Steeds die angst om hun geliefden nooit meer vast te kunnen houden

Mantelzorgers Ze gaan altijd meerdere keren per week naar hun naasten in het verpleeghuis. Nu zitten deze mantelzorgers thuis en proberen ze moeizaam en soms onhandig contact te houden. De angst voor de dood van hun geliefden is ineens dichtbij.

Tiny Klein met een foto die vorig jaar werd gemaakt op de gesloten afdeling van het verpleeghuis waar haar dementerende moeder woont. Ze kan haar moeder nu niet bezoeken.
Tiny Klein met een foto die vorig jaar werd gemaakt op de gesloten afdeling van het verpleeghuis waar haar dementerende moeder woont. Ze kan haar moeder nu niet bezoeken. Foto Merlin Daleman

Tiny Klein (60), voormalig lerares, staat elke dag aan het hek van het verpleeghuis in Limburg waar haar moeder op de gesloten afdeling woont. Haar moeder is ernstig dementerend. Soms herkent ze haar dochter. Dan zwaait ze even door het raam. Als het lekker weer is kunnen ze een praatje maken door het hek. Tiny Klein blijft dan op 1,5 meter staan, maar soms probeert haar moeder dichterbij te komen.

„Mijn moeder wil een knuffel hebben en dat mag niet”, vertelt Klein. Sinds haar moeder dement is, wil ze haar dochter graag aanraken. Even haar hand pakken of over haar wang geaaid worden. Tiny Klein: „‘Nee mammie, dat mag niet’, zeg ik dan. En dan probeer ik haar af te leiden. Dan vraag ik of ze mijn mand met wasgoed wil strijken of zoiets. Dan is ze meteen weer vergeten dat ze naar me toe wilde. Maar het is knetterhard om zo weg te moeten stappen van je moeder.”

Verpleeghuizen staan in de schijnwerpers van de coronacrisis. Deze week bleek dat het aantal mensen dat overlijdt in een instelling, zoals verpleeghuizen, sinds de uitbraak van het virus is verdubbeld. In verpleeghuizen (waar 120.000 mensen wonen) zijn ruim 5.300 besmettingen geteld. Zorgverleners bleken er lange tijd weinig beschermingsmiddelen, zoals mondkapjes, te dragen. Kinderen, geliefden, vrienden en familie van de mensen die er wonen kunnen weinig doen. Ze mogen niet op bezoek en contact maken is vaak lastig, zeker als hun naaste dementerend is.

Lees ook: ‘Als Reinoud ziek wordt in het verpleeghuis, dan ben ik hem kwijt’

NRC sprak met een aantal mantelzorgers van wie een naaste in het verpleeghuis woont. Sommigen deden vorig jaar ook hun verhaal in een artikel over het zorgen voor een ander.

Toen vertelden ze hoe zwaar dat was en hoe weinig tijd er voor henzelf overbleef doordat ze altijd aan het zorgen waren. Praktisch gezien zijn sommigen minder tijd kwijt nu ze hun naasten niet kunnen bezoeken, hoewel veel van hen nog ‘gewoon’ boodschappen brengen of de was doen. Emotioneel hakt de crisis erin: ineens worden ze geconfronteerd met de angst dat hun geliefden snel kunnen overlijden, en dat ze hen misschien wel nooit meer zien.

Gesloten afdeling

Marielle Gerards-Dröes (68) laat via e-mail een kaartje zien dat ze heeft gestuurd aan haar oude kinderjuf (95) die dement is en in een verpleeghuis woont. Ze zijn al vijftig jaar bevriend. Elke week gaat Gerards-Dröes bij haar op bezoek. Ze doet ook de administratie, boodschappen en regelt alles met artsen en de verzorging. Op het kaartje heeft ze een grote foto van zichzelf geplakt. „Dag, tot gauw! XXX”, staat er omheen.

Ze probeert op de kaart, met grote blokletters geschreven, uit te leggen dat er een soort griep heerst en dat ze niet meer op bezoek komt omdat ze haar vriendin niet ziek wil maken. „Ik ben de enige die ze nog herkent”, vertelt Gerards-Dröes. „ Ik wist dat er een dag zou aanbreken dat dat niet meer zo zou zijn, maar niet op deze manier. Ik moet er niet aan denken dat ze nu corona krijgt en alleen sterft. Zo wil je toch niet eindigen.”

