Zo hoeft het voor haar niet

kruipt achter het aanrecht en leert er haar moeder beter kennen. Afl. 6
Foto Wai Chan en Getty Images

Donderdag begint de islamitische heilige maand ramadan. Na een hele dag de kaken stevig op elkaar te hebben gehouden, wordt de vasten iedere avond gebroken met een feestmaal. De tafel wordt volgezet met al het lekkers dat tussen zonsopgang en zonsondergang verboden terrein was: harira (gebonden tomatensoep), msemen (pannenkoekjes), harcha (griesmeelbrood), pizza, loempia’s, gevulde pitabroodjes, dadels, koekjes, verse jus, het kan werkelijk niet op.

De voorbereidingen voor al het eten beginnen weken van tevoren. Als kind kon ik uren kijken naar hoe mijn moeder sfouf maakte (zoet zand noemde ik het altijd) door geroosterde sesamzaadjes te mengen met onder meer geroosterde bloem, amandelen, gestampte Arabische gom en allerlei specerijen. Of chebakia, de magische in olie gebakken sesamhoningkoekjes. Heel soms, als ik het lief vroeg, mocht ik zelf één koekje maken. Dan mocht ik met een gekarteld deegwieltje inkepingen in een rechthoek uit het deeg snijden. De kans dat ik het verkeerd zou doen was groot en mijn moeders geduld klein. Chebakia maken is bewerkelijk, mijn kinderhanden zaten het alleen maar in de weg.

Omdat het zoveel werk is maakt mijn moeder elk jaar voor de vastenmaand een enorme hoeveelheid: een 32 liter emmer vol. Ieder jaar vraag ik me weer af wie in hemelsnaam die emmer zal leegeten en aan het einde van de ramadan ben ik het die het laatste stukje koek, dat onder in de emmer lag en daarom extra veel tijd heeft gehad om in de honing te weken, uit de emmer pulkt.

Samen de vasten breken zit er vanwege het coronavirus dit jaar niet in. Mijn moeder is de jongste niet meer. Hoewel we veel beeldbellen, weigert ze mee te doen aan digitale iftars. „Als we elkaars eten niet kunnen proeven, hoeft het voor mij niet,” zei ze toen ik opperde Skypesessies met het gezin op te zetten. „Het benadrukt alleen maar dat ik hier alleen zit en jullie niet bij me heb en dat doet te veel pijn.”

„Maar hoe zit het dan met jouw chebakia?” vroeg ik enigszins beschroomd. „Maak jij het maar”, kaatste ze terug, „maar ik wil het alleen proeven als het je ook echt lukt.” Een recept heeft ze niet. „Je ogen zijn je weegschaal”, zegt ze. De moeilijkheid zit hem niet alleen in het deeg, maar ook in het bakken in olie zelf. Bak je de koekjes te lang dan worden ze te donker en taai. Bak je ze te kort, dan kunnen ze de honing niet dragen. Maar hoelang dan wel? „Je ogen zijn ook je klok.”