Het is pas humor als het gevaarlijk wordt

De woede achter de humor Veel komedies grenzen aan tragedies: woede, wreedheid, frustratie, dood en andere taboes blijken uitstekende stof voor grappen die gaan over het ongemak van het leven.

Adam Sandler speelt in ‘Uncut Gems’ een juwelier die door een gokverslaving altijd op de grens van bankroet zweeft.
Adam Sandler speelt in ‘Uncut Gems’ een juwelier die door een gokverslaving altijd op de grens van bankroet zweeft. Foto Netflix

‘Alle humor begint met woede”, zei tv-komiek Jerry Seinfeld ooit. „Ik heb je nog nooit boos gezien”, zegt Jerry’s vriendin Patty daarentegen tegen hem in ‘The Serenity Now’ (1997), een aflevering uit het laatste seizoen van de populaire sitcom Seinfeld. „Je onderdrukt je gevoelens.”

Voor Seinfelds flegmatieke alter-ego reden om te proberen zich meer te uiten, met alle onhandigheid en misverstanden van dien. Een huwelijksaanzoek ontaardt in chaos, de nieuwe, assertieve Jerry krijgt lik op stuk.

Als je zonder de dialogen te beluisteren alleen naar het gezicht van Seinfeld kijkt tijdens deze scènes dan is daarop een hoop te zien wat niet in tekst of situatie wordt uitgedrukt. Passieve agressie is er een van, vermomd als verbazing of gelatenheid. Bij Seinfeld weet je nooit helemaal zeker of er ergens in zijn uitgestreken gezicht een sprankje van een lach opduikt, ironie als zenuwtrek. Het gezicht van de komiek is de röntgenfoto van zijn ziel. Seinfelds hulpeloze schlemieligheid is een vermomming voor een fundamenteel existentieel ongemak. Heel vaak zijn zijn grappen daarom bijna niet meer om te lachen.

De beste komische personages weten natuurlijk niet dat ze zich in grappige, bizarre of absurde situaties bevinden. Voor hen is het bittere ernst. Aan het einde van zijn leven trad stille film-komiek Buster Keaton met groot succes op in een aflevering van Candid Camera. Onherkenbaar zit hij aan de counter van een diner een kopje soep te eten. Maar Buster Keaton zou Buster Keaton niet zijn als daar niet de complete inhoud van een pepervaatje, een horloge en zelfs een toupet in zouden vallen. Is het voor hem de gewoonste zaak van de wereld? Of wil hij zich niet laten kennen? Voor de andere gasten is het gênant: ze willen misschien wel lachen, maar voelen zich beschroomd dat ten koste van die arme oude man te doen. Zo wordt een schijnbaar onschuldige slapstickroutine, die Keaton zijn hele leven had geperfectioneerd, een pijnlijke aanval op onuitgesproken sociale normen, en neemt Keaton een loopje met wat bijna een overlevingsmechanisme kan worden genoemd: onze neiging om tragisch-absurde situaties weg te lachen. De nerveuze giechel die als een snik aan je keelgat ontsnapt.

Is humor in de 21ste eeuw gemener en wreder geworden? Je zou het soms denken als je het afmeet aan het succes van sarcastische stand-up comedy die taboe na taboe slecht, van de tegendraadse, schofterige en rolomdraaiende ‘vrouwenkomedies’ Bridesmaids (2011), Bachelorette (2012) of Bad Moms (2016), aan de zoveel seconden vertraging bij de live-uitzendingen van de Golden Globes voor het geval presentator Ricky Gervais broodheer Hollywood te zeer de maat neemt.

Een van de beste komedies van het afgelopen jaar, Uncut Gems van de gebroeders Benny en Josh Safdie, momenteel te zien op Netflix, is misschien wel helemaal geen komedie. De streaminggigant schaart hem onder het kopje ‘Misdaad’, net als de Internet Movie Database IMDb. Ik noem het geen komedie omdat komiek Adam Sandler er de hoofdrol in speelt, dat zou te makkelijk zijn.

Sandler speelt in Uncut Gems een juwelier in het New Yorkse Diamond District die altijd op de grens van bankroet zweeft. Hij is een gokker, de enorme hoeveelheden geld en edelstenen die er door zijn handen gaan dienen alleen maar om de schulden af te lossen die hij in afwachting van zijn grote klapper maakt. Het ene gat dient om het andere te vullen. Het is zowel een tragische als een absurde situatie, hij is een hebzuchtige Sisyfus die elke dag zijn opaalsteen de berg oprolt, een absurde held van het laat-kapitalisme en dat maakt de humor van de situatie schrijnend en pijnlijk. Net als Buster Keaton met zijn soep weet Sandlers Howard Ratner ook niet dat zijn stugge, of in zijn geval beter en opgefokte doorhaasten het effect heeft van een clown die in zijn routine is vastgelopen. Hij is Charlie Chaplins lopendebandarbeider in Modern Times (1936) die het tempo van een uit de bocht gevlogen (productie)proces niet meer bij kan benen.

Sandler, maar ook de personages in de films van Jacques Tati, Jerry Lewis of Alex van Warmerdam (allemaal ‘komieken’ die ook bij voorkeur zelf de hoofdrollen in hun eigen films spelen) zijn niet grappig omdat ze iemand met een geintje willen opbeuren. De genres waar deze komieken zich van bedienen lopen nogal uiteen. Lewis was een elastische bekkentrekker, iemand die onder zijn clowneske gezicht een zwarte pierrot verborg en die in livesituaties ongemeen sardonisch uit de hoek kon komen. Van Warmerdam heeft de zwarte komedie geperfectioneerd tot een vaak subliem spervuur van wreedheid, onderdrukt geweld en hatelijkheden. En zelfs in de uiterst correcte Mr. Hulot schuilt altijd een echo van verbetenheid. In het gemoedelijke Les vacances de Mr. Hulot (1953) zit een tennisscène die je het gevoel geeft dat Tati een dodelijk partijtje met betonnen ballen speelt.

Humor wordt pas humor als het gevaarlijk wordt. Als er iets op het spel staat. Naast de Domme August staat de Boze Witte Clown.