Analyse

Alleen de jongsten terug naar normaal

Heropening scholen Ondanks verzet van leraren gaan de basisscholen en kinderdagverblijven weer gedeeltelijk open. Het kabinet baseert zich op onderzoek, maar het advies ademt onzekerheid.

Leerlingen van ’t Talent in Schijndel krijgen tijdens de coronacrisis ‘drive-in-les’ met maximaal drie leerlingen tegelijk.
Leerlingen van ’t Talent in Schijndel krijgen tijdens de coronacrisis ‘drive-in-les’ met maximaal drie leerlingen tegelijk. Foto Rob Engelaar/ANP

Na de meivakantie, op maandag 11 mei, gaan de basisscholen, het speciaal onderwijs in de basisschoolleeftijd en de kinderopvang weer open. Het zijn de verlossende woorden van premier Mark Rutte waar miljoenen kinderen, ouders en leraren al dagen op zaten te wachten.

Basisschoolleerlingen gaan in eerste instantie de helft van de tijd naar school - scholen mogen zelf uitwerken hoe ze dat gaan doen. „Bijvoorbeeld de ene dag de ene helft van de leerlingen en de andere dag de andere helft”, zei Rutte. De buitenschoolse opvang zal „het ritme van de scholen” volgen, de kinderopvang en het speciaal onderwijs gaan helemaal open. „We menen dat dit besluit verantwoord is”, zei Rutte. „Het maakt het leven van thuiswerkende ouders gemakkelijker.”

Het kabinet schaart zich met dit besluit achter het advies van het Outbreak Management Team (OMT), dat is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. RIVM-directeur Jaap van Dissel lichtte het advies in de persconferentie toe met verwijzing naar een lange lijst onderzoeken die erop duiden dat de rol van kinderen bij de verspreiding van het virus klein is.

Opvallend is dat de beslissing om scholen te sluiten, half maart, juist níét was gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Rutte benadrukte dat dinsdagavond meerdere keren. „We hebben toen gezegd: de scholen zouden open kunnen blijven, maar de samenleving stemde anders. We hebben een democratie.” En: „We weten nu veel meer dan half maart: toen was er alleen onderzoek uit China, inmiddels is er eigen onderzoek en zijn er meer internationale studies. We hebben vaste grond onder de voeten.”

Lees ook: Het liefst staan leraren voor de klas, maar kan het veilig?

Ondanks die lijst onderzoeken kan het OMT niet in absolute zekerheden spreken. In het advies aan het kabinet over de scholen, dat dinsdag uitlekte, staat dat scholen en kinderdagverblijven weer open kunnen omdat dat „waarschijnlijk” niet zal leiden tot extra belasting voor de zorg. De onderzoeken „impliceren” dat het verloop van de infectie onder kinderen mild is.

Die onzekerheid maakt leraren en ouders bezorgd, bleek afgelopen week. Hun zorgen werden gevoed doordat minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) het lot van de scholen aan een nog lopend RIVM-onderzoek verbond. Dat onderzoek zou definitief uitsluitsel moeten geven over de rol van kinderen bij de verspreiding van het virus, maar is nog niet af.

Geen anderhalve meter afstand

In peilingen van vakbonden zeiden leraren zich niet veilig te voelen als op basis van een onvoltooid onderzoek besloten zou worden dat ze weer voor de klas moeten gaan staan. Leraren maken zich ook veel zorgen over de vraag hoe ze anderhalve meter afstand moeten organiseren – vooral op de basisschool, en specifiek de kleuterklas. Veel scholen dachten hier over na, mede omdat premier Rutte daar in vorige week toe opriep. Voor hen was er goed nieuws: in het advies van het kabinet wordt aan basisscholen en kinderdagverblijven niet gevraagd om anderhalve meter afstand van elkaar te houden. „Dat is voor deze groep niet realistisch”, zei Rutte. Voor kinderdagverblijven was deze maatregel altijd al onhaalbaar. „We kunnen de baby’s niet overgooien”, zei Gjalt Jellesma van Boink, de belangenvereniging van ouders in de kinderopvang zaterdag in NRC.

