Opinie

De Dood is terug van weggeweest

Levenseinde De dood is in de twintigste eeuw méér veranderd dan in alle eeuwen daarvoor, betoogt . ‘We waren nog even sterfelijk, maar een stuk minder bang. En toen kwam dat virus.’
Illustratie Getty Images

Zeven miljoen tv-kijkers zagen half maart hoe Mark Rutte „een staatsman” werd, zowat het grootste compliment dat een politicus kan krijgen. Rutte verdiende die lof met de kalme maar resolute toon waarop hij beroerd nieuws bracht, weinig of niets te bieden had, en er niettemin mee weg kwam.

Alles aan die coronatoespraak klopte. Ruttes mimiek. Hoe hij naar voren boog. Zijn aanraakbaarheid. Hoe hij de mensen in het land gerust wilde stellen en tegelijkertijd moest zien te mobiliseren, terwijl – als hij te veel zou zeggen – de paniek kon uitbreken.

„Let een beetje op elkaar”, zei de premier. Die aansporing – waarmee een vader zijn pubers bij de disco dropt – klonk minder alarmerend dan ‘lockdown’ – dat was een celdeur die in het slot valt; je stelt je er een avondklok bij voor en patrouillerende drones.

Niet iedereen begreep wat de premier bedoelde met „groepsimmuniteit”, de aanpak waarvoor hij koos.

Het coronavirus zou een groot deel van Nederland mogen besmetten, „gecontroleerd”, zei Rutte nog, zodat vooral jonge mensen de ziekte zouden oplopen. Als maar genoeg mensen antistoffen aanmaakten, zouden ze als een beschermende muur om kwetsbare ouderen heen staan.

„Dat moet ik uitleggen”, zei de premier. Het zou er niet van komen.

Ziekenhuisbed

Toen God verdween, verdween de dood met hem mee. In de loop van de vorige eeuw hebben we hem weggemoffeld. We stierven niet meer in het openbaar, maar achter het crèmekleurige gordijn van een ziekenhuisbed. Niet stinkend in een steeg, maar hygiënisch, discreet en geurvrij in hospice of hospitaal.

Voor het eerst in de geschiedenis kunnen we het leven nog eens zo lang rekken als het van Darwin en de evolutie moest duren: dankzij medische technologie, betere voeding en hygiëne worden we ruim 80 waar 40 jaar genoeg is om de menselijke soort in stand te houden. Twee levens voor de prijs van één, juicht een Hollander dan.

In de laatste driekwart eeuw is de dood méér veranderd dan in alle eeuwen daarvoor. We zijn niet minder sterfelijk, maar als verhaal, als mythe, is de dood een schim van wat hij was. Dankzij euthanasie en palliatie kun je bijna pijnloos doodgaan. En zonder die hele bijbelse santenkraam van hemel en hel is ook dood-zijn niet meer zo angstaanjagend.

Column: De angst tocht door de gesloten luiken

Fort van paters en dominees

We hebben de regie over ons levenseinde – tot voor kort het terrein van paternalistische artsen – in eigen hand genomen. Alleen het leven ná de dood – het fort van paters en dominees – kan ons nog verrassen. Maar ook het hiernamaals wachten we sceptisch af: eerst zien, dan geloven.

‘We zijn niet meer zo bang voor de dood.” Dat had ik nog niet opgeschreven of op die wet market in Wuhan besmette een vleermuis een mens. De rest is geschiedenis. De dood is terug van weggeweest, net als bordspelen, legpuzzels en Albert Camus.

Vergeleken bij de coronacrisis waren alle ‘historische’ gebeurtenissen sinds 1945 tragische incidenten. Dat kun je een hysterische claim vinden, maar wereldwijd overleden al 150.000 mensen aan corona.

Als deze crisis nog een paar maanden doorwoekert, zijn we terug bij de krach van 1929. Dan zal blijken dat corona de wereld ingrijpender verandert dan de val van de Berlijnse Muur in 1989 deed en het uiteenvallen van het Oostblok daarna.

We spraken toen met Francis Fukuyama over het einde van de geschiedenis, maar dat zei vooral iets over ons, en onze geschiedenis. Voor een Chinees in pakweg Wuhan moest alles nog beginnen.

Lees ook: Zelfs mobiele mortuaria zijn niet genoeg bij zoveel dode New Yorkers

Body bags van Barcelona

Ik heb lang gedacht dat de twintigste eeuw eindigde bij de Muur en de 21ste eeuw begon met de aanslagen van nine-eleven. Nu begin ik te geloven dat de geschiedenis ophield bij de body bags in Barcelona en de coronabrancards in Bergamo.

Ergens pakt de geschiedenis de draad wel weer op, al denk ik dat niet wij – het vrije, democratische, liberale en zich een ozongat consumerende Westen – het aanzien van de 21ste eeuw gaan bepalen, maar China.

Zoiets mag je niet zeggen. Wij zijn gedoemd tot optimisme, daar zijn we dat Rijke Westen van geworden; denk maar aan de tulpenmanie. Of overschreeuwen we met dat optimisme onze angst, de angst dat we straks niet langer de beste zijn, de sterkste, moreel superieur, de angst dat we irrelevant worden, oud en eenzaam, en dan doodgaan?

Een politicus kan zich al helemaal geen pessimisme veroorloven. En toen Rutte in die tv-toespraak begon over groepsimmuniteit, en de massale besmetting die daarvoor nodig was, kon hij niet de gevolgen noemen. Tienduizenden coronadoden. Mogelijk honderdduizenden. Godweet een half miljoen. En de teller stond op 16 maart nog maar op twintig.

Dat zouden de mensen in het land niet trekken. „Het was een misverstand”, zei Rutte een dag later in de Tweede Kamer. Dat hij iets wilde wegmoffelen wat zeven miljoen mensen hem hoorden zeggen, heeft een reconstructie van Kustaw Bessems in de Volkskrant aangetoond. Bessems weet niet meer wie hij moet geloven. Ik zou zeggen: Rutte.

Hij had geen uitweg waarbij géén tienduizenden doden konden vallen. Stond voor een ijskoud dilemma – wie laat ik het eerst sterven als de IC’s het niet meer aan kunnen? En moest dealen met de dreigende paniek als hij zou bekennen dat hij het virus niet kon stoppen.

Rutte balanceerde met een minimum aan zekerheden tussen hysterische visioenen van misantropen zoals ik en het uitzinnige fatalisme van coronafeestjes, tussen de ratio van rekenaars als Ira Helsloot, het cynisch realisme van Jort Kelder en de angst van ouderen die ineens de grip op hun dood kwijt waren.

Dat je dan niet alles kunt zeggen, maar moet zwijgen, lijkt mij de definitie van leiderschap.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.