Verdubbeling profvoetballers met angst en depressieve klachten

Coronavirus Uit internationaal onderzoek blijkt dat veel voetballers zich zorgen maken over hun toekomst bij de club waarvoor ze spelen.

De dagstructuur die profvoetballers tot vorige maand hadden is door het stilleggen van de competities verdwenen.
De dagstructuur die profvoetballers tot vorige maand hadden is door het stilleggen van de competities verdwenen. Foto Paul van Riel/HH

Sinds de uitbraak van het coronavirus eind december, is het aantal profvoetballers dat angstig of met depressieve klachten thuiszit verdubbeld. Dat blijkt uit een studie gedaan door FIFPRO, een internationale belangenvereniging voor profvoetballers, onder 1.600 spelers uit zestien landen, waaronder Nederland. Bijna 60 procent van de ondervraagden zegt zich door de naderende economische recessie zorgen te maken over hun toekomst bij de club waarvoor ze spelen.

In december vorig jaar, toen door het coronavirus weliswaar al delen van China van de buitenwereld waren afgesloten maar in de rest van de wereld nog werd gevoetbald, rapporteerde 6 procent van de mannelijke voetballers en 11 procent van de vrouwelijke spelers symptomen die passen bij een depressie. Vier maanden later, nu de crisis vrijwel alle competities in de wereld tot stilstand heeft gebracht, is dat aantal gegroeid naar respectievelijk 13 en 22 procent, een verdubbeling dus. Ook geeft 16 procent van de mannen en 18 procent van de vrouwen aan last van angstklachten te hebben.

Lees ook: Michael Jordan en de Bulls zoals je ze nog nooit zag

Gevoelens van angst kunnen leiden tot depressieve klachten, maar in slechts een op de vijf gevallen komt het tot een depressie, zegt een woordvoerder van het Trimbos Instituut. Net als in de voetballerij verwacht het kenniscentrum voor geestelijke gezondheidszorg, dat maandag online een vragenlijst publiceerde om inzicht te krijgen in de gevolgen van het virus, in de algemene populatie een verdubbeling van het aantal mensen met depressieve klachten. Zo’n 12 procent van de Nederlanders had daar voor de crisis last van.

Voor de studie onder profvoetballers werd gebruik gemaakt van een wereldwijd gehanteerde vragenlijst in onderzoek naar mentaal welzijn, de Patient Health Questionnaire (PHG-9). Dat is een lijst met negen vragen waarbij een respondent kan invullen welke symptomen die gelinkt worden aan depressiviteit, hij of zij de afgelopen twee weken heeft ervaren en in welke mate. Lusteloosheid komt aan bod, gevoelens van hopeloosheid, slaapproblematiek, een verwrongen zelfbeeld, problemen met de concentratie, en ook gedachten aan de dood. Het is een lijst die binnen vijf minuten in te vullen is.

Ongerustheid

De uitkomst van de studie stemt bij FIFPRO tot ongerustheid. „Het gaat hier om hele jonge mensen die ineens moeten zien om te gaan met een sociaal isolement, hun werk stopt van de een op de andere dag, en ze hebben twijfels over hun toekomst”, zegt Vincent Gouttebarge, chief medical officer bij de organisatie, en ook wetenschapper aan Amsterdam UMC.

Samen met hoogleraar geneeskunde Gino Kerkhoffs doet Gouttebarge er al jaren onderzoek naar de mentale gesteldheid van voetballers tijdens en na hun carrière. „Deze specifieke studie doen we sinds december periodiek. Onze verwachting was dat we door de gevolgen van het virus een toename zouden zien in klachten, en die aanname bleek te kloppen. Deze cijfers liegen er niet om.”

Op de Nederlandse respons wil Gouttebarge, in het verleden zelf profvoetballer, niet ingaan, omdat het aantal ingevulde vragenlijsten per land geen representatief beeld geeft. Uit Groot-Brittannië begreep hij dat daar sinds de coronacrisis een verdubbeling is van het aantal spelers dat via de spelersvakbond met angst of depressieve klachten is doorverwezen naar een klinisch psycholoog.

FIFPRO is een paar weken geleden een campagne op sociale media begonnen om profvoetballers te laten weten dat ze hulp kunnen krijgen als ze met mentale klachten thuiszitten, en hoe ze deze crisis gezond door kunnen komen. Gouttebarge: „We maken blogs over hoe je kunt zorgen voor een goede nachtrust, hoe je omgaat met onzekerheid en hoe je kunt blijven letten op je eten.”

Juist de dagstructuur die profvoetballers tot vorige maand hadden is door het stilleggen van de competities verdwenen, en daardoor kunnen ze depressieve klachten krijgen, zegt Afke van de Wouw, in het verleden sportpsycholoog bij FC Twente, FC Utrecht en Vitesse. „Hun dag was duidelijk ingedeeld. Ze gingen trainen, aten op de club, en werkten toe naar een wedstrijd in het weekend. Dat is allemaal weg. Waar doen ze het nog voor?”

Van de Wouw ziet overeenkomsten met het beruchte zwarte gat waarin een sporter kan belanden als de carrière abrupt eindigt zonder dat daar zelf voor gekozen is – door een blessure bijvoorbeeld. „Als sporters niet zelf kunnen toewerken naar het einde, kan dat tot depressieve klachten leiden. Daar is veel onderzoek naar gedaan. Het is met de coronacrisis niet anders. De structuur is verdwenen, het doel ook, zonder dat spelers daar controle over hadden. Voor je het weet zit je tot één uur ’s nachts te gamen, want je traint toch nergens voor. Of eet je een zak chips leeg.”

Volgens Van de Wouw hebben profvoetballers zich vaak compleet vereenzelvigd met hun sport. „Zo van: ik doe niet aan voetbal, ik bén voetbal. Ze voetballen al vanaf zeer jonge leeftijd, weten niet beter. Als dat dan wegvalt, is ook hun identiteit voor een deel zoek. Wie ben ik als ik niet meer kan voetballen?” Als sportpsycholoog trachtte ze een voetballer die moeite had met een langdurige blessure minder afhankelijk te maken van de waarde ‘presteren’, en meer aandacht te vestigen op de andere rollen die hij of zij vervulde. Die van partner, broer of zus, vriend. „Maar ik kan me voorstellen dat veel voetballers het daar nu moeilijk mee hebben.”

Van de Wouw werkte mee aan een document voor topsporters om de coronacrisis goed door te komen. Visualisatie is daar een onderdeel van. „Als je in gedachten blijft voetballen, blijven ook de neurale verbindingen in tact. Dan pak je het na de crisis weer veel sneller op.”

En anders heeft Gouttebarge nog wel een relativerende statistiek: „We moeten deze cijfers niet groter maken dan ze zijn. In China gaven 48 procent van de medewerkers in de gezondheidszorg aan last te hebben van angst, en 23 procent van depressieve klachten. Daar vallen nu de klappen.”