Opinie

Waarom we bedelen om mondkapjes

Coronacrisis De situatie in Europa is te verschillend om op één lijn te brengen. Minder bemoeienis binnen de grenzen, meer bescherming buiten de grenzen is het devies, aldus .
Illustratie Anne van Wieren

De opening van het Vlaamse televisiejournaal zal me nog lang bijblijven. Op Zaventem was een vliegtuig geland uit China met een lading van zeven miljoen mondkapjes. De sfeer in de studio was feestelijk: eindelijk hulp voor de zorgverleners. Ik begreep de opluchting, maar kreeg er een beetje een derde-wereld-gevoel bij. Hoe kan het dat een welvarend land niet zelf kan zorgen voor zulke basale voorzieningen?

Het heeft me echt verrast dat we niet meer in staat zijn om in korte tijd zoiets simpels als mondmaskers te maken. Bovendien voldoet de kwaliteit van de geleverde maskers niet aan de normen. De helft van een zending van 1,2 miljoen uit China werd in Nederland afgekeurd. Ook drie miljoen van de bejubelde mondmaskers in België bleken onbruikbaar. Verhalen over vervalste certificaten duiken inmiddels overal op – ‘Made in China’.

Daarachter schuilt een groter probleem: het tekort aan medicijnen dat kan ontstaan in de komende maanden nu de aanvoer uit India en China afneemt. Tachtig procent van onze medicijnen komen uit deze landen. Dat zal vast goedkoper zijn, maar een heroverweging is nodig. Kunnen we essentiële medicijnen niet beter zelf produceren?

Lees ook: Solidariteit op het gebied van mondkapjes in EU ver te zoeken

Wereldwijde afhankelijkheden

Of het nu gaat om strategische voorraden of het opzetten van eigen fabrieken om antibiotica te produceren, zoals voormalig DSM-topman Feike Sijbesma suggereerde, of het nu gaat om nationale of Europese initiatieven, dat zijn vragen voor later. Maar een eerste voorlopige les uit de coronacrisis is dat we kritisch moeten kijken naar de wereldwijde afhankelijkheden.

Zeker, het is tasten in het duister. Het voelt alsof we uit de tijd zijn gevallen: een recessie is aantocht, maar niemand weet hoe diep die zal zijn en hoe lang die gaat duren. Wie de uitbraak van meningen over de coronacrisis volgt is geneigd tot bescheidenheid. Laten we ons minder richten op vergezichten en proberen te duiden wat zich afgelopen maanden heeft voltrokken.

Een oude wijsheid uit de scheepvaart luidt dat één lek zelfs een oceaanstomer kan doen kapseizen wanneer er geen schotten in de laadruimte zijn aangebracht. De grenzeloze beweging die onze tijd kenmerkt heeft veel onbedoelde gevolgen. Een lokale besmetting in China kan in enkele maanden muteren tot een wereldwijde uitbraak.

Landen zijn economisch meer en meer verknoopt geraakt. Het is natuurlijk een voordeel dat we niet alles zelf hoeven te produceren, maar nu zien we de nadelen van deze afhankelijkheid. Breken de wereldwijde productieketens, dan stapelen al snel tekorten op die een samenleving kunnen ontwrichten.

Er staat hierbij meer op het spel. De coronacrisis laat de groeiende invloed zien van het dictatoriale regime in Beijing. Die is allerminst onschuldig, want hoe kunnen we een regime vertrouwen dat zijn eigen burgers niet vertrouwt? De crisis is erger dan nodig omdat China de artsen vervolgde die in een vroeg stadium waarschuwden tegen de uitbraak van een nieuw virus.

Lees ook: Hoe China zijn corona-aanpk geopolitiek uitspeelde

Cultuur van vertrouwen

Door de groeiende macht van autocratisch bestuurde landen staan de democratieën onder druk. Dat toont deze virusuitbraak, die meer is dan alleen een gezondheidscrisis. De geschiedenis van de internationale betrekkingen leert dat zonder gedeelde normen en zonder een cultuur van vertrouwen de globalisering gemakkelijk in conflict kan ontaarden.

De bedrijfsspionage door China – dat de technologische achterstand met alle middelen probeert in te halen -, is een voorbeeld dat wantrouwen rechtvaardigt. Soms ijverig geholpen door westerse wetenschappers. Midden in de coronacrisis werd een decaan van de faculteit chemie en biochemie van Harvard, Charles Lieber, door de FBI gearresteerd. Hij had een laboratorium opgezet aan de technische universiteit van Wuhan, zonder zijn eigen universiteit daarvan op de hoogte te stellen.

