Analyse

Corona legt rauwe Britse ongelijkheid genadeloos bloot

Maatschappelijke kloof Of je als Brit ziek wordt is geen tombola, zoals de regering doet voorkomen. Afkomst, leeftijd, inkomen: alles telt mee. Twijfel over Johnsons aanpak groeit.

Ook in het Verenigd Koninkrijk is afstand houden het devies. Het strand van Blackpool ligt er verlaten bij.
Ook in het Verenigd Koninkrijk is afstand houden het devies. Het strand van Blackpool ligt er verlaten bij. Foto Jon Super

De coronabesmettingen van kroonprins Charles (milde klachten), premier Boris Johnson (IC-opname) en steracteur Idris Elba (asymptomatisch) moeten aantonen dat Covid-19 een gelijkmaker is: het virus als een tombola, als iets dat iedereen kan oplopen. En toch klopt dat beeld niet in het Verenigd Koninkrijk. Waar Britten vandaan komen, waar ze wonen en wat ze doen: het maakt uit in hun weerbaarheid tegen het coronavirus, zo blijkt uit rapporten en inzichten van deskundigen.

De statistici van het Intensive Care National Audit & Research Centre (ICNARC), een dienst die de acute zorg volgt, schetsen een verontrustend beeld. ICNARC bekeek de samenstelling van de 5.578 coronapatiënten die in kritieke toestand op IC’s lagen in Engeland, Wales en Noord-Ierland. Daaruit bleek dat meer mannen (72,1 procent) dan vrouwen (27,9) levensbedreigend ziek werden en dat 73 procent met overgewicht (een BMI van 25 of hoger) kampte. Dat strookt met onderzoek elders in de wereld. De ophef werd veroorzaakt door de uitsplitsing naar etniciteit.

Ruim een kwart van de IC-patienten met corona meldde zijn of haar etniciteit als zijnde zwart (11,2 procent) of Aziatisch (14,9). Bij ‘gewone’ gevallen van virale longontsteking had slechts 5,8 procent een Aziatische, en 2,8 procent een zwarte achtergrond. Ook zijn zwarte en Aziatische Britten oververtegenwoordigd op de IC’s vergeleken met de demografische samenstelling van het VK. Uit bevolkingsonderzoeken blijkt dat circa 14 procent van Britten zichzelf als Black, Asian or Minority Ethnic (BAME) identificeert.

Lees ook ‘De Britten moeten zelf zieken verzorgen, de National Health Service kan het niet’

De kale statistieken hebben gezichten, echte levensverhalen. Zo brengen Britse media het verhaal van Mary Agyeiwaa Agyapong. Zij was 28, kwam oorspronkelijk uit Nigeria en werkte als verpleegkundige in een ziekenhuis in Luton, een uur boven Londen. Agyapong was met zwangerschapsverlof en liep corona op. Ze overleed in het ziekenhuis waar ze werkte. Haar baby werd via een keizersnede geboren. Of het verhaal van Alfa Saadu. De gepensioneerde ziekenhuisdirecteur was vrijwilliger in een ziekenhuis in Hertfordshire, een van de Britse corona-hotspots. Saadu stond pal voor de National Health Service (NHS), zoals de Britse politiek dezer dagen zo vaak verkondigt, en overleed aan de gevolgen van het virus.

‘Dit moet ons wakker schudden’

De Islington Gazette, een stadskrant in Noord-Londen, schrijft over buschauffeur Win Tin Soe (61) die opgroeide in armoede op het platteland van Birma, naar het VK migreerde en „de afgelopen 13 jaar op bus 46 reed”. Ook hij overleed aan Covid-19 net als Nadir Nur (48), die chauffeur was op lijn 394. Hij reed van de halte Homerton Hospital/Wardle Street, zigzaggend door Noord-Londen tot aan Tolpuddle Street/Islington Police Station.

Zijn collega en buurtgenoot Emeka Nyack Ihenacho overleed eveneens aan het virus. Zijn zus smeekte hem om niet naar zijn werk te gaan, maar Ihenacho zei: „als ik niet ga, verlagen ze mijn salaris”, aldus de Islington Gazette. 26 chauffeurs en machinisten in het Londense openbaar vervoer zijn aan corona overleden.

Dit moet ons wakker schudden, schreef de Londense burgemeester Sadiq Khan afgelopen zondag in The Guardian. „We weten dat mensen met een BAME-achtergrond vaker functies vervullen in de frontlinie – of dat nu bij de NHS is als verzorger, of als vakkenvuller of als buschauffeur”, aldus de Labour-politicus. 40 procent van artsen en 20 procent van alle verpleegkundigen hebben een migratieachtergrond, net als twee op de drie werknemers in de thuis- en ouderenzorg. „Maar een van de grootste onderliggende factoren in het disproportionele aantal sterfgevallen in BAME-gemeenschappen, is sociaal-economisch van aard”, zei Khan. „Het is een ongemakkelijke waarheid dat etnische minderheden vaak in te volle woningen zitten of in huishoudens met meerdere generaties onder een dak. En het is een feit dat zij vaker in armoede leven of werken in gevaarlijke omstandigheden voor weinig geld. Velen hebben niet de luxe om vanuit huis te werken.”

