Vroege zomervakantie maakte Guayaquil tot fatale besmettingshaard

Ecuador In en rond de Ecuadoriaanse stad Guayaquil blijken alleen al in de eerste helft van april bijna zesduizend doden meer te zijn gevallen dan normaal. Waarom slaat het coronavirus er zoveel harder toe dan in de rest van Latijns-Amerika?

Arbeiders aan het werk op het kerkhof Ángel María Canals in het zwaar getroffen Guayaquil.
Arbeiders aan het werk op het kerkhof Ángel María Canals in het zwaar getroffen Guayaquil. Foto’s Jose Sánchez/AFP, Marcos Pin/EPA

Voor zover zijn familie weet, stierf Alfonso Cedeño twee weken geleden in het ziekenhuis van de Ecuadoriaanse stad Guayaquil. Maar nog altijd heeft zijn familie geen idee waar zijn lichaam is. „We kunnen mijn oom nergens vinden”, aldus Alfonso Mariscal, een neef van Cedeño afgelopen week tegen persbureau AP.

Guayaquil, de economische hoofdstad van Ecuador, is zwaar getroffen door het coronavirus. Veel zwaarder dan de hoofdstad Quito en veel zwaarder dan welke andere stad in Latijns-Amerika ook. Het lage officiële aantal doden in Ecuador van wie met een test bevestigd is dat ze Covid-19 hadden, stond maandag op 507. Maar dat aantal contrasteert al wekenlang sterk met de dramatische beelden en verhalen uit het snikhete Guayaquil waar inwoners hun doden noodgedwongen op straat legden, omdat mortuaria en begraafplaatsen het werk niet meer aankonden.

„We hebben hier geen plek voor de zieken en ook niet voor de doden”, zei de inmiddels van een besmetting met het coronavirus herstelde en paniekerig opererende burgemeester Cynthia Viteri afgelopen week over de situatie in haar stad. „We waren hier niet op voorbereid. Niemand had ooit gedacht dat wat we in Wuhan zagen, waar mensen dood neervielen op straat, ook hier zou kunnen gebeuren.”

Inmiddels probeert de overheid greep op de situatie te krijgen. Zo zijn tweeduizend kartonnen doodskisten besteld en gedistribueerd. Honderden gevangenen in de stad Ambato moeten houten doodskisten maken van door de overheid in beslag genomen partijen illegaal gekapt hout.

En donderdag maakte een speciaal door de regering ingestelde doden-ophaaldienst voor het eerst algemene sterftecijfers bekend die een realistischer beeld geven van hoe hard het coronavirus heeft toegeslagen. Die cijfers werden donderdagavond door de regering erkend.

In alleen al de provincie Guayas, waarvan Guayaquil de hoofdstad is, blijken in de eerste helft van april ruim 5.700 mensen meer te zijn overleden dan normaal. En ook in maart zijn in en rond Guayaquil al ruim 2.000 sterfgevallen meer geregistreerd bij de burgerlijke stand.

Door de geringe testcapaciteit is nooit meer vast te stellen of al die duizenden extra doden aan Covid-19 zijn overleden – vanwege het overbelaste zorgsysteem kunnen patiënten met andere urgente kwalen nauwelijks nog in de ziekenhuizen terecht. Daardoor is het mogelijk dat ook Ecuadorianen die aan diabetes, nierfalen of kanker leden op grotere schaal zijn overleden dan gebruikelijk.

„We smeken de overheid om hulp, vergeet ons niet alsjeblieft”, zei de 55-jarige Victoria Haro die al dagen vergeefs probeert een dialyseplek te vinden voor haar 69-jarige zus, tegen persbureau AP.

Inmiddels is er volgens de regering wel licht aan het eind van de tunnel en is de besmettingscurve en die van het aantal ziekenhuisopnamen aan het afvlakken. Donderdag kondigde president Lenín Moreno een periode van vijftien dagen van nationale rouw af voor de vele duizenden coronadoden in het Zuid-Amerikaanse land: „Onze overleden landgenoten verdienen een waardige begrafenis en een terecht eerbetoon van heel het land”, zei Moreno in een tv-toespraak.

