Opinie

Coronasteun, voor hoe lang?

Marike Stellinga

Gek genoeg is dit de makkelijke fase van het economische crisisbeleid. Met een blinddoek voor de ogen maakt het kabinet miljarden euro’s aan steun over. Elk bedrijf dat door het coronavirus meer dan 20 procent aan omzet verliest, krijgt een deel van zijn loonkosten vergoed. Of het bedrijf nou groot is of klein, veel reserves heeft of weinig, of het nou Booking.com heet of de Hema, of het nou volbehangen is met schulden, - het maakt niet uit. De overheid omzeilt lastige vragen door de loonkosten deels te vergoeden, mits er geen ontslagen vallen van personeel met een vast contract.

De noodhulp verloopt opvallend snel en soepel. Het kabinet leent zonder discussie tientallen miljarden bij. Onder politieke partijen, vakbonden en bedrijven klinkt overwegend lof. Ook economen juichen het beleid toe: voorkom zoveel mogelijk faillissementen en ontslagen in die delen van de economie die de overheid zelf heeft stilgelegd. Zodat de economie snel terug veert als die sectoren weer open mogen. Tot vrijdag had de overheid 1,5 miljard euro overgemaakt aan 81.000 bedrijven voor het loon van ruim 1,3 miljoen werknemers. Daarmee leunt nu 1 op de 5 bedrijven met personeel op de overheid. Wow.

De vraag is hoe lang het kabinet ‘blind’ kan blijven steunen. De moeilijke fase van het crisisbeleid komt snel in zicht. Dit beleid werkt bij een korte lockdown, een korte dip, niet bij een virus dat langdurig ons maatschappelijk verkeer beperkt. Want hoe weet je of bedrijven die in de kern gezond waren vóór het coronavirus dat zes maanden later nog steeds zijn? We belanden immers van economische bloei in een recessie, de werkloosheid neemt ondanks de steun toe. Dat is traditioneel niet gunstig voor de horeca en detailhandel.

En dan is er nog de vraag wat er langdurig verandert door het virus. Zullen we nog net zoveel reizen, vliegen en op vakantie gaan? Zal de wereldhandel afnemen of veranderen? Dat hangt af van hoelang het virus ons maatschappelijk verkeer beperkt. Maar met elke maand worden die vragen prangender. Wanneer concludeer je dat de wereld veranderd is?

Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, nam in het tv-programma Op1 een voorschot op deze discussie. „Als die 1,5 meter economie heel lang bij ons zou blijven, dan is misschien wel de helft van de huidige horecabedrijven niet in de kern gezond.” Dan kan de overheid misschien beter omscholing en het starten van een ander bedrijf faciliteren, zei Knot, „in plaats van maar blijven subsidiëren”. Daar ligt nog een overweging achter: met deze steun houdt de overheid werknemers vast in slapende sectoren als de horeca, terwijl elders personeel nodig is; in de zorg of in de tuinbouw.

Hoelang is deze steun zinvol? Achter de schermen in Den Haag zeggen slimme, invloedrijke economen dat die vraag nu heel moeilijk te beantwoorden is. Kiezen tussen bedrijven heeft grote consequenties, maar niet kiezen ook. Dan doe je net alsof de economie van maart 2020 optimaal is. En dan zijn er nog de morele vragen die nu al klinken. Heeft een groot bedrijf met schulden evenveel recht op steun als een mkb’er zonder schulden? Gaan we aan grote bedrijven als KLM eisen stellen? Moeten we een extra bijdrage vragen aan bedrijven die van de crisis profiteren? De samenleving was voor de coronacrisis al in gesprek met grote bedrijven, over de verhouding tussen hun bijdrage en hun profijt. Dat gesprek zal intenser worden. Nu we collectief grote offers moeten brengen, zullen de offers per bedrijf moreel worden gewogen.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.