Foto Frank Ruiter

Interview

‘Zolang je gelooft dat je een crisis aankunt, maak je kans’

Lunchinterview Henk Rijks (57), auteur, voormalig bankier en officier bij de Landmacht, schreef een handboek voor zelfredzaamheid in noodsituaties. „Voorbereiding schept rust.”

Henk Rijks (57) tikt op zijn Apple Watch en zegt daartegen: „Amsterdamse Bos. Twaalf uur dertig. Open doel.” Tegen mij: „Zo. Boem. There we go.” We gaan wandellunchen. Wel zo veilig. En handig, nu alle horecagelegenheden gesloten zijn. Het ‘open doel’ dat hij met zijn horloge afsprak, betekent volgens hem alleen maar dat we geen specifieke bestemming hebben, en dat het aantal te lopen kilometers niet vooraf vastligt. „We zien wel waar we uitkomen.” Hij draagt een stadse versie van legerkistjes, een pet en een jas met heel veel zakken. Op zijn rug een rugzak, met daarin de lunch die hij thuis voor ons heeft geprepareerd.

Sinds zijn debuutroman De kostwinner uit 2010 is Henk Rijks vooral schrijver. Nadien verschenen nog de romans Incognito (2016) en De overblijfvader (2018). In vorige levens was hij ook bankier, journalist en officier bij de Koninklijke Landmacht. Het was zijn uitgever die hem op het idee bracht zijn twaalf ambachten én zijn in de loop der jaren opgedane kennis over van alles te combineren tot een ‘grote rampenomnibus’. Praktisch, concreet én een tikje literair: wat moet de gewone man (of vrouw) weten en kunnen om zich te redden, wát er ook voor ergs gebeurt?

Nadenken over een flinke pandemie

Met co-auteur Roeland Stekelenburg begon hij aan het Handboek voor de burger in tijden van nood. Stekelenburg werkte als correspondent in Zambia. Na jaren wonen in een land zonder stabiel werkende infrastructuur is hij ervan overtuigd dat „voldoende vaardigheden én voorbereiding een noodzakelijke voorwaarde zijn voor vrijheid, onafhankelijkheid en levensgeluk”. Diverse noodsituaties zouden in hun boek aan bod komen: overstromingen, cyberterreur, en ze waren al aan het nadenken over een flinke pandemie. „In het Nationaal Veiligheidsprofiel van 2016 werd al rekening gehouden met een ernstige griepepidemie”, zegt Henk Rijks. De voorspelling was dat zo’n ramp zou leiden tot veel zieken, veel doden, grote druk op de intensive cares, economische schade en een ontwrichte samenleving.

De pandemie was er eerder dan het handboek. In allerijl werd een deel van het manuscript omgekat tot een e-book dat voor de gelegenheid Handboek voor de burger in tijden van corona heet. Stap voor stap loodsen de mannen de lezer door de problemen die elke Nederlander in thuisisolatie plots tegenkomt. Ze geven tips voor thuiswerken, voor hoe je het huis smetteloos schoonpoetst, wat je kunt doen als je je verveelt of eenzaam voelt, hoe je een geïnfecteerd familielid verzorgt.

Grofweg de helft van het e-book bevat aanwijzingen voor wat elk verstandig mens had moeten doen ver voor er ooit een crisis uitbrak. Zie de foto van de goedgevulde calamiteiten-doos die Henk Rijks op Instagram zette. Deels EHBO-spullen: Reinigingsalcohol. Vinyl handschoenen. Wondpleisterassortiment. Maar ook een zakmes, vochtig wc-papier en een radio. Hij is zo eerlijk om toe te geven dat al die spullen bij hem normaal gesproken in een rommelig plastic kratje gepropt zitten. „Voor de foto heb ik alles netjes geordend.” Op de foto ziet zijn voorraad proviand er ook jaloersmakend overzichtelijk uit, met keurig gerangschikte pakken rijst en pasta. „De meeste zijn aangebroken, hoor.” Wie altijd slim bevoorraadt, hoeft nooit te hamsteren, zegt hij. Hij beheert, ook in vredestijd, een „IJzeren Voorraad”, voor ongeveer twee weken leeftocht. „Het idee is dat je van alle producten in huis één of twee verpakkingen extra hebt. Drie pakken pasta, meel, tomatensaus. Je breekt het voorste aan en vult direct aan door één nieuw pak te kopen.” Niemand heeft vijftien tubes tandpasta nodig, en vriesmaaltijden of energierepen al helemaal niet. „Niet te eten dat spul.” En water? Hij heeft een fles of twaalf in huis. Een gezin van vier – hij heeft een vrouw en twee volwassen kinderen die nu weer even thuis zijn komen wonen – kan het er een paar dagen mee uithouden. „Mits we direct rantsoeneren natuurlijk.”

Mentale weerbaarheid

We slaan linksaf. Op de wegwijzer staat Schiphol. Onwillekeurig kijken we omhoog naar de streepvrije lucht, spitsen verbaasd de oren. „Hoor jij ook vogels?” Hij zet de pas erin en ik vraag of de coronacrisis zijn eerste ramp ooit is. Hij staat stil, denkt, knikt van ja en loopt verder. Ook als militair geen oorlog meegemaakt? „Verder dan erop oefenen kwam ik niet. Pas na mijn tijd vertrokken er missies naar Afghanistan en Bosnië.” Een deel van het werk bij de krijgsmacht, zegt hij, bestaat uit voorbereid zijn en zorgen dat je materiaal op orde is. Eigenlijk doet hij dat allemaal nog steeds. Maakt dat hem een prepper? Nee. „Een prepper heeft wapens en munitie in huis, gaat gekleed in camouflagepakken en vertrouwt z’n eigen buren niet.” Zo is hij niet. „Er is een subtiele balans tussen voorzorgsmaatregelen en paranoia.”