Voor de middelbare scholieren is de beslissing van het kabinet een tegenvaller; ze missen hun klasgenoten

De anderhalve meter afstand geldt wel voor middelbare scholen. Zij mogen pas op 2 juni weer open, mits de cijfers over ziekenhuisopnames gunstig blijven. Het kabinet maakt dat in de loop van mei bekend. Op middelbare scholen is het risico op verspreiding van het virus groter, onder meer doordat leerlingen verder reizen. De VO-Raad steunt het kabinetsbesluit, maar middelbare scholieren zijn teleurgesteld. Zij staan, volgens een peiling onder ruim duizend scholieren door het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS), te popelen om weer naar school te gaan. Ze missen hun klasgenoten en bovendien zijn ze niet zo te spreken over onderwijs op afstand: meer dan de helft vindt het (veel) minder goed.

Risicogroepen

Met ouders die hun kind na 11 mei toch liever thuis houden uit angst voor besmetting moeten scholen in gesprek, zei Rutte tijdens de persconferentie. De doorgaans strenge leerplicht geldt voorlopig niet. „Ik geloof niet dat het behulpzaam is in deze fase om een leerplichtambtenaar op mensen af te sturen.”

Leraren en leerlingen die verkouden zijn of andere gezondheidsklachten hebben, mogen sowieso niet naar school, zei Rutte. Leraren die in de risicogroepen zitten, mogen op afstand werken. Zit hun partner in een risicogroep, dan kunnen ze met de school in gesprek, zei Rutte. En om bezorgde leraren verder tegemoet te komen, wil hij ze dezelfde testmogelijkheden bieden als personeel in de zorg.

Héél voorzichtig wordt het onderwijs dus weer opgestart. Maar niets is zeker, benadrukten Rutte en Van Dissel. Neemt de verspreiding meer toe dan verwacht, dan blijven de middelbare scholen dicht, of gaan basisscholieren weer naar huis. De zomervakantie gaat volgens Rutte vooralsnog gewoon door, maar of daarna een ‘normaal’ schooljaar start, is nog maar zeer de vraag.

Broertjes Ian (10) en David (12) mogen straks weer met vriendjes sporten…

David Geertsema (12)

Voor David Geertsema (12) uit Zwolle kan de eerste schooldag niet snel genoeg komen. „6, 7 uur per dag achter mijn laptop op mijn kamer, dat is niet meer chill. Als mijn broertje ‘dood’ gaat bij het gamen dan word ik bijvoorbeeld snel boos op hem. En ik wil weer voetballen met vrienden.”

David moet nog heel even wachten: vanaf 28 april mag hij weer met leeftijdsgenoten buiten sporten, net als broertje Ian (10). Ian reageert hoopvol: „Misschien mag ik zelfs wel weer naar schaken en survival run!” Beide jongens zitten op een 10-14-school, een soort ‘middenschool’ tussen de basisschool en het voortgezet onderwijs in. Ian: „Maar mijn leraar zei dat het officieel een middelbare school is. Dat is dan weer balen voor mij.”

Karel Smouter

…voor Muriël (14) en haar ouders blijft het vooralsnog even wachten

Muriël Wolswijk (14)

Muriël Wolswijk (14) uit Woerden heeft het lichaam („en het hangerige”) van een puber, maar zit mentaal op het niveau van een kleuter. Voor haar en haar moeder Debby was voor de persconferentie nog veel onzeker. „Basisschoolkinderen mogen weer naar school. Maar geldt haar school – voortgezet speciaal onderwijs – nu als primair onderwijs of niet? Normaal gesproken wel, maar nu zei Rutte alleen ‘basisschoolleeftijd’.”

