Reportage

‘We móéten de kerncentrales wel uitbreiden. Tsjechië ligt niet aan zee’

Europese Green Deal Tegenstanders noemen de in hun ogen gammele kernreactoren in het Tsjechische Temelin spottend ‘de grootste vibrators ter wereld’. Maar de Tsjechische regering zweert bij kernenergie.

Koeltorens van de kernreactoren bij het Tsjechische Temilín.
Koeltorens van de kernreactoren bij het Tsjechische Temilín. Foto Sean Gallup

In het lieflijke Boheemse heuvellandschap in Tsjechië doemen ze plots op: de vier kolossale koeltorens van kerncentrale Temelin. Directeur Petr Zavodsky is trots op zijn ‘nucleaire kathedraal’. „Daar, rechts op het terrein, komen in de toekomst twee extra reactoren.” Het is begin maart, vlak voor de coronalockdowns in Europa. Op reportage naar Tsjechië is nog mogelijk. Maar de veiligheidsvoorschriften in de Temelin-centrale zijn dan al extra aangescherpt voor bezoekers.

Temelin en de in het oosten van het land gelegen Dukovany-kerncentrale voorzien in ruim 30 procent van de Tsjechische elektriciteitsconsumptie. „In 2040 willen we naar 50 procent”, zegt Zavodsky. „We móéten de kerncentrales wel uitbreiden. Vervuilende kolencentrales sluiten en ze vervangen door windmolenparken is een mooi streven. Maar windmolens zijn pas rendabel offshore. En Tsjechië ligt niet aan zee.”

Met deze logica voert de Tsjechische premier Andrej Babis in de Europese Unie verwoed campagne voor kernenergie. Andere kernenergielanden – Frankrijk, met 58 van de in totaal 126 Europese reactoren, voorop – verschuilen zich dankbaar achter Babis’ rug. Want kernenergie verdedigen is niet populair. Zeker niet sinds het door een tsunami veroorzaakte ongeluk in 2011 met de kerncentrale in het Japanse Fukushima. Ruim honderdduizend mensen werden toen geëvacueerd vanwege mogelijk radioactief besmettingsgevaar. Duitsland besloot daarop abrupt tot een Atomausstieg: alle kerncentrales moeten er uiterlijk in 2022 dicht.

Kernenergie heeft inmiddels ook volgens de Europese Commissie geen toekomst. Het hoort, vindt Brussel, niet thuis in de Green Deal-klimaatplannen die de verantwoordelijke Eurocommissaris Frans Timmermans onlangs presenteerde. Kernenergie is „niet duurzaam en hartstikke duur”, zei Timmermans in januari in NRC.

Tegengeluid

Maar nu EU-landen onder ogen zien hoe groot de Green Deal-uitdaging (klimaatneutraal in 2050) in economische termen is, zwelt het tegengeluid aan. De dreiging van een diepe recessie door de coronacrisis wordt vooral in Midden-Europese landen aangegrepen om de Europese klimaatplannen on hold te zetten. „We moeten daar realistisch in zijn”, zegt Hans Bruyninckx, directeur van het Europees Milieuagentschap, in de Vlaamse krant De Morgen. „Je kan niet verwachten dat milieu en klimaat nu de eerste bekommernissen zijn. Mensen, bedrijven en landen zijn bezig met overleven.”

In Duitsland, dat aanvankelijk eensgezind leek over de kernuitstap, groeit de twijfel: was de Ausstieg niet te voorbarig? Het afbouwen van kernenergie loopt er parallel aan de sluiting van kolencentrales. Kunnen wind- en zonne-energie het wel opvangen? Dezelfde zorgen leven in België waar energienetbeheerder Elia de geplande deadline voor de twee Belgische kerncentrales in 2025 onverantwoord noemt. Onlangs riep de provincie Zeeland op tot uitstel van sluitingsdatum 2033 voor de kerncentrale in Borssele. Om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen – en volgens critici ook om de miljarden kostende ontmanteling voor zich uit te schuiven – zegt de provincie, is „behoud van de uitstootvrije kerncentrale” een noodzaak. En behalve in Tsjechië liggen in meerdere Midden- en Oost-Europese landen plannen voor nieuwe kerncentrales op de tekentafel.

