De kledingvoorraad raakt over datum: straks koopt niemand nog een zomerjas

Modezaken Veel kledingwinkels zijn vanwege het coronavirus deels of geheel gesloten. Voor de lonen is een oplossing, voor de huren soms ook, maar wat te doen met het ‘bederfelijke’ assortiment?

De voorjaarscollectie van Nynke Kloosterman, van kledingwinkel Diezijner in Groningen, komt in januari en februari binnen. April en mei zijn dan de belangrijkste verkoopmaanden.
De voorjaarscollectie van Nynke Kloosterman, van kledingwinkel Diezijner in Groningen, komt in januari en februari binnen. April en mei zijn dan de belangrijkste verkoopmaanden.

Halverwege maart was Michel Noordermeer (35) nog vast van plan zijn winkel open te houden. Het coronavirus had in Nederland net zijn eerste slachtoffers gemaakt en premier Rutte riep Nederlanders op zoveel mogelijk binnen te blijven, maar winkels hoefden van het kabinet niet dicht. Dus deelde Noordermeer een strijdvaardig bericht op sociale media. „Zolang het nog ‘verantwoord’ is, blijven wij open.”

Een van de reacties die hij kreeg kwam hard binnen. „Iemand zei: dus jij vindt dat het nog verantwoord is?”

Het zette Noordermeer, eigenaar van kledingwinkel Kloffie in Haarlem, aan het denken. Wat als een van zijn werknemers door contact met klanten ziek zou worden? Of als een geliefde besmet zou raken, alleen omdat hij „een beetje omzet” wilde maken? „Mijn collega’s helpen mij elke dag bij het verwezenlijken van míjn droom. Ze zijn er altijd voor me.” Wilde hij echt dat risico lopen?

Nog diezelfde avond volgde een tweede bericht. Kloffie, een winkel met kleding en schoenen van eigentijdse merken, ging per direct dicht. Liever nu een tijdje „op de blaren zitten” dan het probleem nodeloos verergeren, vond Noordermeer. „We moeten gewoon even zo min mogelijk contact hebben. Des te eerder ben je er weer vanaf.”

Ook voor grote modehuizen zijn maart en april belangrijke maanden. Door het coronavirus liggen de productie van kleding en de grote modeshows grotendeels stil

Financieel is dat een domper, zegt de ondernemer via de telefoon. Hij heeft geen webwinkel, dus zijn omzet is al weken „nul komma nul”. Noordermeer heeft het geluk dat hij wat reserves had aangelegd. Bovendien worden zijn maandelijkse lasten enigszins verlicht. De lonen van zijn personeel worden nu voor een groot deel opgevangen door de overheid. Zijn verhuurder was bereid de huur met 35 procent te verlagen zolang de winkel dicht is.

Toch is er één zorg waarvoor Noordermeer voorlopig geen oplossing heeft kunnen vinden: zijn kleding. Mocht Nederland over een paar maanden weer meer gaan winkelen, dan kunnen veel ondernemers gewoon doorgaan waar ze gebleven waren. In de kookwinkel vraagt iedereen dan nog steeds om dezelfde pannen en kookwekkers als begin dit jaar. En de doos met Catan of Koehandel is in de speelgoedwinkel ook dit najaar nog gewild.

Met kleding ligt dat anders – en dat maakt de situatie voor modezaken nog net iets nijpender dan elders in de winkelstraat. Kleding is seizoensgebonden én aan trends onderhevig. Het geel of oranje dat nu misschien helemaal in de mode is, kan volgend jaar alweer verouderd zijn.

„Toen de horeca sloot, hoorde je dat al die bedrijven met bederfelijke waar bleven zitten”, zegt Noordermeer. „Maar in zekere zin geldt dat ook voor ons. Kleding is beperkt houdbaar.”

Achter de monumentale houten pui van zijn winkel hangen nu zomerjassen en dikkere truien, kledingstukken die de consument draagt op een frisse voorjaarsavond. „Stel dat we over anderhalve maand opengaan en het is 25 graden buiten. Dan gaat niemand dat soort producten nog kopen.” Een verloren collectie dreigt. Misschien meerdere, als de maatregelen om de uitbraak in te dammen lang voortduren.

Foto Siese Veenstra

Gigantische stapel rekeningen

Net als veel andere winkeliers begon Nynke Kloosterman (38) al maanden geleden met voorbereidingen op het voorjaar. De eigenaresse van Diezijner, een winkel vol kleurrijke vrouwen- en kinderkleding in de knusse Groningse Zwanenstraat, bestelt haar producten vaak zes maanden van tevoren. De voorjaarscollectie komt al in januari en februari binnen. April en mei zijn dan de belangrijkste verkoopmaanden.

Ook Kloosterman besloot medio maart haar winkel te sluiten. Er kwamen amper klanten – slechts twee op de laatste dag – dus het kon niet uit om door te gaan. Inmiddels is ze drie dagen per week weer open. Daarnaast kunnen klanten op afspraak komen winkelen en organiseert Kloosterman op Facebook live passessies, om te laten zien hoe een bepaald model valt. Het levert iets op – „bij elke omzet denk ik: het gat is weer íéts kleiner” – maar lang niet zoveel als gewoonlijk.

