Omid, de arts die statusloos bleef

Asiel Al zestien jaar blijft een verblijfsvergunning voor Omid uit; niemand weet waar hij vandaan komt. Toch werkte hij zich op tot arts.

Omid Daqiq (29) heeft een bewijs van zijn bestaan nodig, maar een geboorteakte heeft hij niet, laat staan een paspoort.
Omid Daqiq (29) heeft een bewijs van zijn bestaan nodig, maar een geboorteakte heeft hij niet, laat staan een paspoort. Foto Merlijn Doomernik

Het liefst zou Omid Daqiq (29) nu in zijn operatiejas in de operatiekamer staan. Hij wil opereren, mensen helpen, chirurg worden, maar ook de wetenschap in. Bij alle ziekenhuizen in het noorden bood hij zich aan vanwege corona, maar die kunnen zijn hulp niet accepteren.

Praat hij over zijn vak dan rollen de woorden uit zijn mond. Gaat het over zijn verleden, dan stokt zijn stem. Soms staart hij even naar de muur, alsof hij daar zijn herinneringen zoekt. „Het is wel raar”, zegt hij dan.

Op 14-jarige leeftijd belandde Daqiq in Nederland. Zijn asielaanvragen werden afgewezen, omdat zijn nationaliteit niet bekend is. Toch studeerde hij af als arts aan de Universiteit van Amsterdam. Met twee masterdiploma’s op zak wil hij aan de slag en zich specialiseren als traumachirurg. Maar dat kan niet. Dat snapt hij wel: „Die gast heeft geen verblijfsvergunning, denken ze dan.” Nu zit hij thuis bij zijn vriendin, Rommy Goudberg, in Leeuwarden, te wachten.

Ze willen weten wie ik ben, zegt Daqiq. Ze, dat zijn de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), belast met zijn asielaanvraag. En ook hijzelf wil het weten. Een geboorteakte heeft hij niet, laat staan een paspoort. Getuigen uit zijn jeugd kent hij niet. Vorige week kregen verschillende Kamerleden een brief over zijn zaak.

Rusland, Iran, Griekenland

Zijn moeder overleed in het kraambed in de Russische stad Rjazan, is hem verteld. Daarop vertrok hij met zijn Afghaanse vader Salam naar de Iraanse hoofdstad Teheran. Hij herinnert zich het ritme van zijn kindertijd: opstaan, school, naar huis, wachten op vader, samen eten, naar bed. De volgende dag weer: school, thuis, wachten, eten, bed.

Zijn vader – „een gesloten en autoritair persoon, maar lief voor mij” – vertelt hem op zijn dertiende dat hij zich moet verstoppen in de kledingkast. Daar wacht hij. Tot zijn vader terugkomt en hem meeneemt op de motor. Ze vluchten, waarnaartoe weet Daqiq niet. Bij een stoplicht wordt zijn vader doodgeschoten. Daqiq tuurt naar de muur, begint te stotteren. Daarover praten doet hij liever niet.

De politie neemt Daqiq mee. Ze verhoren hem dagelijks. Hij wordt geslagen. „Ze houden daar geen rekening met een kind.” Na een tijdje mag hij weg en loopt hij naar zijn huis. De deur is verzegeld, op een bordje staat dat de huur niet is betaald. „Ik ben op de stoep gaan zitten en dacht: wat nu?”

‘Ik heb nog nooit zo’n asielproces meegemaakt’

Pieter van Veen, oud-burgemeester

Op dat moment wordt hij weer opgepakt, door onbekende mannen. Weer wordt hij verhoord. Ze vragen steeds naar de documenten van zijn vader. Welke documenten, Daqiq heeft geen idee.

„En dan”, zegt Daqiq. „Ja… Geen leuke tijden.” Hij wordt „geslagen en dingen”. In een psychiatrische evaluatie over Daqiq staan die ‘dingen’ opgesomd, waarna psychiater Jan Swinkels schrijft: „Hij werd gemarteld.” Dat duurde dagen, of weken. Hij weet het niet precies.

Daqiq ontvlucht het gebouw en vertrekt samen met een vriend van zijn vader, Wahid, naar Istanbul. Noorwegen, Oslo, is het doel. Maar in Griekenland, vlak voor vertrek naar Italië, raken ze elkaar kwijt. Daqiq wordt in een oplegger van een vrachtwagen ontdekt, nadat een medevluchteling hard hoestte.

