Reportage

Koeweiti’s zijn nu wel bezorgd om de Bengaalse arbeiders: stel dat ze besmet raken!

Arbeidsmigratie in Golfstaten Pas sinds ‘corona’ schreeuwt iedereen moord en brand: waarom zitten lagelonenmigranten opeen in zulke erbarmelijke omstandigheden?

Filippijnse arbeidsmigranten die gebruik kunnen maken van de amnestieregeling, wachten op het vliegveld van Koeweit op een vlucht terug naar hun thuisland.
Filippijnse arbeidsmigranten die gebruik kunnen maken van de amnestieregeling, wachten op het vliegveld van Koeweit op een vlucht terug naar hun thuisland. Foto Yasser Al-Zayyat /AFP

‘Mohamed, van Dhaka naar Koeweit’, eronder een telefoonnummer. Met dikke stift op een tas geschreven. Aan de vale inkt te zien al een tijdje geleden. Vandaag hoopt Mohamed dat het andersom is: van Koeweit naar Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh. Zoals de honderden anderen die zich hier vanmorgen met hun rolkoffers en mondkapjes verzamelden op het stoffige schoolterrein. Ze willen gebruikmaken van het aanbod van de Koeweitse regering voor illegalen: opvang, gratis vlucht naar huis, geen boetes en de mogelijkheid terug te komen.

„Ik ga naar huis! Hier is helemaal niks. Geen werk, geen geld, geen eten, geen vrouwen, niks.” De bolle man in pastelgroen overhemd is uitgelaten, zo graag wil hij weg uit Koeweit. Hij is vrolijker dan de meesten, die er angstig uitzien en van hot naar her worden gestuurd met hun gekreukelde en bevingerde A4’tje. Ze ogen allemaal hetzelfde: bruine pantalon, pastelkleurig overhemd en sandalen.

Tussen al deze mannen valt Farouq nogal op in zijn gloednieuwe kakikleurige buitensporttenue met hippe gympen en honkbalpet. Hij spant rood-wit lint om de boel in goede banen te leiden. De vriendelijke Koeweiti is vrijwilliger van het ministerie van Binnenlandse Zaken. „De schuld voor deze ellende ligt deels bij de agenten in hun thuisland, deels bij ons. Wij hebben slechteriken hun gang laten gaan.” Hij doelt op Koeweitse zakenlui die grof geld verdienen aan valse visa en beloftes. „Nu moeten we dus iets doen. Ik heb medelijden met deze mensen hier.”

Medelijden is niet de (enige) drijfveer voor deze regeling. Koeweit herbergt ten minste 150.000 illegalen, het leeuwendeel afkomstig uit India, Bangladesh en Egypte. En zolang ze voor een habbekrats je huis schilderden, op de brommer sigaretten bezorgden en verder in hun wijk bleven, kon hun bestaan niemand veel schelen. Zoals het ook niemand veel kon schelen dat een van de rijkste landen ter wereld sloppenwijken heeft die niet onderdoen voor die in Dhaka.

Lees ook: ‘Hittestress zorgt in Qatar voor honderden doden’

Moord en brand

Tot de coronacrisis. Toen schreeuwde iedereen ineens moord en brand over hoe het toch kon, zoveel lagelonenmigranten opeengepakt in zulke erbarmelijke omstandigheden. In een land als dit, schande. Wat als deze mensen besmet raakten? Dat zou als een lopend vuurtje door hun appartement, gebouw, straat, buurt en vervolgens – op de brommer met de sigaretten – de rest van het land gaan. Er moest iets gebeuren. Dus werd een amnestieregeling opgetuigd voor de illegalen en werden de overbevolkte wijken hermetisch afgesloten. En moest iedereen aan social distancing doen.

Dat is makkelijk praten, vanuit je villa, waar je je in je eigen vleugel kunt terugtrekken. Een Koeweitse vertelde hoe zij de tijd in zelfisolatie doorbrengt: „We hebben de thuisbioscoop verbeterd en de gym is nu ook weer gebruiksklaar." Haar hond trekt baantjes in het zwembad. Haar vader is longpatiënt. Nasleep van de oliebranden die in 1990 werden aangestoken door het Iraakse leger, dat eerder dat jaar Koeweit was binnengevallen. Dus hij moet inderdaad oppassen met het virus. „We houden dit gewoon vol tot er een vaccin is.”

Op het moment van schrijven zijn zo’n 1.500 gevallen van besmetting in Koeweit bekend. Onder hen zo’n driehonderd Koeweiti’s, circa duizend Indiërs en een restgroep die bestaat uit twintig nationaliteiten. Waarom zoveel Indiërs besmet raken, is niet bekend. Misschien doordat vrijwel alle verpleegkundigen Indiaas zijn.

Soort uitroken

Farouq: „Natuurlijk willen ze nu terug; er is geen werk meer en het aanbod is genereus.” Hij erkent dat het inderdaad iets weg heeft van uitroken. De illegalen laten zich maar moeilijk vinden. Ze zijn nergens geregistreerd, hebben een ondergronds netwerk en houden het hoofd boven water met zwarte klussen. Een van de mannen hier in de rij werkte op een ‘boerderij’: een gammel gebouw met wat dieren in een bloedhete woestijn, waar een bewaker in eenzaamheid zijn tijd doorbrengt. „Hij zat ver weg”, zegt een vriend van de man, die zelf geen Engels of Arabisch spreekt. „Twee jaar in die ellende zonder geld, goed eten, visum.”

De man om wie het gaat glimlacht verlegen en frummelt wat aan een in plastic verpakt stukje cake dat op zijn rolkoffer ligt. Voor tijdens het wachten op registratie, de corona-test, de bus naar de opvang en dan de vlucht naar huis. Hopelijk. Want dat blijkt nog geen uitgemaakte zaak. Farouq: „Bangladesh neemt maar een beperkt aantal mensen terug. Dat zeggen ze niet met zoveel woorden, maar de medewerkers van de ambassade hier maken het zo moeilijk dat we dagelijks maar een paar honderd mensen door het systeem krijgen. Hetzelfde probleem met Egypte.”

Paar honderd Filippijnen

Heel groot zijn de aantallen illegalen die al vertrokken dan ook nog niet. Voor zover bekend werden tot nu toe een paar honderd Egyptenaren en een paar honderd Filippijnen teruggevlogen.

Achter hem druipen degenen die buiten de boot vielen af. Ze komen morgen of overmorgen terug, de aangewezen dagen voor Bengalen. Wie het dan nog niet is gelukt, valt terug in de illegaliteit. En moet hopen dat het probleem na de crisis structureel wordt aangepakt. Geen garantie in een land waar ad-hoc tot kunst verheven is.