Tegelijkertijd blijft de nieuwe vracht maar komen. De collectie voor het najaar is begin dit jaar besteld en wordt vanaf juni geleverd. „We kunnen niet snel reageren, eigenlijk volgend voorjaar pas.” En met de nieuwe collectie komt ook „de gigantische stapel rekeningen” die erbij hoort, zegt Kloosterman. Facturen die ze gewoonlijk betaalt met de opbrengst van de vorige collectie.

Verschillende leveranciers zijn bereid mee te denken, merkt ze. „Die stellen voor nog even te wachten met het opsturen van nieuwe producten. Of ze geven nu drie maanden de tijd om te betalen, in plaats van dertig dagen. Maar sommige zeggen ook: heel shocking, dat corona, maar je loopt achter met betalen. Dus ik zie het graag eind deze week, anders krijg je de volgende levering niet.”

Alleen mannenmerken

Bij Jan Thiel in Den Bosch is van een stapel rekeningen nog geen sprake, zegt hij. Thiel (65) heeft twee kledingwinkels in de Kerkstraat, een van de belangrijkste winkelstraten van de stad. In de ene, Blue Brands, verkoopt hij een selectie van moderne mannenmerken. In de ander, Pall Mall, ligt louter kleding van mannenmerk PME.

Nadat hij zijn winkels 23 maart sloot, is Thiel meteen in overleg gegaan met zijn leveranciers. Gezamenlijk is besloten de collectie voor hoogzomer voorlopig uit te stellen. „Die wordt later geleverd. Of volgend jaar, dan slaan ze het op.” Een prima oplossing voor nu, vindt hij, maar wel een tijdelijke. Want als Nederland straks toch komt winkelen, zou het weleens kunnen dat hij te weinig kleding met korte mouwen heeft.

Het geel of oranje dat nu mode is, kan volgend jaar verouderd zijn

Maar het verandert niets aan de problemen waar elke modewinkel nu mee kampt, zegt hij. Er komt geen geld binnen, terwijl er wel geld uitgaat. De huur moet deels of volledig worden betaald, en op een gegeven moment zul je toch een nieuwe collectie moeten betalen. Om die reden heeft Thiel – „na veel rekenen en afwegen” – na Pasen toch besloten weer open te gaan. Met veiligheidsmaatregelen, uiteraard.

Toch heeft hij niet de illusie dat hij de komende weken zijn volledige voorjaarsvoorraad zal kunnen verkopen. Die zal hij moeten afprijzen, of volgend jaar opnieuw in de winkel hangen. Hij merkt dat zijn leveranciers daar rekening mee houden. „Daar zijn de ontwerpers nu bezig met de collectie voor 2021. Die kijken welke kleuren ze moeten gebruiken zodat die kleren passen bij wat nu wordt doorgeschoven.”

Voor Thiel is het een voordeel dat hij alleen mannenkleding verkoopt. „Bij mannen veranderen de modellen en kleuren niet zo snel. Bij vrouwen gaan de trends veel sneller: het ene jaar smal, het volgende wijd.” Een mannenmodel kan vaak ook een jaar later nog wel in de rekken en hoeft niet meteen in de uitverkoop, zegt Thiel. En dat is maar goed ook. „Want in de sale verdien ik er niks op. Dan kan ik de fabrikant betalen, maar heb ik niet eens alle kosten gedekt.”

Kortingsacties zijn de afgelopen jaren extremer geworden en er is véél vaker uitverkoop. Lees ook dit verhaal: Verslaafd raken aan kortingen

Verbod op uitverkoop

De grote vraag is wat de ander straks doet. Wat als een concurrent die dezelfde merken verkoopt zijn spullen wél tegen lage prijzen dumpt? „Dat maakt het voor mij lastiger om ze volgend jaar opnieuw in de winkel te hangen”, aldus Kloosterman. De eigenaresse van het Groningse Diezijner heeft het geluk dat sommige merken in haar winkel slechts op een handvol plekken in het land te koop zijn. Daarmee hoeft ze de concurrentie dus niet te volgen. „Maar de producten van Tante Betsy worden op veel meer plekken verkocht.”

Binnen de kledingsector gaat nu al de oproep rond om de uitverkoop voorlopig uit te stellen, weet Kloosterman. Normaal begint die in de eerste winkels al op 1 juni. „Er zijn nu petities om dat op te schorten tot 1 juli, of zelfs 1 augustus.” In de Tweede Kamer wordt zelfs gesproken over een verbod op uitverkoop tot 1 juli, om de kleinere winkeliers te helpen.

Zulke plannen stemmen Kloosterman hoopvol: de crisis biedt ook de mogelijkheid om „te gaan morrelen” aan ingesleten patronen in de sector. Bijvoorbeeld aan het gebruik dat zomerkleding vaak al in de uitverkoop gaat voordat de zomer goed en wel begonnen is. „Dat is ooit eens opgedrongen door de grotere ketens, en daar moet jij dan in mee. Omdat de klant anders komt vragen waarom jij nog geen uitverkoop hebt.”

Michiel Noordermeer van het Haarlemse Kloffie sluit zich daarbij aan. „De korte broeken liggen nu al in maart in de winkel, en in juni ga je ze afprijzen. Terwijl je ze dán pas nodig hebt. Dat is toch gek? Volgens de huidige normen zijn de spullen die ik nu in mijn winkel heb hangen over twee maanden niet meer relevant. Dat slaat toch nergens op? Waarom zou je een trui uit de voorjaarscollectie niet in het najaar kunnen verkopen? Dan hangt er dezelfde trui, misschien dat de kleur iets donkerder is.”