Het stellen van zulke vragen is geen uiting van achterhaalde westerse superioriteit, zoals Singaporese oud-diplomaat en denker Kishore Mahbubani beweert (De Standaard, 4/4). We kunnen veel leren van andere continenten en culturen, zoals nu van Zuid-Korea, maar de mate waarin we afhankelijk willen zijn van vooral China is een legitieme vraag.

Lees ook: Grote hervormingen? Misschien is deze crisis niet het moment

Wat nabij is, weegt het zwaarst

Dagelijks opent het televisiejournaal overal in Europa met de aantallen doden in eigen land. Pas later horen we iets over de slachtoffers in andere Europese landen en nog later gaat de aandacht uit naar New York. En ergens in het staartje van het nieuws krijgen we een indruk van de situatie in de sloppenwijken van India en Brazilië. Dit zegt iets over de geografie van ons gevoel. Wat nabij is weegt het zwaarst.

Het kan niemand verbazen dat de nationale grenzen als eerste bescherming zijn omarmd. Dat was een begrijpelijke reflex. In Vlaanderen verrezen zelfs heuse blokkades op de wegen naar Nederland. Ook zien we de verschillen tussen landen als Zweden, Nederland en Italië die ieder op een eigen manier omgaan met het virus.

Dat is een tweede voorzichtige les uit deze crisis. Hoe vaak is in de voorbije decennia niet gezegd dat de nationale staat is achterhaald? Het is als met de roman, die ook al vaak voorbarig dood is verklaard. Ze hebben iets met elkaar te maken: in een taalgemeenschap vertellen we verhalen, onderhouden we het verleden en bieden we vooruitzichten.

Het afkondigen van de noodtoestand is alleen mogelijk in een nationaal of regionaal verband. De legitimiteit om zulke drastische maatregelen te nemen kan niet worden uitbesteed aan internationale instanties. Geen Duitser wacht op een toespraak van Ursula von der Leyen – wel op een toespraak van Angela Merkel. Het is allereerst binnen landsgrenzen dat mensen gezag aanvaarden en verbondenheid beleven.

Wat me ook heeft verrast is hoe gemakkelijk we vrijheid inruilen voor veiligheid. De afsluiting van een miljoenenstad als Wuhan is alleen in een dictatuur mogelijk. Een democratie zou die discipline niet opbrengen. Ondanks alle verschillen blijkt dat de bevolking in veel Europese landen bereid is tot een snelle aanpassing die het dagelijks leven ontregelt.

We houden ons behoorlijk aan de afspraken. Inderdaad deugen de meeste mensen als er een betrouwbare overheid in de buurt is. Het vertrouwen van burgers in elkaar hangt nauw samen met het vertrouwen van die burgers in de overheid. Waarom worden er meer mensen bekeurd in Frankrijk dan in Denemarken? Meer vertrouwen betekent minder dwang. We zullen zien hoever dat reikt.

Vitale beroepen

Ondertussen mogen we niet vergeten hoe matig die overheden de publieke zaak vormgeven. Door de sociale onthouding herkennen we opeens de gemeenschap die al ons individualisme mogelijk maakt. Nu blijkt hoe afhankelijk we zijn van al die mensen die het raderwerk laten lopen. Dat zijn de mensen in de vitale beroepen die het meeste risico lopen, omdat ze niet thuis kunnen werken. En dat zijn uitgerekend de beroepen die vaak slecht worden betaald.

De overheden moeten ervoor waken dat deze crisis niet, net als de vorige, de ongelijkheid aanwakkert. We zien nu al dat bedrijven die in het recente verleden veel winst hebben gemaakt vragen om staatssteun. Het is toch een gotspe dat Booking.com – een bedrijf waar ook nog eens rijkelijk belastingvoordelen naar toe zijn gevloeid – zijn hand ophoudt voor de 5.500 werknemers.

Ook op een andere manier zien we nu beter de tekorten van de nationale overheden. Ik ging er blindelings van uit dat we beschikken over uitgewerkte rampenplannen, dat er instanties zijn die daar op zijn voorbereid, dat belangrijk materiaal, zoals beademingsapparatuur of mondkapjes, in voorraad is. Nu blijkt het, anders dan bijvoorbeeld in Finland, niet of nauwelijks het geval te zijn.

Ik begrijp dat het niet gemakkelijk is om op alle eventualiteiten te zijn voorbereid, maar we bouwen onze dijken toch niet alleen met het oog op de meest waarschijnlijke overstromingen? We houden toch een defensieapparaat in stand met het oog op oorlogen die misschien nooit worden gevochten? Waarom dan niet eenzelfde investering in essentiële medische voorzieningen?

Daarover zullen we het moeten hebben als de ergste crisis bezworen is. De voorlopige balans is schrijnend: hoe kan het dat we een maand na de uitbraak nog steeds moeten bedelen om mondkapjes? Hoe is het mogelijk dat zorgverleners die mensen in doodsnood bijstaan zich niet afdoende kunnen beschermen? Waarom schiet testmateriaal tekort? Leren we daar wat uit over het functioneren van onze overheid?