Eind vorig jaar nam het Europees Parlement een amendement aan van VVD-Europarlementariër Jan Huitema waarin kernenergie wordt gezien als ‘een serieuze optie om klimaatverandering tegen te gaan’. „We hebben de luxe niet om kernenergie uit te sluiten op basis van onderbuikgevoelens”, zegt Huitema in Brussel. ,,Maar als de Europese Commissie het als ‘Green Deal-onwaardig’ bestempelt, wordt er dus ook geen Europees geld voor vrijgemaakt.” Dat schrikt banken en investeerders af, die de financiering van kerncentrales niet aandurven zónder Europese miljardensteun, zegt Huitema. „Brussel moet het aan landen overlaten hoe ze toewerken naar klimaatneutraliteit. Als een land er voor kiest dat met kerncentrales te doen, prima.”

Lees meer verhalen over kernenergie in Europa in dit dossier

Het pleidooi van de Tsjechische premier Babis’ wint aan kracht. Op de EU-klimaattop eind vorig jaar dwong hij af dat in de slottekst – tegen de zin van vooral de Duitse bondskanselier Angela Merkel – een zin werd toegevoegd die de Tsjech als een trofee mee naar huis nam: ‘We erkennen dat sommige EU-lidstaten kernenergie in hun nationale energiemix opnemen’. Een vileine Babis sneerde op de Brusselse top nog naar zijn buurland Oostenrijk, van oudsher fel tegen kernenergie. Hij had vlak voor de top nog een website geraadpleegd die de energieproductie in EU-landen bijhoudt. „En nou komt de grap”, zei hij. „Oostenrijk zat vanochtend om kwart over zeven al op 25 procent uit Tsjechië geïmporteerde kernenergie.”

Hypocriet

René Nedela, de Tsjechische staatssecretaris voor kernenergie, houdt niet van omwegen. De Oostenrijkers zijn „hypocriet”. Wat Timmermans over kernenergie zegt is „niet waar”. En de Duitsers? Die krijgen volgens Nedela nog spijt van de sluiting van hun kerncentrales. „Duitsland wordt nu afhankelijk van energie-import uit andere landen.”

In zijn werkkamer in het statige Praagse ministeriegebouw aan de Moldau wijst hij naar buiten. „Veel zon zien wij niet. En ook andere duurzame energiebronnen, zoals wind en waterkracht, zijn hier nauwelijks rendabel. Onze vervuilende kolencentrales afbouwen: akkoord. Maar wat houden we over als ook kernenergie wordt afgeschreven?”

Gascentrales bouwen is volgens Nedela voor een ex-Oostblokland als Tsjechië geen geruststellend vooruitzicht. „Dan wordt je grotendeels afhankelijk van Russisch gas en kom je opnieuw in de politieke invloedssfeer van Moskou.”

Hij hoopt dat ‘Brussel’ het Europese energie- en klimaatbeleid heroverweegt en kernenergie een eerlijke kans geeft. „Ook Timmermans’ argument dat kernenergie te duur is klopt niet.” De bouw is kostbaar, ruim zeven maal duurder dan de bouw van een gascentrale, geeft de staatssecretaris toe. „Maar daarna heb je voor minstens zestig jaar goedkope en schone energie. Elke dag. Gegarandeerd.”

Nedela zwijgt wijselijk over de enorme extra kosten voor de bouw van nieuwe kerncentrales, waar bijvoorbeeld Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk mee te maken hebben, door de toegenomen veiligheidseisen. Het gevolg is dat de centrales veel duurder worden dan begroot, of dat de bouw niet doorgaat.

