Reportage

Negentig seconden om een levensreddende corona-app aan te prijzen

Appathon De zoektocht naar een app tegen het coronavirus moet vooral snel resultaat opleveren. Tijd voor een maatschappelijk debat is er eigenlijk niet, zegt minister Hugo de Jonge. „Het virus wacht daar niet op.”

Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) zaterdag, op de eerste dag van de appathon, waarop zeven potentiële apps worden gepresenteerd om coronabesmettingen te traceren.
Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) zaterdag, op de eerste dag van de appathon, waarop zeven potentiële apps worden gepresenteerd om coronabesmettingen te traceren. Foto Marco de Swart/ANP

Negentig seconden, langer mag de elevatorpitch van IT-bedrijf Accenture over hun corona-app niet duren. Maar de bel hoeft er zaterdag tijdens de ‘appathon’ niet aan te pas te komen. „Complimenten, dan kunnen we goed vaart maken vandaag”, klinkt het dankwoord van de dagvoorzitter.

Tempo is dit weekend op het ministerie van Volksgezondheid het sleutelwoord in de zoektocht naar de app die kan helpen om de maatregelen van de ‘intelligente lockdown’ te verlichten. Centraal in bijna alle zeven ideeën staat bronnen- en contactonderzoek via een app, die via bluetooth recente contacten in kaart brengt.

In de hallen van het ministerie van Volksgezondheid in Den Haag zijn zaterdag tientallen ambtenaren, app-ontwikkelaars en experts druk in de weer en trekken ze van vergaderzaal naar vergaderzaal. Media en cameratechnici lopen in de smalle gangetjes af en aan over internet- en stroomkabels. In glazen hokjes en op afstand bevragen experts gegroepeerd in de panels ‘veiligheid’, ‘privacy’ en ‘doelmatigheid’ de voorstellen. Via een livestream konden geïnteresseerden meekijken en feedback geven. Zeker dertienhonderd vragen kwamen via e-mail binnen. De appathon werd zaterdag door zo’n 90.000 mensen bekeken, 24.000 lieten hun mening over de voorstellen achter via een speciale website van de Rijksoverheid.

Lees ook dit artikel over de groeiende kritiek op het selectieproces van de corona-app

Experts trekken zich terug

Intussen groeit de kritiek op het selectieproces, dat zeven dagen geleden begon met zo’n 750 voorstellen. Met als strikte voorwaarde: kan de app op 28 april klaar zijn voor gebruik? Sinds de bekendmaking van de selectie op vrijdag hebben negen betrokken experts - veelal informatici en privacydeskundigen - hun handen van het proces afgetrokken. Er was te weinig informatie en tijd om de voorstellen goed te toetsen, schreven zij vrijdag in een verklaring. Ze roepen minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) „dwingend” op om terug naar de tekentafel te gaan.

‘Het virus wacht niet op een maatschappelijk debat’

Voor een maatschappelijk debat is eigenlijk geen tijd, zei minister De Jonge zaterdag na afloop van de eerste dag van de appathon in gesprek met NRC. „Natuurlijk is het goed om debat te hebben, me dunkt dat er een behoorlijk levendig debat plaatsvindt. Maar de verspreiding van het virus wacht daar niet op.” Snelheid is van belang, zegt hij. „Daarom hebben we gezocht naar apps die dicht tegen een livegang aan zitten.” 67 experts keken tijdens de selectie mee, benadrukt De Jonge. Hij zit er niet zo mee dat er negen vertrokken. „Ieder bepaalt zelf de bijdrage die hij wil leveren.”

De vraag of een app wel noodzakelijk is in de strijd tegen het coronavirus stond niet ter discussie, zeiden betrokken experts eerder. Apps daarom helemaal terzijde schuiven, gaat De Jonge te ver. „Als je te snel zegt: zo’n app moet je dat wel willen, moet je bedenken wat daar de consequenties van zijn. Waarschijnlijk zul je langer in deze rigoureuze maatregelen blijven zitten.”

Sneller en preciezer

Zondag zit de druk er nog steeds op, net als de hectiek. Een video van de verkeerde app wordt gestart, het telefoonnummer van een ontwikkelaar komt in beeld, die vervolgens gelijk gebeld wordt. Wat wel veranderd is, is de toon. De noodzaak van de app wordt afgezwakt. De nadruk ligt op het mógelijk gebruik van de app. Secretaris-generaal van het ministerie van Volksgezondheid Erik Gerritsen: „Als mogelijk onderdeel van een exitstrategie.” Als hij de appathon afsluit zegt hij: „De hectiek en tijdsdruk hebben de nodige onrust veroorzaakt. Mensen denken: ze willen in één week tak, tak, tak en dan woensdag een app invoeren.” Hij snapt dat beeld, ontstaan door „de pressurecooker-methode” van zo’n weekend.

Dat het bronnen- en contactonderzoek van de GGD met „slimme digitale oplossingen” ondersteund kan en misschien wel moet worden, is duidelijk, zei Sjaak de Gouw, portefeuillehouder infectieziekten binnen GGD Nederland en aanwezig bij de appathon. Dat GGD-onderzoek moet „in ere hersteld worden”, zei De Jonge. De hoop van De Gouw is dat het bronnen- en contactonderzoek van de GGD sneller en preciezer verloopt dankzij de digitale ondersteuning.

De vraag is alleen hoe, en of daarbij aan de strenge eisen op het gebied van privacy, informatieveiligheid en gebruiksgemak kan worden voldaan. Er zijn nog grote verschillen tussen de zeven voorstellen, zegt De Gouw. Waar de gegevens opgeslagen worden, wat gedeeld kan worden, hoe de privacy gewaarborgd wordt. Of welke gegevens de app überhaupt moet verzamelen. „Dat is minimaal een identificatienummer, de afstand tot andere telefoons en het tijdstip van het contact.”

De Gouw heeft de voorkeur voor alle informatie die de GGD normaliter ook zou verzamelen. „Dat zou ons het meeste helpen. Maar we moeten hier kiezen tussen de hoeveelheid gegevens en acceptatie van de app. Als het aan ons ligt, zo snel mogelijk en zoveel mogelijk data.” De GGD weet hoe hier mee om te gaan, stelt hij. „Met soa’s beschikken wij ook over data die niet zomaar op straat mogen komen te liggen.”

Naast privacy, informatieveiligheid en toepasbaarheid binnen het werk van de GGD, is ook vrijwilligheid van de app van belang, zegt De Jonge. „Juist als je hard uitspreekt dat iets vrijwillig is, heeft de samenleving er meer vertrouwen in.” Eerder wilde De Jonge het verplicht stellen van de app niet uitsluiten. „Dat is voor mij ook voortschrijdend inzicht geweest.”

De regering beslist dinsdag hoe en of er verder gegaan wordt, waarna de Tweede Kamer woensdag debatteert over de plannen. Ook de Autoriteit Persoonsgegevens onderzoekt de zeven voorstellen en zal maandag met een oordeel komen. Alleen als de app voldoet aan álle voorwaarden, zal het ministerie het gebruik overwegen. „We doen geen concessies”, zei De Jonge. Het kan zijn dat het ministerie na de ‘appathon’ met lege handen komt te staan. De Jonge: „Een echt goed alternatief is er in ieder geval niet. Je wilt hem juist gebruiken. Je hebt hem nodig.”

Update (19 april 21.00 uur): Dit artikel is aangevuld met informatie over de zondag van de appathon.