Amsterdam, Doetinchem, Groningen

Maanden later bereikt Daqiq Amsterdam. Maar dan is zijn geld op. Hij belandt bij een Afghaans gezin in Doetinchem. Hij kan geen contact meer krijgen met Wahid. Het gezin raadt hem aan asiel aan te vragen.

Twee keer doet hij een asielaanvraag. En twee keer wordt die afgewezen op dezelfde gronden: geen bevestiging van zijn nationaliteit.

Er zijn daarnaast twijfels over zijn verhaal. Bij de IND, maar ook bij Daqiq zelf. Veel kan hij zich niet herinneren. Misschien wel te veel.

En dat is verklaarbaar, aldus psychiater Swinkels in Daqiqs psychiatrische evaluatie: „De traumatische aard van het verhaal maakt dat zijn vluchtverhaal niet consistent en coherent kan zijn.” Psychiater Hans Mulder, bekend met het rapport maar geen bekende van Daqiq, onderschrijft dat heftige trauma’s, vooral bij kinderen, ervoor kunnen zorgen dat herinneringen verdwijnen.

Maar de hiaten in Daqiqs geheugen zijn het probleem niet, zegt zijn advocaat Frits van Dijk. Het enige wat hij nodig heeft, is een bewijs van zijn bestaan. Van de Russische, Iraanse of Afghaanse ambassade. Maar de eerste twee werken niet mee en de laatste wil een geboorteakte zien, of Afghaanse getuigen horen over zijn bestaan. Daqiq: „Als ik naar de Afghaanse ambassade bel en ze horen mijn naam, hangen ze op.” Hij heeft zeker twintig keer de ambassade in Den Haag bezocht, meer dan honderd telefoontjes gewaagd, zegt hij. Tevergeefs.

Oud-burgemeesters Peter den Oudsten (Groningen, PvdA) en Pieter van Veen (Haren, VVD) hebben, toen Daqiq burger was van hun gemeentes, de staatssecretaris gevraagd gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid. Daarbij kan de bewindspersoon naar eigen inzicht een besluit nemen over een verblijfsvergunning. Het antwoord was negatief.

In een brief schreef oud-staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Asielzaken, VVD): „Mijn conclusie is dat de eerdere beslissingen [afgewezen asielaanvragen] zorgvuldig en op juiste gronden tot stand zijn gekomen”. Maar, schrijft Dijkhoff, er zijn nog opties voor Daqiq want „niet alle beleidsmogelijkheden zijn uitgeput”. Maar ook daarvoor bleek dat Daqiq zijn identiteit en nationaliteit moest vaststellen, zegt zijn advocaat.

Staatssecreatris Harbers maakte bij Lili en Howick op het allerlaatste moment gebruik van zijn discretionaire bevoegdheid. Lees: De uitzetting van Lili en Howick strandde in chaos

Sinds 1 mei vorig jaar is de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris afgeschaft. De maatregel zou te belastend zijn voor de bewindspersoon, vooral door de druk vanuit de media. Nu kan alleen de hoofddirecteur van de IND „in schrijnende gevallen” een uitzondering maken. In 2019 is daar in „minder dan vijf gevallen” gebruik van gemaakt, schrijft de IND in een reactie, die niet wil ingaan op individuele gevallen. Iemand komt daarvoor alleen in aanmerking bij de eerste asielaanvraag. Die heeft Daqiq lang achter zich. Hij valt nu buiten alle procedures. De hoop is dat de Tweede Kamer zich verantwoordelijk voelt voor dit soort zaken waar geen oplossing voor is, zegt zijn advocaat.

„Ik heb tien gemeentes gediend”, zegt oud-burgemeester Van Veen. „En nog nooit zo’n merkwaardige asielprocedure meegemaakt.” De afschaffing van de discretionaire bevoegdheid noemt hij „onbegrijpelijk”.

Daqiq heeft niet stilgezeten. Vanaf zijn geboorte wil hij al arts worden. „Toen ik dat aan mijn docent op de taalschool of mijn voogd vertelde, lachten ze me uit.” Hij moest maar vmbo gaan doen. Vorig jaar rondde hij zijn tweede universitaire master af en kon hij zich via een omweg inschrijven als BIG-geregistreerd arts.

Ondertussen studeert Daqiq door, van handfracturen tot buikpijn. „Als ik morgen gebeld word door een ziekenhuis, moet ik er klaar voor zijn.”