De 90-jarige moeder van voormalig managementassistente Nanette Kaat (66) woont op de gesloten afdeling van een verpleeghuis in Amsterdam. Ze heeft de ziekte van Alzheimer en haar situatie verslechterde het afgelopen jaar zo dat ze niet meer thuis kon wonen. In het huis zijn mensen besmet met het nieuwe coronavirus. De deuren tussen de verschillende huiskamers op de gesloten afdelingen zijn daarom dicht. Bewoners mogen alleen nog op hun eigen afdeling komen.

Kaat: „Mijn moeder is behoorlijk beperkt in haar bewegingsvrijheid en contacten met medebewoners.” Het personeel probeert extra activiteiten te organiseren en te videobellen met familie en vrienden, maar dat gaat niet altijd makkelijk. Kaat: „Aanvankelijk is ze dan steeds boos dat ze me wel ziet, maar dat ik niet naar haar toe kom. Er is veel verdriet op de afdeling, omdat de mensen die er wonen niet begrijpen wat er aan de hand is.”

Mirre Borger (52) brengt twee keer per week boodschappen, maar ziet haar moeder Rietje dan niet. Tijdens het videobellen ziet Borger haar moeder, die de ziekte van Huntington heeft, soms om zich heen kijken. Borger: „Dan zoekt ze mij, want ze hoort mijn stem. Ze snapt niet dat ik niet in de ruimte ben. Als we elkaar zien, lukt het me om contact met haar te maken, door herinneringen van vroeger boven te brengen. Via beeld gaat dat nauwelijks. Het is innerlijk heel eenzaam voor haar. Erg verdrietig.”

Bang voor besmetting

Drie weken geleden begon Anne-Marie van Dam (54), onderzoeker in het Amsterdam UMC, al te mailen met het Amsterdamse verzorgingshuis waar haar moeder woont. Waarom draagt het personeel geen mondkapjes, wilde ze weten. Hoeft niet van het RIVM, werd er gezegd. Pas afgelopen weekend werd het beleid voor medische hulpmiddelen zo aangepast dat ook zorgverleners in verpleeghuizen makkelijker extra beschermingsmiddelen krijgen.

De moeder van Anne-Marie van Dam is 92 jaar. Ze zit in een rolstoel, geestelijk is ze nog heel goed. Wel heeft ze haar hele leven al last van depressies. Van Dam is bang dat die depressies weer zullen opspelen nu ze geen bezoek kan ontvangen en ze niet naar buiten kan. „Ik doe altijd boodschappen voor haar en in het weekend gaan we vaak op pad. Nu bellen we veel, maar de boodschappen moet ik aan de deur zetten. Ik stop er leuke kaartjes in, ook om het allemaal niet te zwaar te maken. We moeten ook positief proberen te blijven”, zegt ze.

Lees ook: Een baan én mantelzorg, dat wringt

Dat is niet altijd eenvoudig, zegt Van Dam. Soms ligt ze wakker, als ze bijvoorbeeld heeft gelezen over mensen die overlijden in verpleeg- en verzorgingshuizen. „Nu pas is er aandacht voor goede bescherming van personeel in zulke huizen. We zijn de put aan het dempen nu het kalf al half verdronken is.”

Ze heeft zelf een partij chirurgische mondkapjes weten te bemachtigen. Desnoods, zegt ze, laat ze die op haar moeders kamer leggen zodat in ieder geval háár verzorgers ze op kunnen doen. „Dat geeft ook geen garantie dat ze het virus niet krijgt, maar het is in ieder geval iets. Ik vrees alleen wel dat dit voor ouderen nog heel lang gaat duren. Zelfs als de maatregelen versoepeld worden, dan moeten kwetsbare mensen blijven oppassen. We moeten wel gaan nadenken over de vraag hoeveel kwaliteit van leven we hen afpakken. Wie weet hoeveel tijd deze ouderen überhaupt nog hebben? Je kan ze niet blijven opsluiten.”

Oud-onderwijzer Tiny Klein belt nog een keer terug als ze haar moeder weer even op afstand heeft gezien. Ze moest bij de directeur komen. Er is vermoedelijk een coronabesmetting in een andere vestiging van het verpleeghuis, dus de regels worden strenger. Tiny Klein mag voorlopig niet meer aan het hek komen zwaaien. „Ik vind het verschrikkelijk, maar we kunnen er niets aan doen”, zegt Klein.