Legergroene uniformen en soldatenkistjes tussen witte jassen

Covid-19 beïnvloedt het dagelijks leven. Kolonel Jeroen Hulst helpt ziekenhuizen met de opvang van coronapatiënten.

Medisch personeel van Defensie begin april in het UMC Utrecht.
Medisch personeel van Defensie begin april in het UMC Utrecht. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Met zijn legergroene uniform en soldatenkistjes is kolonel Jeroen Hulst een opvallende verschijning in de gangen van Medisch Spectrum Twente (MST). Patiënten en verplegers in witte jassen lopen zacht fluisterend voorbij. De man-in-het-groen spoedt zich naar een werkoverleg met mede-militairen en de HR-afdeling van het ziekenhuis, achterin het gebouw.

Daar buitelen de vragen over elkaar heen. Hoe gaat het met de zeventien militair verpleegkundigen die het MST bijstaan om de golf aan coronapatiënten op te vangen? Termen als reanimatie en chirurgie worden afgewisseld met militaire als boots on the ground en battle captain.

De personeelsmanager van het ziekenhuis schenkt koffie bij voor de zes aanwezige militairen, deels gestoken in witte jassen van verpleegkundigen. Ze is blij met de militaire bijstand. „In praktische zin kunnen we veel van jullie leren”, zegt ze. „Jullie hebben aan een grassprietje genoeg om iemand te verbinden. Wij vragen eerst naar de protocollen.”

Kriskras door het land

Ruim vier weken geleden veranderde het leven van de hoge militair drastisch. Tot dan toe was Hulst commandant van het Opleidingscentrum in Hilversum. Dat leidt militairen op voor medische taken tijdens missies in het buitenland. Vanaf begin maart moest hij ineens kriskras door het land reizen, toen hij de militaire bijstand aan de opvang van coronapatiënten in ziekenhuizen in goede banen ging leiden.

Samen met zijn planners zette Hulst in het Erasmus MC te Rotterdam het Landelijke Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding op. In Urmond verrees een zorghotel, in Heerde kreeg een verzorgingstehuis militaire bijstand. Inmiddels werken er in zo’n twintig zorginstellingen militairen in witte jassen.

Wie het zo druk heeft, moet zijn tijd efficiënt indelen. Op weg naar het werkoverleg in het MST laat Hulst zich alvast bijpraten door een van ‘zijn’ verpleegkundigen. Mark, die op de hartafdeling bijstand verleent, rapporteert dat het bij hem relatief rustig is. Zeker in vergelijking met collega’s in verzorgingstehuizen. Veel besmettingen daar, een hoog ziekteverzuim onder verplegend personeel, aangrijpende verhalen van militairen die een eenzame, demente vrouw begeleiden tot haar „laatste adem”.

Is dat geen nieuw „front” in de oorlog tegen corona, vraagt Mark zich af. Hulst knikt en belooft erop terug te komen. Maar zijn beslissingsruimte is te beperkt, zegt hij even later. „We zijn hier op verzoek ondersteunend en dienend bezig”, zegt hij. „Anderen stellen de prioriteiten”.

Voor de boots on the ground betekent de nieuwe werkomgeving dat ze zich soms moeten aanpassen. Mark: „Toen we hier in Enschede iemand in sneltreinvaart moesten reanimeren, zei ik na afloop: zullen we niet even met het team napraten? Wat ging goed? Wat minder? Maar daar was op dat moment geen tijd voor. We moesten meteen verder. Nou, daar leg ik me dan bij neer.”