We hebben de luxe niet om kernenergie uit te sluiten

Jan Huitema VVD-Europarlementariër

Een paar kilometer verderop loopt student Ondrej Novak, gehuld in smetteloos wit laboratoriumpak, door de gangen van het VR-1-reactortrainingscentrum. Voor kernenergiestudenten aan de Praagse Technische Universiteit is dit het heiligdom. „Wij zijn een van de weinige faculteiten in de wereld met een wérkende kernreactor in huis”, glundert Novak. Elke jonge Tsjech die droomt van een ingenieursbaan in de kerncentrales heeft hier, aan het kleine testreactorvat, zijn eerste ervaring opgedaan.

Op zijn revers zit een stralingsmetertje gespeld dat in geval van te hoge radioactiviteit gaat piepen. „Maar maak je geen zorgen. Een drukke straat oversteken is gevaarlijker.”

Hoewel de financiering nog onzeker is heeft de Tsjechische politiek onlangs de knoop doorgehakt over het vergroten van de capaciteit van de Dukovany-centrale. „Op termijn hoop ik dat de uitbreidingsplannen van de Temelin-centrale concreet worden”, zegt faculteitshoofd Jan Rataj van de Technische Universiteit. Het aantal studenten dat zich aan zijn faculteit inschrijft stijgt de laatste jaren weer. „We gaan ze hard nodig hebben. Want het doel, in 2040 voor vijftig procent draaien op kernenergie, is ambitieus.”

In Oostenrijk wordt regelmatig geprotesteerd tegen de kerncentrale net over de grens in Tsjechië Foto David Veis/EPA

Radioactief gat

„Welke Tsjech heeft het recht om verderop een kuil te graven en daar radioactief afval in te storten waar duizenden generaties na ons nog last van hebben?” Net over de grens in Oostenrijk, zestig kilometer zuidwaarts van Temelin, zet Manfred Doppler zijn glas bier met een klap op tafel.

In de streek rond grensstadje Wullowitz kent iedereen Doppler, veteraan van het Oostenrijkse Anti Atom Komitee. Hij was er bij tijdens de eerste Oostenrijkse protesten tegen de onveilig geachte Temelin-centrale – nog gebouwd met Sovjettechnologie in 1987. Het verzet was fel, grensovergangen werden maandenlang geblokkeerd, en Oostenrijk dreigde zelfs met een veto tegen de EU-toetreding van Tsjechië. De Europese Commissie moest tussen beide komen en dwong bij de Tsjechen af dat ze de centrale op ‘een Europees veiligheidsniveau’ zouden brengen, vastgelegd in het Temelin-akkoord.

„Gelukkig zit er in Brussel nu een Commissie die weinig meer op heeft met kernenergie”, zegt Doppler. Dat Oostenrijk ondanks het antikernenergiebeleid toch energie uit Tsjechië importeert is volgens hem „een kwestie waarin elke Oostenrijker zijn verantwoordelijkheid moet nemen”. Op de Europese energiemarkt is het soms moeilijk te herleiden uit welke energiebronnen het aanbod van een leverancier is opgebouwd.

Het activisme van Doppler maakt op de gemiddelde Tsjech geen enkele indruk, weet Jan Haverkamp, verbonden aan Greenpeace en docent aan de Tsjechische Masaryk-universiteit. „Kernenergie is in Tsjechië een religie.” Al decennia volgt de Nederlander de kernenergiepolitiek in Midden-Europa op de voet. „Na de wende in 1989 was er in Tsjechië nog even een periode van ongemak met die Sovjetcentrales. Maar nu heerst de heilige overtuiging dat zonder kerncentrales het land in het donker zit. Kritiek op de „gammele status” van de Temelin-centrale is er nauwelijks. „Terwijl experts de Temelin-turbines ’s werelds grootste vibrators noemen.”

In de namiddag streelt Temelin-directeur Petr Zavodsky liefdevol de panelen in de simulatiecontrolekamer. De rode lockdownknop, te gebruiken in geval van een incident, laat hij onaangeroerd. „We óéfenen er hier wel mee, maar in het echt is het nooit nodig geweest.” Zijn centrale kan „nog zeker zestig jaar mee”, denkt Zavodsky. „In Oostenrijk mogen ze blij zijn als Temelin in de toekomst de capaciteit kan verdubbelen. Schone en goedkope energie om de hoek. Nu alleen nog financiers vinden.”