Verborgen hoek in spookstad vol ellende

Vanuit de Verenigde Staten schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: de zieke wereld roept herinneringen op aan haar zieke dochter.
Illustratie Eliane Gerrits

‘Don’t forget the beauty of the mundane”, zegt mijn vriend Alan steevast als hij afscheid neemt. Vergeet niet de schoonheid van het alledaagse, het gewone. Een veelzeggende uitspraak voor iemand die veel verdriet van dichtbij heeft gezien. Hij was jarenlang hoofd van de afdeling kinderkanker van het universiteitsziekenhuis van Harvard.

Ik denk vaak aan zijn woorden, nu niets meer gewoon is en het alledaagse op losse schroeven staat. In wat voor nachtmerrie zijn we beland, vraagt de hele wereld zich af. Waar gaat dit heen, hoe lang nog en hoe moet het daarna? En ook, hoe houd ik dit vol?

Vertrouwde vragen voor alle mensen die te maken krijgen met een levensbedreigende ziekte. Van henzelf of een geliefde. Van het ene op het andere moment zijn de dagen gevuld met ongewone dingen. Gesprekken met artsen, bloedprikken, scans, biopten en het zenuwslopende wachten op uitslagen. Nachten verstoord door pijn, inname van medicijnen en het aftellen van de minuten tot verlichting.

Deze dagen herinneren me aan de tijd dat onze pasgeboren dochter Charlotte de diagnose leukemie kreeg. Een uitzichtloze variant. Het duurde even voor we de diagnose wilden laten landen in ons bewustzijn. Ik besefte maar al te goed, dat ons leven zijn lichtvoetige onbekommerdheid zou verliezen. Maar ontsnappen kon niet. En zo zaten we in die wachtkamer van dat beschutte deel van het ziekenhuis. Een verborgen hoek in een spookstad vol ellende.

Buiten speelde het carillon een bekende melodie die ik niet kon thuisbrengen. Tussen mij en de wereld zat een dikke glasplaat. Op zonovergoten terrassen zag ik mensen nippen aan hun witte wijn. Ze hadden geen idee van wat zich in de kinderafdeling van het ziekenhuis afspeelde, slechts een paar kilometer van hen vandaan. De realiteit van kinderen met slangetjes in hun neus, hun grauwe ouders aan hun zijde.

Charlotte werd gelukkig beter en die tijd ligt allang weer achter ons. Een stuk uit ons leven waar ik, ondanks alles, vol dankbaarheid op terugkijk. De artsen die haar behandelden alsof het hun eigen kind was. De kraamhulp die me ongestoord liet huilen. De vriendin die een warme maaltijd bracht. De buurman die iedereen wegjoeg die de rust op straat verstoorde, zodat we ons veilig waanden in onze cocon.

Maar ook vanwege het geluk van de gewone dingen. Het eerste streepje zonlicht in de lente dat op Charlottes gezicht viel door het halfgesloten gordijn en haar bleke wangetjes roze kleurde.

De intimiteit van een nest met drie kleintjes. De spek- en appelpannenkoeken waar de jongens op aanvielen. Hun slappe lach bij een zelfverzonnen kinderverhaal over een oma die elke dag schone kleren aantrok over haar vuile goed. De favoriete gympen die weer schoon werden in de was. De geur van rozenolie in het badwater. De opluchting na een hoogoplopende ruzie over niks, met het goedmaken erna.

Nu is de wereld ziek en is voor ons allen de realiteit gekrompen tot een cocon, ons bewust van de kwetsbaarheid van onszelf en onze geliefden. Maar door alles heen, is er de schoonheid van het alledaagse.

Reacties naar pdejong@ias.edu