Opinie

Het is niet de technologie waar het om draait bij apps

Maxim Februari

Onderweg ergens gelezen, en gefotografeerd: „Vrolijk Fit op donderdagochtend gaat tot nader order niet door.”

Alsof dat nog niet erg genoeg is, gaat Vrolijk Fit vandaag op deze plek ook niet door. Ik was wel van plan iets kwieks te schrijven, maar bleef hangen in de post en heb me eerlijk gezegd nog niet weten los te rukken. Allemaal uiterst belangrijke berichten krijg ik, die eigenlijk bedoeld zijn voor het kabinet, maar die kennelijk eerst nog langs mij moeten. Laat ik dus maar gauw de brievenbus leeg schudden.

De berichten gaan over corona-apps, een deel ervan is simpel en kent u vast wel. Er zijn een paar app-benaderingen waarover zelfs zeer kritische, internationale experts tevreden zijn. Zoals het protocol van ‘DP-3T’, of andersoortige oplossingen onder de paraplu van ‘PEPP-PT’. Kat in het bakkie, zou ik denken als ik het kabinet was, laten we ons daarop concentreren. Helaas. Het kabinet trommelt niet de serieuze consortia van onderzoekers op, maar vage commerciële clubjes die dan iets onduidelijks mompelen over bluetooth.

Het riekt naar ‘onbehoorlijk bestuur’, zegt IT-specialist Brenno de Winter in NRC. En inderdaad, het is een chaotisch proces, het gaat meteen al mis, verloren tijd, weggegooid geld.

Enfin, tot zover de gebruikelijke actualiteiten. Interessanter is de rest van de post, die gaat over de toekomst van dit soort toepassingen. Want deze corona-apps zijn een kleine repetitie voor wat de komende jaren staat te gebeuren. Wat zijn de belangrijkste inzichten?

Het belangrijkste is dit. Bij technologische oplossingen voor maatschappelijke problemen draait het nooit om technologie. Wie alleen maar bluetooth mompelt, is af. Techniek en omgeving beïnvloeden elkaar namelijk over en weer. Zo’n corona-app is afhankelijk van medische diagnoses en testcapaciteit, van het maatschappelijke doel, het maatschappelijk gedrag van gebruikers en de wens tot bescherming van grondrechten. Andersom wordt het dagelijks leven gevormd door de app – en hoe valt niet te voorspellen.

Leiden valse meldingen straks misschien tot paniek? Leiden juiste meldingen tot stigmatisering? Wraak op de mogelijke besmettingsbron? Maken de apps burgers nonchalant? Krijgen mensen schade vergoed als ze ten onrechte in quarantaine zijn gegaan? Komt medische informatie terecht in niet-medische dossiers? Software moet niet alleen kunnen draaien op de technische infrastructuur, maar moet tegelijkertijd zijn ingebed in de sociale, sociaal-psychologische, juridische, medische, bestuurlijke context. Dat vraagt om sophisticated ontwerp. En weloverwogen gebruik. Of niet-gebruik.

Het draait dus bij technologische oplossingen voor maatschappelijke problemen niet om technologie. Bij informatietechnologie gaat het ook niet allereerst om informatie. Data en informatie bestaan niet los van een context: je zult eerst het doel moeten bepalen om te weten of je voor dat doel überhaupt informatie nodig hebt. Niet alle problemen zijn immers informatieproblemen. Heb je wel data nodig, vraag dan welke data, om wat te bewerkstelligen. Pas dan krijgen data vorm en betekenis.

Zie je dit over het hoofd, snap je dit niet, denk je niet na over sturen met data, dan gebruik je oude gegevens al snel buiten de oorspronkelijke context en voor een nieuw doel. Medische informatie, bijvoorbeeld, voor opsporing van fraude. Function creep heet dat. Ten eerste: dat gebeurt, ook als het niet mag. De elektronische patiëntendossiers worden op dit moment volop gebruikt voor een nieuw doel, inzage krijgen in de pandemie, ook als patiënten geen toestemming hebben gegeven voor inzage.

Ten tweede: het gebruik van data buiten de context maakt de samenleving onveilig. Het leidt bijvoorbeeld tot de veelbesproken surveillancestaat.

Ten derde: in de nieuwe context heb je meestal niets aan de oude gegevens. Ze bieden je te weinig. Of het verkeerde. Het probleem van een datasamenleving is niet alleen dat overheden en bedrijven te veel van je weten, maar vooral ook dat ze te weinig van je weten. Niet het waarom, niet de hele situatie, niet al die dingen die buiten de datasystemen blijven.

Er is een serieuze revolutie gaande: een omwenteling naar het besturen van de samenleving met data en data-analyses. Dat vraagt om grondige herziening van het bestuurlijke denken. Niet zoals nu: het kabinet dat in het wilde weg apps bestelt die er overmorgen moeten zijn. En de krant die dat proces bespreekt in het katern Economie onder de tag Technologie.

Ik snap dat het kabinet het te druk heeft om de crisis te voorkomen die hierdoor over een paar jaar ontstaat. Maar er moet toch wel een ambtenaar zijn aan wie ik de post kan doorsturen?

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.