Zo legt het coronavirus de rauwe kant bloot van de Britse samenleving die al relatief ongelijk is. De OESO, de club van geïndustrialiseerde landen kijkt naar de Gini-coëfficient, een maatstaf voor ongelijkheid, waar een score van 0 totale inkomensgelijkheid betekent en 1 complete ongelijkheid. Het VK heeft een Gini-score van 0,357, en zit daarmee in de subtop van ongelijke landen.

Corona als politiek dynamiet

De Britse ongelijkheid betreft ook woonplaats, stellen Valentine Quinio en Tom Sells, onderzoekers van het Centre for Cities, een denktank die kijkt naar regionale verschillen. Hun conclusie is dat de bevolking van steden en plaatsen in het midden en noorden van Groot-Brittannië kwetsbaarder is voor de medische en economische gevolgen van de coronacrisis dan die in relatief welvarende plekken als Oxford, Bristol en Liverpool. In Londen is slechts 9 procent van de bevolking 70 jaar of ouder, terwijl dat in Blackpool 16,9 procent is. De gemiddelde levensverwachting in Oxford is 82,3 jaar, in Glasgow slechts 77,7 jaar. Dat impliceert dat bewoners in armere gebieden vaker met gezondheidsklachten kampen en dus meer risico lopen tijdens de pandemie.

En juist de gezondere en rijkere gebieden in het zuiden van het land hebben betere medische voorzieningen. „Cambridge, Exeter en Worthing hebben meer dan 600 ziekenhuismedewerkers per 10.000 inwoners, terwijl Barnsley, Wigan, Burnley en Sunderland er minder dan 300 hebben”, schrijven Quinio en Sells. Ook is het moeilijker voor bewoners van die noordelijke plaatsen om zich te beschermen door thuis te werken. In Londen en Edinburgh, steden met meer kantoren, overheidsinstanties en universiteiten, kan 40 procent van de beroepsbevolking thuiswerken. In industriesteden als Stoke-on-trent is dat slechts 20 procent.

Zo is het virus politiek dynamiet geworden. Afgelopen december wonnen de Conservatieven van Boris Johnson afgetekend de Lagerhuisverkiezingen. Ze beloofden een snelle Brexit, en een massale investeringsgolf, die ervoor moest zorgen dat de verwaarloosde delen van het midden en noorden van Engeland erop vooruit zouden gaan. Leveling up, in de woorden van premier Johnson.

Lees ook Raskapitalist die nu de economie moet redden

De wijze waarop Covid-19 de Britse bevolking teistert, laat niet alleen zien dat de maatschappelijke kloven talrijker zijn dan Johnson en de zijnen het electoraat voorhielden. De pandemie zorgt ervoor dat de twijfel toeneemt of Johnson wel capabel genoeg is. Het dodental is opgelopen tot boven de zestienduizend in ziekenhuizen en het besef daalt in dat in verzorgingshuizen mogelijk 4.000 tot 7.500 ouderen zijn gestorven. De regering van Johnson beloofde enkele weken geleden voor eind april dagelijks 100.000 coronatests uit te voeren, terwijl maandag slechts 19.316 mogelijke Covid-19-patiënten werden getest. Sommige ziekenhuizen in Engeland melden dat ze geen beschermende schorten meer hebben.

In een reconstructie afgelopen weekend schreef The Sunday Times dat Johnson in januari en begin februari de uitbraak niet serieus nam, vergaderingen met wetenschappelijke adviseurs oversloeg en geen zin had om in het weekend te werken. In plaats van de premier van leveling-up, loopt Johnson het risico het imago van lanterfanter-premier te krijgen. Zijn adviseurs zijn al twee dagen bezig om te bewijzen dat Johnson wél vroeg genoeg oog had voor de gevaren.

Tegelijkertijd heeft zijn regering een ongekend economisch vangnet uitgegooid. Tot eind juni betaalt de staat 80 procent van de salarissen van werknemers (met een bovengrens van 2.500 pond per maand) indien bedrijven hen op non-actief zetten in plaats van ontslaan. Maandag ging de regeling van start en 140.000 bedrijven hebben al een miljoen werknemers aangemeld.

Lees ook ‘Boris Johnson voelt niets voor corona-lockdown

De kosten zullen enorm zijn, mogelijk meer dan 40 miljard pond. Allemaal geld dat Johnson niet kan uitgeven aan zijn projecten voor achtergestelde gebieden. En zolang de overheid geen grip krijgt op het coronavirus, blijft de maatschappij in lockdown en verergeren de economische gevolgen. Als werkloosheid oploopt en recessie een feit is, zal de Britse ongelijkheid alleen maar toenemen, precies het tegenovergestelde van de beloftes waar Johnson zijn politieke lot aan verbond.