. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de nationale politie. Lector Veiligheid in afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool en bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.