Eén munt, één reiszone, dus ook één corona-app?

Europese Unie Heb je bij het reizen door de EU straks in elk land een andere corona-app nodig? Brussel probeert te coördineren, maar de praktijk blijkt weerbarstig.

Illustratie Rik van Schagen

De Franse camping, een seminar in Kopenhagen, die stedentrip Boedapest of een weekje Griekse zon: in een al dan niet nabije toekomst moeten die weer binnen bereik komen. En dan kan er aan het vaste checklijstje van de reiziger – ID-kaart, pinpas, verzekeringspolis, beetje cash – mogelijk iets worden toegevoegd: zijn alle corona-apps gedownload?

Om maatregelen tegen corona af te bouwen, vestigen veel Europese landen hoop op zogeheten contacttracering via mobiele telefoons. In hoog tempo worden apps ontwikkeld om nieuwe besmettingen snel op te sporen. In Azië bestaan deze al langer. En hoewel ze daar vooral resultaat lijken te hebben wanneer ze verplicht zijn (zoals in China en Zuid-Korea), lijkt er onder Europese bevolkingen animo voor te bestaan. In enquêtes in onder meer het Verenigd Koninkrijk en Nederland zei een meerderheid zo’n applicatie te zullen downloaden en gebruiken.

Contacttracering kan op allerlei manieren, waarbij elk land nu zijn eigen weg verkent. De meeste EU-landen gebruiken dezelfde munt, roaming- en pinkosten zijn afgeschaft en voorheen kon je binnen de Schengenzone vrij reizen. Juist dit soort praktische voordelen van de EU worden gewaardeerd. Kan Europa in deze crisistijd geen sier maken met één corona-app?

Dan hoeven reizigers immers niet bij elke grens op een lokaal exemplaar over te stappen en kunnen ook contactpersonen die een andere app gebruiken gewaarschuwd worden. Eind vorige week lanceerden lidstaten met steun van de Europese Commissie daarom een toolbox. Een gereedschapskist met richtlijnen voor het waarborgen van privacy en aanwijzingen hoe de verschillende apps ook over de grens kunnen functioneren. Het document inventariseerde ook de vorderingen per lidstaat. Een „onvolledig” overzicht, dat duidelijk maakte dat veel landen afzonderlijk het wiel proberen uit te vinden.

Binnen de EU is Oostenrijk voorloper. Hier lanceerde het Rode Kruis op 25 maart de app Stopp Corona, ontwikkeld door de firma Accenture. Gebruikers geven elkaar een „digitale hand”. Net als bij apps die in Nederland in ontwikkeling zijn, wordt via bluetooth geregistreerd met welke andere toestellen de gebruiker contact had.

Niet ieder land beperkt zich tot bluetooth. In Tsjechië brengt de gezondheidsdienst via locatiegegevens van mobieltjes en betaalgegevens van banken de contacten van een besmet persoon in kaart. Die mensen worden met hulp van het leger bereikt, getest en in quarantaine geplaatst. Ook Cyprus lanceerde een app op basis van locatiedata. Volgens de toolbox is opslaan van de gegevens echter „nodig noch aanbevolen”. Dit zou „grote veiligheids- en privacyproblemen veroorzaken”. De Commissie wil dat lidstaten de technologie van hun keuze eind mei beschikbaar hebben gesteld.

Pan-Europees initiatief

Onder meer de drie grootste landen van de EU – Frankrijk, Italië en Duitsland – evenals de kleine digitale pionier Estland kijken naar een pan-Europees initiatief, PEPP-PT. Dit consortium van experts wil een soort keurmerk ontwikkelen dat kan worden toegekend aan nationale apps, zodat gebruikers weten dat privacy en veiligheid op orde zijn. Ook moeten gecertificeerde apps compatibel zijn met die van over de grens, door via een ‘back-end-mechanisme’ te communiceren. Wanneer een Fransman die recent Duitsland bezocht positief test, kunnen zo ook zijn Duitse contacten ingelicht worden.

Het project wordt gepresenteerd als alternatief voor de ingrijpender Aziatische applicaties. „We willen de basis vormen voor het democratische antwoord op wat andere systemen hebben bereikt op manieren die niet altijd acceptabel zijn voor een vrije samenleving”, aldus Hans-Christian Boos, die het project leidt. De Duitser claimde tegenover de pers dat al tientallen regeringen interesse hebben getoond.

De afgelopen dagen ontstond controverse over PEPP-PT. Maandag ondertekenden driehonderd privacyvoorvechters en cyberveiligheidsexperts een open brief waarin ze waarschuwden voor mission creep. Als de introductie van de apps niet zorgvuldig verloopt, kunnen ze discriminatie in de hand werken en misbruikt worden voor surveillance. Hun grootste zorg is opslag van de traceerdata in één centrale database, die toegankelijk kan worden voor autoriteiten (of kan worden gehackt).

Lees ook: Een goede app, dat duurt nog wel even

Er bestaat een alternatief: het DP-3T-protocol, ontwikkeld in Zwitserland. Gegevens worden hierbij niet in een centrale database opgeslagen, maar alleen op de telefoon van de gebruiker zelf. Die kan op elk moment beslissen welke data hij wil delen met de autoriteiten of anderen. Van de zeven voorliggende apps in Nederland , is er één (die van Deus) gebaseerd op DP-3T. Ook het Europees Parlement riep vrijdag op tot een ‘decentrale aanpak’.

Donderdag ontdekte techsite Coindesk dat PEPP-PT de aanvankelijke voorkeur voor DP-3T stilletjes had weggepoetst. Volgens projectcoördinator Boos zou dat een misverstand zijn en het gevolg van „slechte communicatie”, zei hij tegen Techcrunch. Volgens hem blijft het platform ook kijken naar gedecentraliseerde opslag.

Dat laatste is mogelijk ook onmisbaar om apps straks goed te laten draaien op toestellen van Apple en Google. De duopolisten passen momenteel hun besturingssystemen iOS en Android aan elkaar aan, meldden ze vorig week. Dit is nodig om bluetooth-techniek fijnmaziger te maken en zo de kans op foutmeldingen terug te dringen. Mogelijk verzetten ook de twee techgiganten zich tegen centrale opslag.

Wisselen van appwinkel

Als bedrijven en overheden eenmaal werkzame apps hebben die persoonsgegevens voldoende beschermen, is het nog de vraag of burgers ze daadwerkelijk omarmen. Volgens een woordvoerder van het Oostenrijkse Rode Kruis is Stopp Corona 400.000 keer gedownload. Dat is een krappe 5 procent van de bevolking, terwijl deskundigen een deelname van 60 procent adviseren. „Als 30 procent meedoet vinden we dat ook een belangrijke bijdrage”, zegt de woordvoerder. Er komt een reclamecampagne via sociale media.

Ook buiten de EU zijn vrijwillige apps nog geen succes. In Singapore en Israël heeft in een maand tijd een vijfde van de bevolking de lokale apps gedownload. Onduidelijk is welk deel van deze mensen de app daadwerkelijk gebruikt. De IJslandse bevolking is lauwwarm over de app Rakning C-19: volgens The Economist doet 40 procent (van 350.000 inwoners) mee.

Het Oostenrijkse Stopp Corona ‘praat’ nog niet met apps in andere landen. Het Rode Kruis zegt in overleg te zijn met zowel PEPP-PT als DP-3T. Wie in de Alpen op wandelvakantie wil, kan met enige moeite al meedoen met Stopp Corona: door over te stappen naar de Oostenrijkse App Store of Google Play, of door een tweede account aan te maken. „Praktisch is het natuurlijk niet”, zegt het Rode Kruis.