Opinie

Het wapenvirus en de oorlog van iedereen tegen iedereen

Tweede Amendement Amerikaanse burgers kopen massaal wapens in verband met het coronavirus. Niets is gevaarlijker, betoogt , zeker nu president Trump nog meer verdeeldheid probeert te zaaien.
Illustratie Hajo

Amerikanen hamsteren niet alleen pasta en wc-papier. Ook vuurwapens verkopen beter dan ooit. Covid-19 is ogenschijnlijk de reden waarom veel kopers voor het eerst naar de wapenhandel rennen. Lobbyisten voor de wapenindustrie hebben druk gezet op de federale regering om wapenwinkels open te houden als een ‘essentiële’ dienstverlening, net als voedingswinkels en apotheken.

Met succes. Een gloednieuw Glock-19 pistool of het zeer geliefde AR-15 semiautomatisch geweer zijn voorradig in iedere behoorlijke Walmart supermarkt.

Wat betreft vuurwapens hadden de VS al een reputatie van krankzinnigheid. Maar er zit nog iets merkwaardigs aan deze toeloop op wapenhandels. Wapenliefhebbers en conservatieven in de VS beroepen zich graag op geschiedenis, traditie, en de achttiende-eeuwse grondwet bij hun aanspraak op het recht om wapens te dragen.

Lawrence Keane, vicepresident van de National Shooting Sports Foundation, een van de krachtigste lobbyisten voor wapens, zei onlangs dat elk individu het recht heeft om wapens aan te schaffen om „hem- of haarzelf, en tevens hun huis, bedrijf en bezittingen te verdedigen”. Maar deze claim is ver te zoeken in de oorspronkelijke tekst van de Amerikaanse grondwet. Althans tot kortgeleden, volgens de interpretatie van de meeste Amerikaanse juristen.

Lees ook: Politici, geef het paniekvirus geen ruimte

Burgermilities

De schrijvers van het zogeheten Second Amendment bepaalden in 1791 het volgende: „Een goed geregelde militie is onontbeerlijk voor de verdediging van de vrije staat. Daarom is het recht om wapens te bezitten en te dragen onontbeerlijk.” Men zag burgermilities als een noodzakelijke bescherming tegen een tirannieke regering.

De potentiële vijand was wat president Trump en zijn aanhangers graag de ‘deep state’ noemen, de regering in Washington die de rechten van het vrijheidslievende volk met de voeten zou treden, tenminste als men zich niet zou kunnen bewapenen.

Dit is natuurlijk heel wat anders dan de verontruste burgers die nu naar de wapens grijpen om ‘hem- of haarzelf’ te verdedigen. Mensen vrezen niet een tirannieke staat, maar een wetteloze toestand in een economische catastrofe vanwege het virus.

Lees ook: De schietpartij joeg iedereen dieper de loopgraven in

Iedereen tegen iedereen

Thomas Hobbes, getraumatiseerd door de Engelse burgeroorlog (1642-1651), waarschuwde in zijn bekende boek Leviathan voor de „oorlog van iedereen tegen iedereen” die zou ontstaan als de staat niet almachtig was en dus ook geen monopolie had op het gebruik van gewapend geweld. Zonder die absolute soevereiniteit, zei hij, komen we terecht in een ‘natuurtoestand’, en dat betekent barbarij. Democratische staten zijn gelukkig niet almachtig, maar zij hebben wel het geweldsmonopolie.

De VS zijn hierop de enige uitzondering. Het monopolie op wapengebruik wordt niet aan de staat toevertrouwd. Daarentegen probeerde vanouds de overheid geweld in toom te houden – lang niet altijd met succes – door regels te stellen op het soort wapens dat men zou mogen dragen en het soort mensen dat ze zouden mogen aanschaffen. Tot het eind van de jaren zeventig was de machtige National Rifle Association (NRA) een soort club voor jagers en amateurschutters, die probeerde het gebruik van vuurwapens zo veilig mogelijk te maken.

Niettemin was het diezelfde NRA die het tenslotte voor elkaar kreeg dat mensen nu officieel een semi-automatisch geweer kunnen aanschaffen in een supermarkt. Dit heeft te maken met een van die paniektoestanden die eerder zijn voorgekomen in de Amerikaanse historie.

Black Panthers

Als veel Amerikanen in paniek raken is de rassenkwestie meestal niet ver te zoeken. In de jaren na 1860, na de Burgeroorlog toen slavernij werd verboden, ontstond de Ku Klux Klan om met geweld weer orde op zaken te stellen.

Paniek ontstond ook in de jaren zeventig van de vorige eeuw, nadat leden van de revolutionaire Black Panthers tien jaar daarvoor het recht hadden opgeëist om zich met wapens te verdedigen tegen wat zij zagen als een repressieve staat.

Dat de NRA zich ontpopte als de extreme voorvechter van het persoonlijke bezit van vuurwapens had ook te maken met de verlening van burgerrechten aan zwarte Amerikanen. Toen kwam de grote ruk naar rechts van de Republikeinen, samen met de opkomst van christelijke megakerken en de eis voor een herziening van de Second Amendment. Men moest zich tenslotte toch kunnen verdedigen tegen die gevaarlijke zwarten, gesteund door die verachtelijke ‘liberals’ in de grote steden.

Toch duurde het tot 2008 voordat een steeds rechtser Supreme Court met vijf rechters tegen vier besloot om formeel aan individuele burgers het recht te verlenen om wapens te dragen om ‘huis en haard’ te beschermen. De extreme verrechtsing van de VS is de wraak op de geslaagde burgerrechtenbeweging in de jaren zestig.

Angst voor bandeloosheid

De ‘oorlog’ die president Trump, nogal laat, verklaarde tegen Covid-19 toont op het eerste gezicht weinig overeenkomsten met de witte volkswoede over het vermeende verlies van raciale privileges. Toch heeft het daar wel iets mee te maken. De angst voor bandeloosheid is angst voor de armere bevolking, die niets meer te verliezen heeft in een economische crisis. Dus voor een „oorlog van iedereen tegen iedereen”. Nu ja, niet iedereen. Bange mensen zoeken zondebokken, en die hebben vaak een andere huidskleur: misschien zwart, of misschien ‘de Aziaten’.

Hobbes ging stellig te ver in zijn bereidheid om alle macht aan de staat te overhandigen, maar in een ding had hij gelijk. Niets is gevaarlijker dan iedereen een wapen in handen te geven, helemaal onder een president die er alles aan doet om nog meer verdeeldheid in zijn land te zaaien. Dat is pas echt iets om bang voor te zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.