Basisschool ’t Talent in Schijndel is een proef begonnen waarbij leerkrachten een ‘drive-in-les’ geven aan groepjes van maximaal drie leerlingen.

Foto Rob Engelaar/ANP

Interview

‘Liever vandaag dan morgen weer voor de klas, maar kan het veilig?’

Scholen Het liefst staan leraren voor de klas, maar voor de scholen weer opengaan, hebben ze nog veel vragen. Zijn kinderen besmettelijk? En hoe ziet die 1,5-meterschool eruit?

Gaan de scholen weer open na de meivakantie? Dinsdagavond maakt het kabinet bekend of, en zo ja hoe. De vraag verdeelt het land al een tijdje in voor- en tegenstanders. Sommige ouders snakken naar het einde van een intensieve periode van thuisonderwijs, anderen willen hun kind juist thuis houden uit angst voor besmetting. Ook onder docenten zijn de meningen verdeeld: een aantal is bang weer voor de klas te moeten staan terwijl de risico’s nog niet duidelijk zijn, anderen denken dat het op anderhalve meter kan. Twee docenten doen hun verhaal.

Marjonne Maan (44), docent geschiedenis: ‘Ik kan mijn voelsprieten niet gebruiken’

„Als ik die peilingen onder leraren zo lees, krijg ik het idee dat ik maar een rare vogel ben omdat ik wel heel graag de scholen weer open wil na de meivakantie”, twitterde Marjonne Maan (44), docent geschiedenis aan het Gymnasium Haganum in Den Haag, een week geleden.

Nu, aan de vooravond van het kabinetsbesluit, wil Maan nog steeds graag dat de scholen weer opengaan, zegt ze aan de telefoon. „Al vind ik eigenlijk dat dit niet een discussie is die leraren moeten voeren.”

Het lijkt, vindt ze, alsof er een kloof is ontstaan tussen leraren die wel en leraren die niet willen dat de scholen weer opengaan. „Dat klopt niet. Iedere docent met hart voor zijn werk wil volgens mij het liefst zo snel mogelijk weer voor de klas staan.”

De tegenstrijdige geluiden worden vooral veroorzaakt door de zorgen die leraren hebben, denkt ze: is het veilig genoeg om weer voor de klas te staan? Zelf maakt ze zich geen zorgen. „Ik zit niet in de risicogroep en ik vertrouw op het deskundige oordeel van de overheid. De discussie daarover laat ik graag over aan de experts.”

Scholen hebben een belangrijke maatschappelijke functie, vindt Maan, daarom moeten ze zo snel mogelijk weer open. Ze maakt zich zorgen om haar leerlingen. „Die missen school. Missen hun sociale leven. Met sommigen van hen gaat het niet goed. Als er spanningen zijn tussen pubers en ouders, kunnen die in deze situatie verder oplopen. Dan helpt het niet als je de deur niet uit mag.”

Op school, zegt Maan, gebeurt veel meer dan puur kennisoverdracht. „Het is een ontzettend belangrijke plek voor kinderen, waar ze elkaar zien en waar ze gezien worden.”

Dat laatste komt deze weken letterlijk in het gedrang. Maan geeft haar klas les via Google Classroom, maar kijkt tegen een zwart beeldscherm aan, omdat haar leerlingen hun webcam uitzetten. „Ze willen niet in beeld komen. Ik vermoed omdat ze het ongemakkelijk vinden. Zo’n camera is confronterend voor pubers. Ze vinden het ontzettend eng dat hun klasgenoten kunnen zien hoe hun thuissituatie is.”

Dat Maan haar leerlingen niet ziet, maakt het online lesgeven nog lastiger. „Oogcontact is cruciaal. Je ziet of je woorden landen. Of ze je kunnen volgen. Los daarvan mis je als docent de dynamiek in een klas: ik weet normaal gesproken onmiddellijk hoe mijn leerlingen zich voelen. Of ze moe zijn, of juist uitgelaten. Nu kan ik mijn voelsprieten niet gebruiken. We doen allemaal hard ons best om er iets van te maken, maar online lesgeven haalt het bij lange na niet bij gewoon lesgeven.”

Nicole ter Harmsel (35), leerkracht groep 7: ‘Mijn hoofd zegt dat ik zekerheid wil’

Veel leraren willen dat de scholen pas weer opengaan als de risico’s helder zijn, blijkt uit peilingen van de Algemene Onderwijsbond en het Lerarencollectief. Ook vakbond Leraren in Actie vindt dat er nog te veel onduidelijkheid is over de besmettelijkheid van kinderen om de scholen na de meivakantie weer open te doen. Nicole ter Harmsel (35), leerkracht van groep 7 op een basisschool in de regio Twente, deelt die zorgen. Maar, zegt ze: „Ik zou héél graag weer voor de klas gaan staan. Ik mis het om de kinderen even in hun gezicht te kijken, waardoor je weet hoe ze zich voelen. Om te zien hoe ze uitgewaaid zijn na de pauze, hoe het kwartje valt als ze iets begrijpen. Ik wil dat liever vandaag dan morgen terug. Maar ik hoop wel dat dat op een veilige manier kan.”

Dat er nog geen uitsluitsel is over de overdraagbaarheid van het coronavirus door kinderen, omdat RIVM-onderzoek hiernaar nog niet af is, geeft veel onrust, verwarring en onzekerheid, zegt ze. „Je staat dan misschien weer voor de klas, maar je weet niet in hoeverre dat veilig is. Vooral vanwege de kwetsbaarheid van oudere collega’s maak ik me daar zorgen over. En in hoeverre moet je rekening houden met die anderhalve meter?”

Lees ook: Gaan de scholen weer open? Ouders en leraren zijn diep verdeeld

Ook dat geeft onzekerheid: hoe ziet zo’n anderhalvemeter-school eruit? „Laat je de helft van de klas komen, kun je nog hulp geven aan tafel? Kun je klassikaal lesgeven en hoe gaat het met buitenspelen? Dat zijn vragen die in mijn hoofd zitten. De antwoorden zijn er nog niet, al wordt er door elke school gedegen over nagedacht. Maar het is heel moeilijk oplossingen te bedenken als je nog niet weet wat de voorwaarden zijn.”

Om zichzelf maakt ze zich geen zorgen – ze zit niet in de risicogroep. Wel om haar sociale contacten. „Mijn man, mijn broer die in de zorg werkt, mijn vader die tot de risicogroep behoort. Ik ben niet direct angstig, maar dat speelt wel in mijn hoofd. Ik wil hen graag veilig houden.”

Ze hoopt op een „gedegen besluit op basis van gedegen onderzoek”. En als er alleen deelresultaten zijn, maar de basisscholen toch (deels) opengaan? „Ik zou me dan afvragen of dat echt kan”, zegt ze. „Maar ik zou ook mijn werk gaan doen. Mijn hoofd zegt dat ik zekerheid wil, maar mijn gevoel zegt: lesgeven en de kinderen, dat wil ik het allerliefst.”