Robert Sauerwein: „Malaria is in het Westen amper een probleem en staat daardoor niet hoog op ons prioriteitenlijstje.”

Foto Merlijn Doomernik

Interview

‘Vaccin tegen malaria is erg ingewikkeld’

Robert Sauerwein | Arts-microbioloog Sinds vijf jaar neemt het aantal malariasterfgevallen weer toe. Volgens Robert Sauerwein kunnen vaccins de doorslag geven.

‘De coronapandemie leert Europeanen dat infecties ook ons kunnen raken”, zegt emeritus-hoogleraar Robert Sauerwein. „Hoeveel impact een infectieziekte op het dagelijks leven kan hebben, ervaren wij nu pas. Voor Afrikaanse mensen is dat de dagelijkse realiteit.”

Malaria is met zo’n 228 miljoen gevallen en 405.000 doden per jaar een van de grootste infectieziekten. Elke minuut overlijden er twee kinderen aan. De meest dodelijke vorm van malaria wordt veroorzaakt door een eencellige parasiet, Plasmodium falciparum, die door muggen wordt overgedragen.

Bijna dertig jaar werkte Sauerwein in het Nijmeegse Radboudumc aan verschillende malariavaccins. Eind februari nam hij afscheid. Maar hét succesvaccin waar Sauerwein naar zocht, bestaat nog niet. Er is nu één vaccin op de markt, maar de bescherming die het biedt valt tegen.

Dat vaccin waaraan u zo hard werkte, is er nog niet. Hoe vindt u dat?

„Frustrerend natuurlijk. Maar laten we niet vergeten: er ís wel een vaccin. Weliswaar door anderen ontwikkeld en het werkt matig, maar het kan dus wel. Lang werd gezegd dat het onmogelijk was.”

Waarom werd dat gedacht?

„Malaria is in de westerse wereld amper een probleem en staat daardoor niet hoog op ons prioriteitenlijstje. Je ziet bij ebola dat als we ons druk maken, er zó een vaccin is. Dat zal bij corona niet anders zijn. Verder is het erg ingewikkeld om een vaccin te maken tegen een parasiet. Dat is nu pas één keer gelukt. Een virus is niet meer dan een stukje erfelijk materiaal. Een parasiet is een complex organisme met veel meer mogelijkheden om zich aan te passen en het immuunsysteem te omzeilen.”

Er sterven 600.000 minder mensen aan malaria dan twintig jaar geleden. Hoe is die afname tot stand gekomen?

„Vanaf 2000 is de Bill & Melinda Gates Foundation flink gaan investeren in malariaonderzoek. Europese onderzoeksfondsen konden niet achterblijven; dus er kwam in korte tijd veel geld beschikbaar. Er waren voor 2000 wel geïmpregneerde netten en geneesmiddelen, maar bijna niemand gebruikte die. Er was geen voorlichting, geen communicatie. Ik ontdekte bijvoorbeeld dat opgehaald geld via een goed doel naar de aanschaf van netten ging, maar dat die netten gewoon in de havens van Afrikaanse landen werden afgeleverd. Er was geen zicht op verdere verspreiding in de landen zelf. Na 2000 kwam er meer aandacht voor implementatie. Inmiddels is het laaghangende fruit geplukt, maar sinds 2016 neemt het aantal malariagevallen in 55 landen weer toe. Om nu het verschil te maken is een vaccin nodig.

Waarom?

„Er is geen infectie die we hebben uitgeroeid zonder vaccin. Met een goed vaccin is iemand lang ongevoelig voor de ziekte. Met relatief weinig inspanning kun je een enorm resultaat hebben. Daar kan geen enkele andere interventie tegenop.”

Is een medicijn niet effectiever als je op korte termijn mensenlevens wil redden?

„Dat wel. Het Radboudumc werkt momenteel aan een biological, een antistof die in het lab is gemaakt. Die schakelt heel specifiek de parasiet uit. Met een specifieke antistof heb je minder kans op bijwerkingen dan met gangbare medicijnen. Het is scherpschutterij. Maar je hebt er eenmalig iets aan, je lichaam bouwt geen blijvende immuniteit op.”

U werkte aan verschillende vaccins. Hebben we uiteindelijk één vaccin nodig, of meerdere?

„Alle mensen zijn verschillend en reageren dus verschillend op vaccins. Je ziet mensen die na één prik al immuun zijn en je ziet mensen die na vier prikken nog onvoldoende antistoffen aanmaken. Hét malariavaccin bestaat niet. Ik denk dat we naar een systeem van personalized vaccination moeten. Ik zie voor me dat we straks eerst de status van je immuunsysteem testen. Mensen met een langzaam reagerend immuunsysteem krijgen dan een ander vaccin of een andere strategie dan mensen met een snel immuunsysteem.”

In 2015 kreeg het vaccin RTS,S, ook wel Mosquirix, van GlaxoSmithKline een positief advies van de Europese Medicijnautoriteit (EMA). Momenteel wordt het in drie Afrikaanse landen ingevoerd als onderdeel van het vaccinatieprogramma. Jaarlijks zullen zo’n 360.000 kinderen het vaccin krijgen, ondanks dat de studieresultaten tegenvielen. Het slaat maar aan bij een derde van de kinderen, ze moeten vier keer een prik krijgen en na vier jaar is de beschermende werking weg. Bovendien liepen in één getest gebied twintig van de zesduizend gevaccineerde kinderen een hersenvliesontsteking op. In de controlegroep van drieduizend kinderen was dat er eentje. Onduidelijk is nog hoe dat kan.

Hoe kan het dat we zo’n matig vaccin grootschalig invoeren?

„Vaccineren is tijd winnen. Als je vijf jaar in malariagebied verblijft, word je vanzelf immuun, maar dat is risicovol. Door te vaccineren breng je die periode veilig terug naar drie maanden. Malaria is een enorm probleem. Als je met een vaccin een derde van de levens kunt redden, zijn dat er wel 132.000.”

De ouders weten niet dat de kinderen aan een studie meedoen en worden niet geïnformeerd over de veiligheidsrisico’s. Is dat ethisch?

„Nieuwe vaccins en geneesmiddelen worden in vier fasen getest. De EMA gaf haar positieve advies op basis van de resultaten van de derde fase, waarin je in een grote groep en met een controlegroep bekijkt of je vaccin onder experimentele omstandigheden werkt. Ik was destijds een van de externe adviseurs voor de EMA. In de volgende fase wordt het vaccin ingevoerd zonder controlegroep en is er geen informed consent nodig. Ouders hoeven dus niet te ondertekenen dat ze informatie over het onderzoek begrepen hebben. Of ze wel geïnformeerd worden, weet ik niet. Tijdens deze fase kijk en registreer je heel scherp wat er gebeurt om bijvoorbeeld uit te zoeken hoe het precies zit met die hersenvliesontsteking. Deelnemers krijgen optimale zorg en worden heel goed in de gaten gehouden.”

Wat kan Nederland verbeteren op het gebied van infectieziektebestrijding?

„Nederland moet beleid vormen over hoe we het beste kennis naar Afrika brengen over hoe medicijnen, vaccinaties, muskietennetten en muggenvallen ingezet kunnen te worden. We denken al snel ‘dat doet de WHO wel’. Het Engelse tropenonderzoek is heel sterk omdat de Wellcome Trust organisatie de bevindingen van het onderzoek naar Afrika brengt. Nederland heeft een infectietropenfonds nodig. We hebben veel geld in ontwikkelingszorg zitten, maar er is weinig transparantie en evaluatie over wat daarmee gebeurt. Het ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking zou vaker met onderzoekers moeten praten.”