Opinie

Een parallel universum

Dagboek Coronavirus

Mijn elektronische agenda blijft mij herinneren aan afspraken die in een ander tijdperk zijn gemaakt. Het zijn berichten die mij een glimp gunnen op een parallel universum waarin ik een ander leven zou hebben geleefd. Vandaag had ik in Napels aan boord moeten gaan van de Ocean Majesty om in het gezelschap van lezers terug te varen naar Genua. Precies op het moment dat ik dit schrijf, stond mijn voordracht gepland over mijn roman Grand Hotel Europa en massatoerisme.

Er is in de wereld nog één cruiseschip onderweg. De MSC Magnifica is op 4 januari vertrokken uit de haven van Civitavecchia met 1.771 passagiers en 928 bemanningsleden voor een reis om de wereld. Twee maanden geleden is de laatste tussenstop geweest. Niemand is sindsdien van boord gegaan. Het schip is vrij van besmetting. Het is een soort tijdscapsule waarin een vervlogen wereld behouden is gebleven. Ik zag beelden van een uitpuilend zwembad, volle restaurants en dansende horden in de disco. Ik keek er gefascineerd naar zoals naar zeldzame stomme zwart-witfilmpjes van Parijs in de negentiende eeuw.

Duizenden bedrijven hebben cassa integrazione aangevraagd voor hun werknemers. Dat is een regeling waarbij de staat 70 procent van het loon betaalt om massaontslagen te voorkomen.

Mijn moeder belde. „Het rare is”, zei ze, „dat er voor ons eigenlijk niets is veranderd. We zaten altijd al binnen en dat doen we nu ook. Maar toch is alles anders.”

Ik wil dat heel de wereld binnenblijft om mijn ouders te beschermen. Ik weet dat we moeten afzien van ons leven op straffe van een catastrofe in de ziekenhuizen. Maar het middel is net zo desastreus als de kwaal. Veel deugde niet aan de oude wereld, maar niet alles was slecht. Ik mis de oude tijden, vooral omdat ik geen toekomst zie.

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer woont in Genua. Op deze plek schrijft hij over de impact die het coronavirus heeft op het leven daar.