Slalommend tussen tegemoetkomende wandelaars legt hij het verschil uit tussen materieel en mentaal voorbereid zijn. „Uit alle survival-literatuur blijkt dat mentale weerbaarheid vaak doorslaggevend is. Zolang je gelooft dat je een crisis aankunt, maak je een kans. Zelfs een goede.” Klinkt geruststellend, maar mentale weerbaarheid lijkt me vooral iets wat je hébt of niet. „Een ramp versterkt de toch al aanwezige eigenschappen van mensen”, zegt hij en appt me ter plekke een artikel uit The Financial Times waarin staat dat crises – zoals de corona-epidemie nu – „actievelingen hyperactief” maakt, de „aardigen tot vrijwilligers” en de „egocentristen tot hamsteraars”.

Konijn vangen

Het sleutelwoord, zegt Rijks, is zelfredzaamheid. „Als je bepaalde vaardigheden hebt, geeft dat zelfvertrouwen. Vertrouwen in eigen kunnen vergroot de kans dat je er goed uitkomt.” Maar die vaardigheden die hij bedoelt, die leert toch niemand meer? Wie vangt er nog zelf een konijn, zoals hij deed voor zijn boek-in-de-maak? (Met een zelfgemaakte strik. Is overigens verboden, want stroperij. En nee, hij heeft het konijn niet gevild en opgegeten, want zijn hond kreeg het beest te pakken en weigerde los te laten. Prooinijd heet dat.) Wie weet hoe je water vindt? Stel, je bent een man die altijd op kantoor werkt, je excelleert in Excelsheets maken in plaats van koken of klussen, je tilt nooit iets zwaarders dan je aktetas; hoe zelfredzaam ben je dan?

Henk Rijks speurt ondertussen het terrein af naar een geschikte locatie voor de lunch en spot een leeg bankje waar we gaan zitten. De rugzak gaat open. Twee glazen, bestek, thermosfles met thee, twee voorverpakte salades, twee bakjes voorgesneden fruit en twee yoghurtjes. Bolletjes in plastic trommels die hij vanochtend met handschoenen aan heeft gesmeerd. Desgewenst heeft hij voor mij ook een paar beschermende handschoenen. De zon schijnt flink, de jassen gaan uit. „Ik heb zonnebrand bij me. Wil je?”

Hij komt terug op de zelfredzaamheid. „De teloorgang van handvaardigheden, dat ziet iedereen. Millennials kunnen geen band meer plakken, geen kompas of kaart lezen, geen gordijn naaien. Alles wordt uitbesteed.” Toch vertrouwt hij op de resilience van mensen, de veerkracht. „Het vermogen om klappen op te vangen, te improviseren, je aan te passen aan een nieuwe situatie.”

Ook de kantoorman met aktetas kan dat. Kijk naar de laatste grote ramp die Nederland trof, de Tweede Wereldoorlog. De hongerwinter van ’44-’45. „Iedereen denkt: ze aten bloembollen, suikerbieten. Maar mensen aten veel meer dan dat. Ook stedelingen. Blijkbaar konden mensen teruggrijpen op kennis van twee, drie generaties terug over wat eetbaar is en wat niet.” Hij verwijst naar een studie uit 2016 van botanicus Tinde van Andel van Naturalis. Die ondervroeg nog levende getuigen van de hongerwinter naar wat ze zoal aten. Klaver, gladiool, zevenblad, grote lisdodde, brandnetel, thee getrokken van braamblad. „Elk postzegeltje grond werd benut om van alles op te verbouwen. Onder de oppervlakte sluimerde nog botanische kennis.”

Lees ook: De tips van NRC om veerkrachtig te blijven

Hij verzamelt de lege sla- en yoghurtverpakkingen in de meegebrachte vuilniszak en gooit die in een afvalbak langs het voetpad. We lopen terug naar de parkeerplaats waar zijn auto staat. We akkeren nog wat rampen door. Een overstroming door een dijkdoorbraak? „Een bootje is wel handig om te hebben.” Heeft hij zelf niet trouwens. Hoe wapen je je tegen cyberterreur? Hij adviseert het ‘persoonlijk noodplan’ van het Rode Kruis eens in te vullen. „Zoiets simpels als: schrijf belangrijke telefoonnummers op een papiertje. Waarom? De stroom valt uit, internet is dood, je kunt je telefoon niet meer opladen. Weet jij dan de nummers van je kinderen of je broers en zussen uit je hoofd?” Iedereen moet acuut z’n huis uit? „Evacuatie mág je weigeren, hè. Of het verstandig is, is een tweede.” Hij heeft voor zo’n noodsituatie een rugzak klaarstaan, een tas met het hoogstnoodzakelijke (water, vuur, mes, wat te eten, schoenen). Aha, een BOB, bug-out bag zoals dat in preppersjargon heet. Dus hij is toch…? Hij schudt van nee. „Niet echt. Voorbereiding schept rust in het hoofd. Ik hoop het nooit nodig te hebben.”