Als fitboy laat je je nergens door weerhouden

Covid-19 beïnvloedt het dagelijks leven. Hoe je fit blijft is voor velen een vraag, maar zeker voor fitboys.

‘Survival runner’ Michel Hagenbeek: „Je kunt prima met een touw van een brug klimmen. Zo’n brug kan dat goed hebben. We laten alles heel.”

‘Survival runner’ Michel Hagenbeek: „Je kunt prima met een touw van een brug klimmen. Zo’n brug kan dat goed hebben. We laten alles heel.”

Op de lege picknickweide in Rhijnauwen, Utrecht, drukken twee afgetrainde mannen zich naast elkaar op. De handen van wijkagent Michel Hagenbeek (54) steunen op twee 20-literjerrycans, zijn voeten op een picknicktafel. Zijn collega in opleiding en sportdocent Tim Schmelter (25) doet hetzelfde.

Hoe je fit blijft nu sportscholen, zwembaden en sportclubs dicht zijn is een vraag die velen bezighoudt, maar hoe overleven de échte fitboys, die in pre-coronatijd dagelijks trainden?

Michel Hagenbeek is een survival runner, een serieuze tak van sport: de Survivalrunbond werd anderhalf jaar geleden een volwaardig lid van de NOC-NSF. Hij trainde met zijn groepje een paar keer per week op een hindernisbaan in Zeist, met een andere groep in Amsterdam en regelmatig in de Soesterduinen. Dat kan niet meer sinds half maart en Hagenbeek moest wat anders verzinnen. Hij traint nu buiten met hooguit één maatje. Ze gebruiken lichaamsgewicht en wat ze verder buiten tegenkomen: een brug, een bankje, een picknicktafel. „Je kunt prima met een touw van een brug klimmen. Zo’n brug kan dat goed hebben. We laten alles heel.”

Erik van Bommel (35), fitboy uit Rotterdam, zwom twee keer per week voor het werk, voetbalde wekelijks met vrienden en ging vooral vaak – meteen uit het werk met een goede vriend – naar de sportschool voor een uurtje krachttraining. Ook zijn vaste sportritueel werd ruw verstoord door de coronacrisis.

Er zat niets anders op dan alternatieven te vinden. Hij schafte een racefiets aan – hij was toch al van plan aan een kwart triatlon deel te nemen. Samen met zijn vaste trainingsmaatje kocht hij online wat gewichten en een halterstang. En hij kreeg hulp van vrienden met een ‘thuisgym’. Daar traint hij nu een aantal keer per week.

Nóg fitter dan voor de crisis

Het kost wellicht meer moeite en creativiteit, maar als je de voordelen van regelmatig sporten kent, dan laat je je als fitboy (en fitgirl) nergens door weerhouden. Van Bommel: „Ik sport niet omdat het moet, maar omdat ik het leuk vind. Je voelt je zo veel prettiger.”

Dit is ook een tijd van bezinning, zegt Hagenbeek: „Zijn we niet te druk met vergaderen, met afspraken, met ons druk maken over niet al te belangrijke dingen. Als je de ochtend begint met bewegen, dan start je zo veel lekkerder de dag.”

Hagenbeek en Van Bommel zijn zelfs nóg fitter dan voor de crisis. Van Bommel: „Een van mijn vrienden is echt een crossfitter. Het trainen kost me nu meer tijd dan als je naar de sportschool om de hoek kunt. Dus dan haal je er ook alles uit.” Beiden missen wel het sociale aspect. Van Bommel: „Geen voetbal is ook geen biertje achteraf.” Hagenbeek: „Met mijn survivalgroep vonden we een training pas echt geslaagd als we daarna koffie en appeltaart konden gaan eten in het theehuis.”