Intussen weet moeder Debby ook niet goed waar ze op moet hopen. „Muriël kan niet zomaar met andere kinderen spelen. Zelfs niet op afstand. School is daarom zo belangrijk voor haar.” Na de persconferentie huilde ze „tranen met tuiten”. „Soms weet ik dan ook niet wat beter is voor Muriël: met een depressie thuiszitten of die corona krijgen omdat ze naar school mag.”

Karel Smouter

Tim (16) mist de energie die hij van vrienden krijgt…

Tim Masselink (16)

De Apeldoornse Tim Masselink (16) is naar eigen zeggen iemand die veel energie en enthousiasme haalt uit andere mensen. Hij vindt het dan ook lastig dat hij voorlopig nog niet naar school kan en merkt dat hij zich nu moeilijk kan concentreren op zijn schoolwerk.

Hoewel er voorlopig niet veel verandert voor hem, klinkt hij optimistisch aan de telefoon na de persconferentie: „De maatregelen worden langzaam versoepeld en dat geeft me hoop. Je ziet de eerste grassprietjes weer uit de grond komen.”

Toch denkt Tim dat de verleiding om weer samen te komen steeds groter wordt voor de meeste jongeren. „Je moet wel een heel grote wilskracht hebben om dat niet te doen.”

Denise Retera

…maar Anne (17) voelt zich uitstekend

Anne Pen (17)

Dat de basisregels in ieder geval tot 20 mei van kracht zullen blijven vindt Anne Pen (17) uit Apeldoorn niet zo erg. „Ik voel me heel goed en houd het nog wel even vol”, zegt ze. „Af en toe ga ik een ijsje eten met een vriendin of lekker in het bos wandelen. Ik denk dat ouderen het nu veel moeilijker hebben dan jongeren. Zij kunnen echt bijna niemand zien.”

Normaal werkt de scholier in een lunchroom. Ze vindt het jammer dat dat nu niet kan, maar heeft besloten om van de nood een deugd te maken: ze gaat schoonmaken in het ziekenhuis, tot ze weer terug de horeca in kan.

Denise Retera

Wiek (22) begint net te wennen…

Wiek Dirks (22)

Wiek Dirks (22) en haar zeven huisgenoten beginnen net een beetje te wennen aan de lockdown. „In het begin wilde iedereen eruit, maar nu geven studenten zich eraan over. Aan zeuren heb je niks en studies gaan gewoon door, mijn huisgenoot heeft vanavond een tentamen.”

Ze woont met ruim drieduizend anderen op wat zich de grootste studentencampus van Noord-Europa noemt, Uilenstede in Amstelveen. „Het is normaal elke week feest. De campus kwam daardoor in het begin van de coronamaatregelen in het nieuws, omdat de politie dacht dat we feesten gaven. Maar dat waren balkonfeesten – met boxen vanaf de balkons. Jammer dat de festivals niet doorgaan, maar het is veel erger voor de mensen die in die branche werken. En Koningsdag? Dan gaan we thuis Oud-Hollandse spelletjes doen: spijkerpoepen, koekhappen en bowlen in de gang.”

Mark Middel

…terwijl bij David (24) de verveling toeslaat

David Bonting (24)

Het huis van David Bonting (24) was misschien wel het eerste studentenhuis in Groningen dat in quarantaine ging. Eén van de zeven huisgenoten had coronaverschijnselen. „Later kwam er een tweede bij. Toen de lockdown begon hadden wij al twee weken een streng regime: niemand erin of eruit, eten werd aan de deur gebracht door vrienden.”

In het begin waren ze positief. Goede gesprekken, samen sporten, klussen. Gezellig. „Maar na een maand kregen we ruzie”, zegt Bonting. „Sommigen wilden het huis uit, anderen wilden in quarantaine blijven. Ik ben vertrokken, naar vrienden en mijn ouders. En ben nu weer terug. Maar de verveling slaat nu wel echt toe bij ons. Elk spelletje is uitgespeeld. En dat nu nog steeds niks mag is begrijpelijk, maar wel een teleurstelling.”

Mark Middel