Laaggeletterd in coronatijd: ‘Ik begreep niet waarom we binnen moesten blijven’

Laaggeletterdheid Mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, hebben nu extra problemen. Ze worden boos en bang door de grote hoeveelheid informatie en de moeilijke woorden.

Bettie Hoogewerf (53) is laaggeletterd: „Ik zit regelmatig met mijn handen in het haar bij het maken van mijn huiswerk.”
Bettie Hoogewerf (53) is laaggeletterd: „Ik zit regelmatig met mijn handen in het haar bij het maken van mijn huiswerk.” Foto Olivier Middendorp

Bij een griep ga je toch gewoon in bed liggen tot je bent opgeknapt? Sinds Nederland maatregelen heeft getroffen tegen de verspreiding van het coronavirus, gaan dit soort vragen steeds door het hoofd van Anneke Borgsteijn (56). „Ik vraag me af of het wel een griep is”, zegt ze. „Er is zoveel drama omheen.”

Anneke is één van de 2,5 miljoen laaggeletterden (boven de 16 jaar) in Nederland. Zij zijn geen analfabeten, maar hebben grote moeite met lezen en schrijven. Volgens Stichting Lezen en Schrijven – die organisaties ondersteunt om laaggeletterdheid in Nederland terug te dringen – heeft het merendeel van de laaggeletterden een gemiddeld IQ. Ze stuiten volgens de stichting op meerdere problemen. Bijvoorbeeld bij het invullen van formulieren, het schrijven van een klachtenbrief of het lezen van een medicijnbijsluiter.

Maar ook lezen en begrijpen van het nieuws is lastig als je laaggeletterd bent. Dat is extra vervelend als dat nieuws gaat over een besmettelijk virus dat verstrekkende gevolgen heeft voor je dagelijks leven, zoals corona. „Het coronavirus brengt een enorme hoeveelheid informatie met zich mee en in de berichtgeving worden veel moeilijke woorden gebruikt”, zegt Geke van Velzen, directeur van Stichting Lezen en Schrijven. „En dan is er ook nog nepnieuws, dat moeilijk te onderscheiden is van echt nieuws.”

Lees ook Laaggeletterdheid kost samenleving een miljard

Als je niet goed begrijpt wat er precies aan de hand is, kan dat je bang en boos maken. Toen Anneke een maand geleden bij een kennis aan het logeren was, sommeerde het wooncentrum waar ze woont haar plotseling naar huis te komen. Eenmaal thuis was ze zo boos dat ze niet meer wilde eten. Anneke: „Ik begreep niet waarom we opeens allemaal binnen moesten blijven. ‘Laat mij maar lekker doodgaan’, zei ik. Ik denk dat dat ook een stukje angst was.”

Minder hulp

Sommige laaggeletterden krijgen door de ‘intelligente lockdown’ niet meer de hulp die ze normaal krijgen, zoals bij het invullen van belangrijke formulieren. En laaggeletterden die taalles volgen, lopen vast met hun huiswerk, zoals Bettie Hoogewerf (53): „Ik zit regelmatig met mijn handen in het haar bij het maken van mijn huiswerk, omdat ik de stof niet begrijp. Dan moet ik wachten tot mijn dochter me kan helpen. Die woont nog bij mij in Almere, maar is veel van huis voor haar werk als beveiliger.”

Sommige mensen zijn bijna aan het huilen aan de telefoon

Romana Fronczek geeft Nederlandse les aan laaggeletterden

Een vijftigjarige laaggeletterde man – zzp’er in de bouw – woont alleen en vertelt dat hij nu veel meer op zichzelf aangewezen is als het gaat om lezen en schrijven. Hij wil anoniem blijven, omdat hij zich schaamt voor zijn laaggeletterdheid. „Als iets echt niet lukt, kan ik gelukkig wel een vriendin bellen, maar ook dan moet ik veel zelf doen”, zegt hij. „Ik moest laatst bijvoorbeeld een wachtwoord wijzigen. Dan zoekt die vriendin op Google op hoe ik dat moet doen en stuurt ze me via WhatsApp screenshots van de instructies. Het lezen van die instructies kost me veel tijd en energie, maar ik probeer geduldig te blijven.”

E-mailen is lastig

Hoewel bellen meestal geen probleem is voor laaggeletterden, is videobellen of e-mailen dat wel. Dat maakt het ontvangen van voldoende lees- en schrijfhulp lastig voor mensen zoals de laaggeletterde bouwvakker.

Lees ook Laaggeletterden staan vol schaamte aan de balie

Volgens Stichting Lezen en Schrijven is er in laaggeletterde huishoudens minder vaak een computer of laptop aanwezig. „Mensen die laaggeletterd zijn, zijn vaak ook digitaal helemaal niet vaardig”, zegt Romana Fronczek – die Nederlandse les geeft aan laaggeletterden op het ROC in Almere. „Ik probeer mijn lessen voort te zetten via Zoom, maar in de laatste les hadden maar drie van de tien cursisten ingebeld. En dat ging zelfs om mijn meest digitaalvaardige klas.”

De cursisten die Fronczek niet digitaal kan bereiken, belt ze geregeld om te vragen hoe het met ze gaat. Vaak moet ze een peptalk geven. „Sommige mensen zijn bijna aan het huilen aan de telefoon”, zegt Fronczek. „Ze hebben stress over het coronavirus. Soms zijn er thuis spanningen, omdat het hele gezin binnen zit. En dan moeten ze ook nog eens aan de slag met hun computer. ‘Ik houd dit niet vol’, zeggen ze.”

Fronczek belt haar cursisten ook omdat ze „als de dood is” dat ze van de radar verdwijnen en na de crisis niet meer naar haar les komen. Geke van Velzen van Stichting Lezen en Schrijven: „Fysieke lessen zijn heel belangrijk om laaggeletterden gemotiveerd te houden. Als ze nu hun motivatie verliezen, is het lastig die terug te krijgen. Daarnaast moet je ook een zekere rust hebben om je goed te kunnen concentreren op lesstof. Die rust ontbreekt voor veel laaggeletterden vanwege de stress omtrent de crisis.”

Makkelijker signaleren

Ondanks de problemen creëert de coronacrisis volgens Van Velzen ook kansen. Nu werkend Nederland aangewezen is op digitale communicatie kunnen werkgevers makkelijker laaggeletterdheid signaleren onder hun werknemers. „Achter gebrekkige digitale vaardigheden zitten soms gebrekkige taalvaardigheden”, zegt Van Velzen. Ze hoopt dat werkgevers alert zijn en zich bereid tonen om te investeren in werknemers die moeite blijken te hebben met lezen en schrijven.

De vijftigjarige bouwvakker probeert elke dag „even te oefenen op de laptop”, zegt hij. „Vorige week heb ik voor het eerst in mijn leven een e-mail verstuurd.” De krant moet en zal hij uitlezen, ook al doet hij daar twee dagen over. Ook Bettie blijft oefenen. „Als ik een artikel niet begrijp, lees ik het gewoon opnieuw.”