Lees ook: Je kunt corona ook omarmen

Klassieke noord-zuid tegenstelling

Soms opent het journaal met nieuws van over de grenzen. Het ging over de woede die ons land zich op de hals heeft gehaald door nogal hardhandig de wensen van Rome en Madrid af te wijzen. Hier speelt de klassieke noord-zuid tegenstelling op, die Erasmus al vroeg waarnam toen hij de botheid van de Hollander contrasteerde met de zotheid van de Brabander.

De Spaanse premier Pedro Sanchez deed een dramatische oproep: „De omstandigheden zijn uitzonderlijk en vereisen krachtige stellingnames: óf we zijn hiertegen opgewassen óf we zullen als Europese Unie falen. Op dit kritieke moment hebben zelfs de meest pro-Europese regeringen en landen, zoals Spanje, een bewijs van echte inzet nodig, te weten: sterke solidariteit.”

In deze crisis zijn de reflexen allereerst nationaal. Zo vorderde de Franse regering op 3 maart alle voorraden en productie van mondkapjes. Naar verluidt werden zes miljoen exemplaren opgeëist van de firma Mölnlycke in Lyon, die ook aan andere landen levert. Dat verbod werd na Zweedse aandrang een maand later ingetrokken. Hemd en rok, daar weten ze alles van in Frankrijk. Ook andere landen vaardigden exportverboden uit.

Vergeleken met de steunmaatregelen uit Brussel doen de nationale regeringen veel meer. Alleen al in Duitsland gaat het om 1.200 miljard, terwijl het noodpakket van Europa 540 miljard bedraagt. Toch bieden die nationale maatregelen niet afdoende bescherming in tijden van corona. Dat is een derde les uit deze crisis: het is verlicht eigenbelang om andere lidstaten te helpen in de recessie die gaat komen.

Nederland plukt de voordelen van een gemeenschappelijke markt: ongeveer 70 procent van de goederenexport gaat naar andere lidstaten. Een ontwrichting van het zuiden zal het noorden raken. Die lotsgemeenschap gaat als het goed is niet alleen over gedeelde belangen, maar ook om gedeelde beginselen.

Willen we schuldenunie worden?

De solidariteit kan op verschillende manieren vorm krijgen, zoals het noodpakket waarover vorige week werd besloten. Dat was ongekend snel. Daarna komt een principiële discussie: willen we een schuldenunie worden? Kunnen we in Europa de staatsschuld van andere landen mede dragen zonder controle op het begrotingsbeleid en het belastingbeleid van die landen?

De discussie over de zogenaamde eurobonds heeft voorlopig vooral de verdeeldheid versterkt. Een schuldenunie komt in de huidige omstandigheden neer op permanente overdracht van noord naar zuid. De aarzelingen om zo’n stap te zetten zijn begrijpelijk – net als de aandrang van de landen die zuchten onder een staatsschuld die te hoog is opgelopen.

We ontdekken de grenzen van het streven naar eenwording. Na bijna twintig jaar met een gemeenschappelijke munt kunnen we niet verwachten dat de landen van dit continent steeds meer op elkaar gaan lijken. Duitsland en Nederland worden nooit de norm waar Italië of Frankrijk zich aan spiegelen. Europa zal altijd een compromis zijn van uiteenlopende tradities.

Het helpt niet wanneer de Europese Commissie zich opwerpt als hoeder van de exit-strategie die nu in de hoofdsteden wordt uitgedacht. Dat merkte Von der Leyen vrij snel toen ze suggesties in die richting deed. De situatie in landen als Italië, België en Zweden is te verschillend om op één lijn te brengen. Minder bemoeienis binnen de grenzen, meer bescherming buiten de grenzen – dat is het devies.

De opeenstapeling van de eurocrisis, de vluchtelingencrisis en de coronacrisis is de ultieme stresstest voor Europa. De gemeenschap die we op dit continent vormen kan ver reiken, zolang we voor ogen blijven houden dat de afzonderlijke staten het zwaarst wegen. De Europese Unie moet geen verantwoordelijkheid bij regeringen wegnemen, maar die regeringen juist in staat stellen om verantwoordelijkheid te dragen. De wereldwanorde brengt meer en meer crises met zich mee. Na de intelligente lockdown moeten we het hebben over een intelligent protectionisme. Hoe kunnen we de afhankelijkheid op het gebied van medicijnen verminderen? Het gaat ook over de bescherming van kritische infrastructuur, zoals energie en telecommunicatie. En hoe kunnen de democratieën zich verweren tegen de aandrang van autocratische regimes als Rusland en China? We hebben Europa nodig, een dienstbaar Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.