Opinie

Tondeuse voor het nekhaar

Frits Abrahams

Vorige week heb ik me een tondeuse aangeschaft voor het geval het kabinet de lockdown voor kappers voortzet. Blijft de lockdown ook een lokdown? Daar komt het op neer.

De aankoop verliep moeizamer dan ik had verwacht. „De laatste is net de deur uit”, zei de winkelierster met nauwelijks bedwongen trots. Ze was bereid een nieuw exemplaar te reserveren. Wie had ooit kunnen denken dat ik nog eens verheugd een winkel zou verlaten omdat er een tondeuse ter waarde van 20 euro voor mij werd bewaard?

Enkele dagen later zat ik thuis in opperste concentratie mijn aanwinst te bestuderen. Samen met mijn vrouw, want zij moest straks het vuile werk doen: het uitscheren van mijn nek, waar het begin van een zogeheten matje dreigde te ontstaan. Zo’n matje komt op als brutaal onkruid dat na enige tijd doorwoekert naar de schouderpartij. Je kunt het laten gebeuren, maar welke gevolgen heeft het voor je gevoel van eigenwaarde? Daar hoor je de regering niet over.

Omdat ik bij de kapper nooit goed oplet, had ik verwacht dat de tondeuse een heel ongecompliceerd apparaat was. Je zet het ding op een nek en laat het zoemend het overtollige haar weghappen als een soort robotgrasmaaier op een zomeravond. Ondertussen lul je met de klant een eind weg over Ajax en het Nederlands elftal en hoe jammer het is dat die misschien nooit meer zullen voetballen.

In plaats daarvan moest ik eerst een boekje met gebruiksaanwijzing doornemen dat liefst 38 veiligheidsinstructies bevatte. Op sommige daarvan zit ik in een verloren uurtje nog steeds te studeren, zoals deze: ‘Wanneer u het apparaat aansluit op een verlengsnoer, dan mag het maximaal toelaatbaar vermogen van het verlengsnoer niet overschreden worden door het aangegeven vermogen van het apparaat.’

Maar een ronduit onneembare barrière werd gevormd door veiligheidsinstructie nummer 19: ‘Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze met betrekking tot het veilig gebruik van dit apparaat geïnstrueerd zijn door of onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.’

Mijn vrouw en ik kauwden een kwartiertje op deze strenge volzin en trokken vervolgens de onontkoombare conclusie dat we niet geschikt waren voor dit apparaat. Met die ‘verminderde capaciteiten’ viel het misschien nog wel mee, hoewel het moeilijk is daar zelf over te oordelen, maar het stond onomstotelijk vast dat we geen van tweeën op tondeusegebied ook maar enige ‘ervaring en kennis’ hadden. En waar moesten we zo gauw ‘een persoon’ vandaan halen die verantwoordelijkheid wilde dragen voor onze veiligheid? Iedereen had in deze tijd zijn handen al vol aan zijn eigen veiligheid.

„We zullen eerst naar de kappersvakschool moeten”, zei ik. Mijn vrouw was minder moedeloos. Ze dook in een kast en kwam terug met een wit, handzaam apparaatje. „Mijn Lady Protector!” riep ze. „Een scheermesje voor oksel- en beenharen, maar waarom niet voor nekharen?” Ik moest op een krukje in de badkamer plaatsnemen, een krant (uiteraard NRC) werd onder mij uitgespreid en daar graasde de Lady Protector, soeverein bestuurd door mijn vrouw, al door mijn nekharen.

Ik heb een royale fooi gegeven.