Na de boom wacht Texas nu een bust

Amerikaanse energiesector Dit jaar verwachtte de met schulden overladen olie- en gassector van Texas al veel faillissementen. De klap lijkt nog veel groter te worden.

Olietankers bij Mentone, Texas
Olietankers bij Mentone, Texas Foto Angus Mordant/Reuters

Het was eind november het gesprek van de dag in Houston: een nieuw restaurant in de Amerikaanse oliehoofdstad had een bord fajitas van 400 dollar op de menukaart staan. Het decadente Tex-Mex gerecht – reepjes wagyu-rund bespikkeld met vlokjes bladgoud – kon toen al gezien worden als teken van overmoed. Zo goed ging het in 2019 namelijk al niet met de Texaanse energiesector. Veel bedrijven bleven slechts overeind door zich dieper in de schulden te steken. En dan moest de grote coronacrisis nog uitbreken.

Texanen zijn gewend aan een boom and bust-economie. Maar de klap die de olie- en schaliegassector nu krijgen, kan nog lang nagalmen. Door corona is de wereldwijde behoefte aan olie ingestort. Tegelijkertijd blijven de VS volop oppompen. Die combinatie leidde maandag tot een unieke, negatieve prijs voor een vat West Texas Intermediate. Deze structurele onevenwichtigheid – lage vraag bij overproductie – kan de Amerikaanse energiesector tot ver in 2021 plagen.

Nu Amerikanen massaal thuiszitten en miljoenen werkloos zijn geraakt, produceren de VS elke dag circa 2 miljoen vaten te veel, schatten analisten. Olie die stilvallende raffinaderijen niet meer nodig hebben en die terminals op termijn niet allemaal kunnen opslaan. Onrust over die olieplas leidde tot de min-prijs: handelaren wilden betalen voor opslag.

Extra opslagcapaciteit is niet zomaar gevonden. President Trump zei maandag dat hij wil kijken of de Strategische Oliereserves gevuld kunnen worden met 75 miljoen vaten overschietende olie. Die zitten dan tot de nok vol en het Congres moet er geld voor willen vrijmaken. Maar voor het redden van de fossiele sector leeft bij Democraten, die in het Huis de macht hebben, weinig enthousiasme, bleek vorige maand al bij het opstellen van het steunpakket van 2.000 miljard dollar.

Om de disbalans op de Amerikaanse markt te verkleinen, zijn geen snelle oplossingen. De vraag naar brandstof neemt pas weer toe, zodra de consumptie aantrekt. In de Texaanse hoofdstad Austin betoogden zaterdag tientallen mensen voor het opengooien van de staat met leuzen als ‘Laat ons werken’. Een handjevol staten is al begonnen coronamaatregelen af te bouwen, maar het grootste deel van het land zit nog wel even op slot.

De productie zal kortom fors moeten dalen. Een overlegorgaan van Texaanse oliebedrijven ging dinsdag bespreken om productie verplicht te verlagen. Voor 2020 werd al een golf aan faillissementen in de sector verwacht. Die trend zal zich bij deze lage prijzen versnellen. Alleen al in Houston werkt een kwart miljoen mensen in gas of olie en ongeveer een derde van de economie is ervan afhankelijk. Dit wordt geen tijd voor fajitas van 400 dollar, sombert Texas Monthly al in zijn meinummer.

Een andere optie is invoertarieven op buitenlandse olie of andere landen vragen minder te produceren. Sinds enkele jaren zijn de VS echter zelf de grootste energieproducent ter wereld, vooral dankzij fracking (schaliegas). Tegelijkertijd voert het land nog wel olie in, omdat raffinaderijen ingesteld zijn op buitenlandse olie.

Het ministerie voor Energie voorspelde begin 2019 dat de VS dit jaar zelfvoorzienend zouden zijn door (voor het eerst sinds 1953) meer uit te voeren dan te importeren. Dat maakt ons onafhankelijk van het Midden-Oosten en Venezuela, juichte Trump in februari in zijn State of the Union.

Goedkoop tanken

Voor Trump is de energiecrash een tegenslag. Vorige week bemiddelde hij actief bij een moeizaam bereikt akkoord tussen olieproducerende landen. Deze „geweldige deal voor allen” had een bodem in de markt moeten leggen door de productie te verlagen. Maandag viel die bodem er alweer op spectaculaire wijze uit.

Dat merken Amerikanen ook aan de pomp. En in elk ander verkiezingsjaar zou dat geweldig nieuws zijn voor een zittende president. De gemiddelde benzineprijs in hét autoland bij uitstek is in een jaar tijd met meer dan een dollar gedaald tot minder dan 1,49 per gallon (3,8 liter), meldde vorige week de AAA, de Amerikaanse ANWB.

Normaal zouden automobilisten daar blij van worden. „Maar vandaag de dag dalen de prijzen, omdat bijna niemand nog rijdt”, stelde Jim Burkhard, vicepresident van marktanalist IHS Markit, tegen persbureau AP. „Het is moeilijk van deze benzineprijs te profiteren als je niet kunt rijden. Er wint niemand bij de huidige situatie.”

Lees ook dit stuk over de instorting van de Amerikaanse olieprijs