Hoe houd je je collega’s op anderhalve meter?

Japke-d. denkt mee

Veel knoflook eten, IKEA-looproutes en op zondagen naar kantoor: dit zijn de beste tips voor een coronavrije werkplek, denkt
Illustratie Tomas Schats

Ik leg deze week meteen maar even de hamvraag op tafel, en dat is de vraag hoe we onze collega’s op anderhalve meter afstand gaan houden. Als we straks mogelijk ooit weer voorzichtig naar kantoor gaan, moeten we dat wel weten.

Ik dacht zelf meteen aan veel knoflook eten, een week niet douchen en kleren niet meer wassen – ik ken collega’s die daar al jaren prima resultaten mee boeken. Maar ik vrees dat er op de langere termijn toch iets meer nodig is.

Jullie hebben er nog niet echt over nagedacht, zo merkte ik toen ik vorige week vroeg hoe het ‘anderhalvemeterkantoor’ eruit moet zien – ik kreeg een stuk minder reacties dan normaal. Daar stond tegenover dat de ideeën die ik wél kreeg, van zeer hoge kwaliteit waren.

Zoals het idee van een collega om de redactie van NRC – en al die andere bedrijven in de drukke binnensteden – te laten verhuizen naar leegstaande loodsen in weilanden, omdat je in de binnenstad tegen veeeeel te veel mensen oploopt. „We zullen een hangar van de KLM moeten overnemen”, schreef ze, „en daar de bureaus in een eindexamenopstelling neerzetten”.

Er moeten ook veel meer wandjes komen op kantoor, schreven lezers. Dit is hét moment om niet alleen van de lawaaiterreur van de open kantoortuinen af te komen, maar ook om alle virussen die er rondgieren te stoppen. Verder hebben we grotere bureaus nodig. Denk aan ‘boardroomtafels’ waar de ene collega aan het ene hoofd, en de andere aan de andere kant zit.

We kunnen ook niet meer met de lift, tenzij we met persluchtmaskers gaan werken, maar dat lijkt me niet heel realistisch. Ik vrees dus dat we alle hogere verdiepingen moeten sluiten. Misschien kunnen we daar gaan wonen – lekker dichtbij kantoor – en als we dan van de trappen afdalen naar ons werk, hebben we meteen een ommetje.

Vergaderen kan straks ook niet meer: veel te onveilig, al die mensen in zo’n hok. Gelukkig wist iedereen al dat vergaderen tijdverspilling is. ‘Hands-on types’ moeten zich maar op andere manieren profileren.

Hands-on is sowieso niet meer toegestaan op kantoor, dat wordt ‘hands-off’. Voor knoppen en deuren krijgen we namelijk stemherkenning. Dat je een wind laat en dat de deuren dan openzwaaien, bijvoorbeeld. Of dat je tegen de wc roept: ‘spoel maar ff extra door, want ik heb gisteren Indiaas gegeten’ - je blijft met je tengels van die vieze knoppen af. Ik verwacht ook veel van gezichtsherkenning. Dat de koffieautomaat meteen aan je gezicht ziet dat je een dubbele espresso nodig hebt, of een bloody mary bij een kater. Dat hoef je dan niet meer in te toetsen - superpraktisch.

Er komt ook éénrichtingsverkeer – van die IKEA-looproutes met pijlen op de grond met hier en daar een doorsteek naar het toilet. Daar gaan we trouwens roosters voor maken, voor de toiletten – wie wanneer mag en hoelang. Als het te krap wordt vrees ik dat we over incontinentiemateriaal moeten gaan nadenken.

Maar de grootste aanpassing vergt, vrees ik, de planning wie wanneer naar kantoor komt en wie niet – allemaal tegelijk kan niet meer. Alleen de mensen die er écht iets te zoeken hebben mogen komen, de rest blijft thuis.

We gaan sowieso veel meer thuiswerken, of op locatie dichter bij huis. Twee of drie dagen per week op kantoor is echt meer dan genoeg. Verder komen we per toerbeurt naar kantoor. De programmeurs bijvoorbeeld ’s nachts, met pizzadozen, als ze dat willen; de ouders van tien tot twee en de singles van vier tot tien ’s avonds.

We zullen ook meer moeten spreiden: af en toe op zaterdagen en zondagen werken bijvoorbeeld, maar vooral op woensdagen en vrijdagen. Veel mensen weten dat niet, maar dat zijn ook gewoon werkdagen. Dat de kinderen dan vrij zijn is geen excuus, sterker nog: die zijn straks zó blij dat ze weer naar school mogen, dat ze amper meer thuis zullen zijn.

Weet je wat, ik deel hier anders meteen even mijn eigen revolutionaire, nieuwe kantoorconcept. Dat is het ‘Japke-d. werkcafé’.

Het is het idee dat kantoor er niet is om te werken, maar om collega’s te ontmoeten, als in een gezellig café waar je over nieuwe ideeën hoort. En dat als er écht gewerkt moet worden, je naar huis gaat. Als je dat slim doet heb je straks zelfs helemaal geen kantoorruimte meer nodig.

Want zo’n werkcafé kun je ook in een museum vestigen, in een galerie, een Nutellawinkel, congrescentrum, hotel of restaurant – dan hebben die ondernemers ook meteen weer inkomsten. De kantoren bouwen we om tot woonruimte.

Ik hoor mensen weleens zeggen dat ze ‘sterker uit deze crisis komen’. Daar mag je een emmer verf overheen gooien, want niemand komt sterker uit deze crisis, behalve de Albert Heijn en de bouwmarkten. Maar het is natuurlijk niet verboden om op zoek te gaan naar de lichtpuntjes.

Fijnere werkplekken bijvoorbeeld. Minder files, minder in de trein, geen neuspeuterende collega’s meer, minder kantoorstress en meer je eigen tijd kunnen indelen.

Wie zegt dat het einde van de kantoortuin geen mooi nieuw begin zou mogen zijn?

Hoe was jouw week? Tips via @Japked op Twitter.

-

Dit waren de Jeuktweets van de week

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.