Haven- en handelsstad

Vraag is ondertussen waarom het coronavirus juist zo hard om zich heen heeft gegrepen in Guayaquil en veel minder in de hoofdstad Quito en ook meer dan in andere Latijns-Amerikaanse steden. Een verklaring ligt in het feit dat Guayaquil een echte haven- en handelsstad is met banden met de hele wereld – en daardoor extra kwetsbaar. Vergeleken met het op 2.850 meter hoogte gelegen Quito is er ook beduidend meer leven op straat en is de informele economie groter.

In arme wijken kunnen veel mensen vanwege de kleine huizen, de hoge temperaturen en de noodzaak om de dagelijkse kost bij elkaar te scharrelen niet anders dan de strenge lockdownmaatregelen negeren en toch naar buiten gaan. Volgens critici handhaven politie en leger, al waren er al ruim drieduizend arrestaties, niet streng genoeg.

Een ander deel van de verklaring ligt in het feit dat de scholen in Guayaquil, en in alle Ecuadoriaanse kustprovincies, in de maanden februari en maart hun grote vakantie hadden. Daardoor was er bij de meer welgestelden veel vakantieverkeer van en naar onder meer de coronabrandhaarden Spanje, Italië en de Verenigde Staten, waar sinds een grote bankencrisis eind jaren negentig honderdduizenden Ecuadoriaanse migranten wonen. Besmette vakantiegangers en terugkerende studenten lijken te hebben gezorgd voor een razendsnelle verspreiding van het virus in en rond Guayaquil, nog voordat de lockdown op 17 maart van kracht werd.

Lees ook: Door coronamaatregelen lopen begrotingstekorten hard op, rekent het IMF voor. Crisisbeleid is nodig, maar kan later voor problemen zorgen.

Coronaheffing

De economische gevolgen van de strenge coronamaatregelen zijn enorm in Ecuador. Volgens het Internationaal Monetair Fonds zal in Latijns-Amerika alleen Venezuela dit jaar een grotere krimp kennen. Meldingen van de nationale transportorganisatie Fenatrape van overvallen op vrachtwagens die levensmiddelen vervoeren, zijn een voorbode van hoe hoog de nood kan worden.

Omdat zijn schatkist leeg is en president Moreno in afwachting van extra internationale noodkredieten of kwijtschelding van schulden wel de allerarmsten en kleine bedrijfjes wil steunen, heeft hij grote bedrijven en iets beter verdienende burgers een coronaheffing opgelegd.

Grote bedrijven moeten 5 procent van de winst die ze in 2018 hebben geboekt in een solidariteitsfonds storten om „de bakker op de hoek” en andere kleine bedrijfjes door de crisis heen te slepen. En mensen die meer dan 500 dollar (460 euro) per maand verdienen – het basissalaris in Ecuador ligt op 400 dollar – dragen via een progressieve heffing bij aan hulp aan arme gezinnen in de vorm van een eenmalige uitkering van 60 dollar en voedselpakketten.

Zo’n coronaheffing is wellicht letterlijk broodnodig, maar gevreesd wordt dat de recessie daar alleen maar dieper door zal worden. „Het grootste probleem waar bedrijven momenteel mee te kampen hebben is gebrek aan liquiditeit”, stelt werkgeversorganisatie CIP. „Door de maatregelen van de regering krijgen bedrijven nog minder geld in kas en gaat de koopkracht van de bevolking achteruit.” En ook is er, gezien de onuitroeibare corruptie en de traag malende bureaucratische molens, grote twijfel of het geld en alle hulp wel op de juiste plek terechtkomen.

Correctie (19 april 2020): Door een eindredactionele ingreep stond in een eerdere versie van dit stuk dat de regering de hogere sterftecijfers had bekendgemaakt. Het was evenwel de lijkenophaaldienst die de cijfers bekendmaakte, waarna de regering deze erkende. Dit is hierboven aangepast.
Update (20 april 2020): Dit artikel is om 19.00 uur bijgewerkt met het actuele dodental.