Opinie

Zwaai-zwaai

Marcel van Roosmalen

Na de ontmanteling van haar verzorgingstehuis in Mook kwamen mijn moeder (88) en een deel van haar dementerende medebewoners terecht in het Herstelcentrum in de bossen bij Groesbeek. Ze zat daar op een afdeling met mensen met ‘onduidelijke klachten’.

Wij ernaartoe. Mijn zus, haar man en hun jongste dochter lagen al op het gazon. De omgeving was prachtig. Bos, heuvels, frisse lucht: is er een provincie mooier dan Gelderland?

We parkeerden.

Thuis was de oppas onwel geworden.

Een paar flats tussen het groen.

We vonden ze op een van de gazons.

Ze werd ons getoond.

Daar stond ze dan, driehoog, handen tegen het glas.

Een vrouw in een beschermend pak hield haar een laptop onder de neus.

Ze keek op het scherm en dan weer naar buiten.

Hoi-hoi.

Zwaai-zwaai.

Ik riep: hoe gaat het? in de iPhone van mijn zus.

Geen antwoord.

Op het gazon zaten er meer zoals wij.

Ook achter de andere ramen verschenen ingepakte verzorgers.

„Ja, hier zit ze beter”, zeiden we tegen elkaar.

Onze verzorger bracht de handen samen en leunde er met haar hoofd op. Ze moet rusten, begrepen wij.

„Kunnen we haar kamer zien?”, vroeg mijn zus.

De verzorger liep rond.

Wastafel, douche, bed, kastje, aanrecht met waterkoker.

Alles schoon.

Nog maar een keer zwaaien.

De verzorger zei op haar allervriendelijkst dat we altijd mochten bellen om een afspraak voor beeldbellen of zwaaien te maken. Dit was een verbetering, we hadden het zelf gezien en we mochten de opluchting vaker komen constateren.

Ze lieten het graag zien.

‘Theresienstadt’, dacht ik hardop.

Later hoorde ik dat mijn broer ook nog was gekomen met een begeleider, hij had op het gras een stuk op zijn gitaar gespeeld. Mijn moeder, ze was er al snel aan gewend dat ze regelmatig voor het raam werd gezet, had ‘mooi’ tegen de iPad gezegd.

Nog maar iets meer dan een half jaar geleden bakte ze nog aardappels voor ons, klaagde ze over alles en viel ze de hele tijd in herhaling. Gerommel in haar dressoirkastje, waarin ze briefjes met aantekeningen propte en dan weer dat verhaal over het afbranden van haar ouderlijk huis in 1944.

Dat kastje stond in een verzegelde ruimte in een verlaten verzorgingstehuis in Mook, alles werd goed bewaakt.

Haar enige bezit was nog een tandenborstel, maar in de recreatieruimte stond wel een grote televisie, ze hield erg van Andre Rieu werd ons verteld.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.