Analyse

Bijleveld verder in het defensief door rapport VS

Hawija Nu een Amerikaans rapport over de risico’s van het bombardement op Hawija openbaar is, heeft de minister iets uit te leggen.

Minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) in november tijdens een debat over Hawija in de Tweede Kamer.
Minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) in november tijdens een debat over Hawija in de Tweede Kamer. Foto David van Dam

Nul burgerslachtoffers en alleen een schuurtje als mogelijke onbedoelde schade. Op dat resultaat kwamen Amerikaanse militairen uit toen zij eind mei 2015 op hun laptops berekenden wat de risico’s zouden zijn van een Nederlandse aanval op een bommenfabriek van IS. Dat was veel te optimistisch, erkent de commandant van de betreffende ‘targeting-eenheid’ achteraf.

Zijn verzuchting staat in de interne stukken van de Amerikaanse krijgsmacht waaruit NRC en NOS dinsdag publiceerden. Ze kwamen vrij na een Wob-procedure in de VS.

De commandant schrijft: „Mijn mannen hebben uren aan het doel gewerkt, alleen maar om deze CDE [risicoschatting] ‘uitvoerbaar’ te maken. Al deze details waren volledig irrelevant in het licht van wat er daadwerkelijk gebeurde na afloop.” In de nacht van 2 op 3 juni 2015 werden zeker zeventig burgers gedood en complete woonblokken weggevaagd.

Hoe de aanval zo bloedig kon uitpakken, is een half jaar na de eerste berichten over de Nederlandse aanval nog steeds niet duidelijk. Maar sinds de Nederlandse betrokkenheid aan het licht kwam, werden wel kleine stukjes van de aanloop naar de fatale aanval zichtbaar. Zo bleek in februari al uit Nederlandse Wob-stukken dat Nederland zich van tevoren bewust was van de kans op burgerslachtoffers.

De VS waren zich nog veel meer bewust van die risico’s, blijkt uit de nu vrijgegeven documenten. Zij gaven de aanval op het doelwit in Hawija bij voorbaat het hoogste risiconiveau (CDE 5), vanwege de grote voorraad explosieven en de nabijheid van woongebieden. Ook informanten van de CIA in de stad wezen op het substantiële risico.

18.000 kilo explosieven

Maar in plaats van de aanval af te blazen, werden vooral ‘mitigerende’ maatregelen voorgesteld: bij nacht bombarderen, kleine bommen gebruiken (maximaal zes). Het risico van een luchtaanval op drie grote gebouwen in Hawija, volgestouwd met 18.000 kilo explosieven, gelegen op zo’n 200 meter van woongebieden, kon zo worden gereduceerd tot schade aan een schuurtje, zo geloofden ze.

Het is deze laatste Amerikaanse voorspelling waaraan minister Bijleveld (Defensie, CDA) zich vanaf het begin heeft vastgeklampt. Zij hield in de Tweede Kamer vol dat er destijds „geen fouten” waren gemaakt. De geldende procedures waren gevolgd.

De Amerikaanse militairen wisten beter. Tijdens het gebruikelijke interne onderzoek kwam vanuit betrokken legerafdelingen kritiek op de procedure. De commandant van de internationale anti-IS-coalitie, Sean MacFarland, liet in september 2015 de regels aanpassen. Voortaan zou eerst meer onderzoek gedaan moeten worden naar de aard en omvang van explosieve voorraden in de buurt van woonwijken, voordat die aangevallen mochten worden. Bijleveld heeft de aanpassing door MacFarland nooit aan de Kamer gemeld.

Dat deed ze niet, zei de minister op dinsdag tegen een verslaggever van RTL Nieuws, omdat ze „niet iets openbaar kan maken dat Amerikaans geclassificeerd is”. Daarmee gaf de minister een inkijkje in haar verdediging: misschien wilde ze het wel, maar kon ze het niet.

Bijleveld zei ook iets anders: „Het is denk ik goed dat een heleboel dingen transparant zijn geworden die wij niet openbaar konden maken.” Achter die woorden schuilt een belangrijke vraag: wist de minister niet van de waarschuwingen dat er burgerdoden konden vallen? Of wist ze het wel, maar kon zij die nu eenmaal niet aan de Kamer openbaren?

In geval van het laatste zal Bijleveld het moeilijk krijgen het parlement ervan te overtuigen dat het de Amerikanen waren die deze informatie geheim wilden houden – en niet Nederland. Want heeft de minister wel geprobeerd om de documenten openbaar te krijgen, na aanhoudende vragen uit de Kamer? Ook coalitiepartij VVD wil hier meer over weten. Waarom kon de pers wel informatie van de VS loskrijgen en Bijleveld niet, vraagt Kamerlid André Bosman zich af.

De minister had het al moeilijk in de kwestie-Hawija en dit maakt haar positie niet steviger. Eerder informeerde ze de Kamer onjuist, hetgeen ze betreurde. Vier keer eerder moest ze zich al verantwoorden over het bombardement. Op 5 november overleefde Bijleveld ternauwernood een motie van wantrouwen van 71 Kamerleden.

Hoe het nu verder gaat, hangt af van de Tweede Kamer, die sinds corona nog nauwelijks bij elkaar komt – alleen om coronadebatten en ander noodoverleg te voeren.

Sadet Karabulut (SP) en Salima Belhaj (D66) hebben verzocht om een Hawija-debat te agenderen, meteen na het meireces. „Alle feiten moeten nu op tafel”, zegt Belhaj. „Dit is, ook in crisistijd, relevant genoeg om over te debatteren”, aldus Karabulut. „Bijlevelds positie is wat mij betreft onhoudbaar geworden.”

De meeste oppositiepartijen steunen het verzoek, coalitiepartijen VVD en ChristenUnie willen eerst antwoord op schriftelijke vragen. Als het debat doorgaat, zal dat het eerste niet-corona-gerelateerde debat zijn.