Buitenlandse studenten in Nederland bestrijden heimwee met bellen, koken en wachten

Studenten Tienduizenden internationale studenten in Nederland zitten tijdens de coronacrisis ver weg van huis. „Dit is de eerste keer dat ik de afstand echt voel.”

Studente Julia Sheikh maakte zich eerst zorgen over haar ouders in China, nu maken zij zich zorgen over haar.
Studente Julia Sheikh maakte zich eerst zorgen over haar ouders in China, nu maken zij zich zorgen over haar. Foto Andreas Terlaak

„Ik heb enorme heimwee”, zegt de achttienjarige Julia Dane Sheikh, eerstejaars student Liberal Arts and Sciences aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. „Mijn familie is mijn veilige haven, maar zij wonen aan de andere kant van de wereld, in China.” Het wereldwijd woekerende virus maakt de afstand tussen haar en haar familie gevoelsmatig groter. „Juist nu wil ik bij ze zijn.”

Toen het virus drie maanden geleden uitbrak in Azië maakte Julia zich grote zorgen om haar familie. „Als we met elkaar belden, barstte ik in huilen uit. Ik was bang, gespannen en erg bezorgd.” Vanaf het moment dat China in lockdown ging, keerde de rust enigszins terug voor Julia. „Mijn ouders konden me toen eindelijk vertellen dat ze veilig waren daar. Nu is de situatie omgedraaid en maken ze zich vooral zorgen om mij.”

In Nederland studeren bijna 90.000 buitenlandse studenten aan universiteiten en hogescholen. Terwijl sommige Nederlanders klagen over gezinsleden die elkaar de tent uit vechten nu iedereen thuis zit, hunkeren internationale studenten naar contact met hun familie. Studentenflats lopen leeg, omdat de Nederlandse bewoners hun kamer verruilen voor het comfort en de veiligheid van het ouderlijk huis. Internationale studenten blijven achter.

Volgens het Erasmus Student Network, dat zich bekommert om alle internationale studenten in Nederland, is ongeveer tweederde van hen teruggekeerd naar het thuisland. In sommige gevallen haalt de eigen overheid hen terug, bij anderen de universiteit of familie. Voor de ongeveer 30.000 in Nederland gebleven buitenlandse studenten zit er niets anders op dan wachten. Dat blijkt niet altijd makkelijk, ver weg van het thuisfront.

Lees ook: Nederland is populair onder internationale studenten

‘Als echte Italianen’

Daniel Rossi (24) is bijna klaar met zijn studie geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn ouders wonen in Asti, een plaatsje tussen Milaan en Turijn, waar zijn vader als internist iedere dag coronapatiënten behandelt. Daniels ouders slapen daarom voorlopig niet in één bed. Ze verdeelden het huis in tweeën, zodat ze niet in dezelfde kamers hoeven te zijn. Toch is het hele gezin online dichter bij elkaar dan ooit.

„Traditiegetrouw laten we elke ochtend via WhatsApp aan elkaar weten hoe het gaat. Mijn vader vertelt dan over de situatie in het ziekenhuis. Je kunt de laatste weken van zijn gezicht aflezen hoe stressvol het daar is.” Daniel meldde zich een tijdje geleden aan om als coassistent te helpen in een ziekenhuis in Nederland, maar had zijn hulp liever in Italië aangeboden. „Ik wilde dat ik thuis iets kon doen, waar het zo hard nodig is.”

Gelukkig woont Daniels broer Emile ook in Groningen. Beiden namen de situatie in Nederland al snel erg serieus, door de verhalen van thuis. Vier weken geleden besloten ze bij elkaar in te trekken en zich samen zoveel mogelijk te isoleren. „Dat is erg typisch voor onze cultuur”, lacht Daniel. „Zodra er moeilijke tijden aanbreken, komt de familie gelijk bij elkaar. Als echte Italianen zijn we samen aan het kokkerellen geslagen: traditionele, zelfgemaakte pizza’s en pasta’s.”

Lees ook hoe het Nederlandse studenten in het buitenland verging: De stage werd een ‘rollercoaster’

Teruggaan is geen optie

Terug naar huis is voor Daniel en veel andere buitenlandse studenten niet haalbaar én niet verstandig. De lange reis draagt besmettingsrisico’s met zich mee, wat de familie thuis in gevaar brengt. Vliegtickets zijn inmiddels vaak onbetaalbaar en in veel landen heerst een complete lockdown. Dat betekent bij aankomst eerst verplicht twee weken in je eentje in quarantaine, en daarna geen frisse neus of wandelingetje naar de supermarkt, maar écht binnen blijven. Veel studenten zijn als ze ziek worden beter af in Nederland dan in hun thuisland, met een slecht of overbelast zorgstelsel.

Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor Kendy Urdaneta (26) uit Venezuela. Terwijl hij in Groningen zit, zijn Kendy’s gedachten constant bij zijn familie. „Ik ben hier veilig en kan naar de dokter, maar zij niet. De ziekenhuizen daar hebben niet eens stromend water, laat staan ontsmettingsmiddel.” Door de slechte internet- en elektriciteitsvoorziening in Venezuela is het lastig voor Kendy om contact met zijn familie te krijgen. Vooral nu de noodtoestand is uitgeroepen in het land maakt hij zich zorgen of ze genoeg geld hebben om van te leven.. „Ik stuur ze elke maand 50 euro van mijn beurs. Het is helaas niet genoeg, maar het geeft me rust in mijn hoofd. Zo kan ik me hier nog een beetje concentreren op mijn studie.”

Iedereen wil naar huis, maar waar is thuis? Een essay van Afrika-redacteur Maral Noshad Sharifi

Aperitivo via Skype

De ouders van Mariana Edwards (22), masterstudent biomedische wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, wonen in het epicentrum van Europa’s coronacrisis, Varese in Lombardije. Ze is het wel gewend haar ouders lang niet te zien, maar door de crisis voelt dat anders. „Eerst was er altijd de optie om naar huis te gaan, het was een doodnormale reis. Maar nu in Italië de grenzen dicht zijn, voel ik me opgesloten hier. Dit is de eerste keer dat ik de afstand echt voel.”

Afgelopen dinsdag deed de familie een ‘aperitivo’ via Skype. „Dat is onze manier om ermee om te gaan”, lacht Mariana. „Mama maakte toen een goed punt: ook als ik nu in Italië had gewoond, had ik niet bij ze mogen zijn.” Alsnog teruggaan vindt de studente zinloos. „Waarom zou ik vertrekken naar een plek waar geen ziekenhuisbed meer vrij is?”

Inmiddels is Julia gestopt met het volgen van nieuws, ze richt zich alleen nog op leuke dingen, die haar gedachten verzetten. Haar dagen zijn gevuld met bellen, bakken, schilderen en weer bellen. Nu ze weet dat zij én haar familie veilig zijn, is ze blij dat haar ouders haar hebben overgehaald om in Nederland te blijven. „Hoe moeilijk het soms ook is, ik leer hier heel veel van. Ik weet nu hoe ik mezelf gerust kan stellen in chaotische situaties. Dat had ik bij mijn familie nooit geleerd, hoe erg ik ze ook mis.”