Hoge Raad: arts mag euthanasie uitvoeren bij diepe dementie

Het is voor het eerst sinds de invoering van de Euthanasiewet, in 2002, dat de Hoge Raad zich rechtstreeks over de uitleg van de wet uitspreekt.
Naar de uitspraak van de Hoge Raad is door artsen lang uitgekeken.
Naar de uitspraak van de Hoge Raad is door artsen lang uitgekeken. Foto NRC.

Een arts mag op basis van een schriftelijke wilsverklaring euthanasie uitvoeren bij iemand met diepe dementie. Dit kan ook in een situatie waarin de patiënt de wens voor euthanasie niet meer zelf kan bevestigen. Dat heeft de Hoge Raad dinsdag geoordeeld in een langverwacht arrest over euthanasie bij dementie.

Voorzitter Willem van Schendel van de Hoge Raad zei in een toelichting op de uitspraak dat de arts bij een diep demente patiënt niet altijd meer hoeft te proberen om de wens tot euthanasie mondeling bevestigd te krijgen. Als de arts op basis van onderzoek naar de wilsverklaring tot de conclusie komt dat iemand uitzichtloos en ondraaglijk lijdt en zo niet meer verder had willen leven, is het uitvoeren van de euthanasie niet strafbaar. Daarbij is het volgens de Hoge Raad wel van belang dat er aan alle zorgvuldigheidseisen uit de euthanasiewet is voldaan. Zo moet in de wilsverklaring onder meer specifiek staan dat de patiënt euthanasie wil als diegene „als gevolg van voortgeschreden dementie zijn wil niet meer kan uiten”. Ook moeten twee onafhankelijke artsen, in plaats van de gebruikelijke één, de beslissing van de arts over de euthanasie beoordelen.

Het is voor het eerst sinds de invoering van de Euthanasiewet, in 2002, dat de Hoge Raad zich rechtstreeks over de uitleg van de wet uitspreekt. Dit is het gevolg van de strafrechtelijke vervolging van een Haagse verpleeghuisarts die een euthanasie uitvoerde bij een vrouw met diepe dementie.

De vrouw had eerder een schriftelijke wilsverklaring opgesteld, waarna de arts in overleg met de familie besloot om de euthanasie door te zetten zonder hierover nog met de demente vrouw te communiceren. Het Openbaar Ministerie, dat de wet op dit punt onduidelijk vond, klaagde de verpleeghuisarts aan voor moord. Ze werd vorig jaar ontslagen van rechtsvervolging. De Hoge Raad vindt dat de rechtbank „in haar beoordeling geen fouten heeft gemaakt”.

Arrest belangrijk voor toekomst euthanasiepraktijk

Om toch duidelijkheid over de reikwijdte van de Euthanasiewet te krijgen, ging het OM niet in hoger beroep tegen de arts, maar stapte het direct naar de Hoge Raad. Dit heet ‘cassatie in belang der wet’. Hierdoor heeft de uitspraak van dinsdag geen gevolgen meer voor de betrokken arts. Wel is deze van groot belang voor de manier waarop rechters in toekomstige zaken de euthanasiewet moeten interpreteren. Artsen hebben het oordeel van de Hoge Raad met spanning afgewacht, om te kijken hoeveel ruimte zij hebben om bij mensen met dementie tot euthanasie over te gaan.

Het oordeel dat de Hoge Raad deze dinsdag geeft komt niet onverwacht. Eind vorig jaar stelde de onafhankelijke procureur-generaal al in een advies aan de Hoge Raad dat iemand met diepe dementie zijn of haar wilsverklaring niet altijd meer hoeft te bevestigen. „Als de arts tot de conclusie komt dat dit zinloos is en onnodig belastend voor de patiënt, moet dit medisch-professionele oordeel in beginsel gerespecteerd worden door de rechter”, schreef procureur-generaal Jos Silvis toen.

Euthanasie bij mensen met diepe dementie komt in de praktijk niet heel veel voor, omdat veel artsen het moeilijk vinden eraan mee te werken. Uit de vorige week gepubliceerde jaarcijfers van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie blijkt dat er vorig jaar twee van dit soort meldingen van euthanasie zijn gedaan. In beide gevallen oordeelde de toetsingscommissies dat de betrokken arts zorgvuldig had gehandeld.

Expertisecentrum Euthanasie: stap vooruit

De twee gevallen werden uitgevoerd door artsen die werken voor het Expertisecentrum Euthanasie, dat mensen met een complex euthanasieverzoek begeleidt. Directeur Steven Pleiter noemt de uitspraak van de Hoge Raad „een stap vooruit voor mensen met de diagnose dementie en een euthanasiewens”. Pleiter zegt dat „uiterste behoedzaamheid” bij wilsonbekwame patiënten geboden blijft, maar zegt ook: „Met deze uitspraak hoeven artsen minder schroom te hebben: met een zorgvuldige werkwijze kun je diep demente mensen op basis van een wilsverklaring wel degelijk helpen.”

Artsenfederatie KNMG zegt dat „meer juridische duidelijkheid” de dilemma’s rond euthanasie bij dementie niet wegneemt. „Nog steeds moet een arts bij ieder verzoek om levensbeëindiging een individuele afweging maken of euthanasie passend is”, zegt voorzitter René Heman. „Artsen handelen daarbij volgens de professionele normen en varen ook op hun eigen morele kompas. De eigen afweging van de arts is en blijft erg belangrijk.”