Ruben Terlou: „Ik denk niet dat het goed is voor de wereld als de communistische partij nog meer macht krijgt.” Foto Roger Cremers

Interview

Ruben Terlou: ‘Al die leugens van China, ik ben het zo zat’

Documentairemaker Stilstand in de wereld – Ruben Terlou kan er niet goed tegen. „De samenleving heeft een collectieve dwarslaesie.”

Blote voeten onder opgerolde broekspijpen. Ruben Terlou (34) staat halverwege de trap van zijn bovenwoning in Utrecht. Hij buigt, lacht, humt bij wijze van groet en spurt – twee treden tegelijk – naar boven. De koffie is nog niet gezet of hij begint over deze „gekooide tijd” en de weerslag daarvan op zijn „weerbaarheid”. Quarantaine, reisbeperkingen, gesloten grenzen. Niks naar Siberië en Amerika, zoals het plan was. Voor de VPRO maakte hij drie documentaireseries over het leven van mensen in China, voor de vierde reeks ging hij op zoek naar Chinezen buiten China. Maar hij zit al anderhalve maand thuis. „Ik voel me zoals in mijn jeugd.” Toen woonde hij, jongste van vier kinderen, ook in Utrecht. „Weg willen, maar niet kunnen.”

Zijn vriendin komt binnen, in haar armen een harig, bruin pakketje. We hebben, zegt hij, net twee uur een pup in huis. „Twee weken en een dag geleden” besloten ze dat er een beestje in huis mocht komen voor hun dochter van 7. Kapitein heet de hond en het is een basset, zo’n hond die langer wordt dan hoog. „Niet zo’n worst toch?”, schrikt hij. Zijn vriendin legt het diertje voorzichtig in zijn bench: „Het zijn jachthonden. Weglopers ook.” Ruben Terlou gaat voor naar het balkon, en vouwt zijn benen tussen de stoel en het gietijzeren balkonhek. Op tafel een schaaltje met chocolade, zijn laptop en een verrekijker, die hij af en toe richt op een vogel verscholen in de binnentuin.

Je bent afgestudeerd als dokter, je vriendin is ook opgeleid tot arts…

„En toch staan we nu niet op de intensive care… Ik kan niet ontkennen dat er voor mijn gevoel een appel op me wordt gedaan, zeker toen de epidemie Nederland bereikte. Het voelt gek dat ik aan de zijlijn sta. Aan de andere kant, het is zeven jaar geleden dat ik in het ziekenhuis werkte. Ik deed onderzoek naar ziekte van het bloed, hematologie. Klinische ervaring heb ik nauwelijks, laat staan op de IC. En toch… Je wilt je nuttig maken in deze crisistijd. Wat legitimeert mijn zijn op dit moment?”

Je mag er toch wel zijn? Bedoel je niet gewoon: wat is het nut nog van wat ik doe?

„Wat ik doe, daar identificeer ik me nogal mee. Nu ik het niet meer kan doen, realiseer ik me hoe blij ik was met wat ik deed.”

In januari was je in Servië. Waarom?

„We maakten daar een aflevering over de invloed van China in Oost-Europa. Je ziet hoe de Chinezen strategisch hun invloed proberen te vergroten, juist in landen die eurosceptisch zijn. Servië is geen EU-lid, heeft het economisch zwaar en is dus gevoelig voor hulp van China. De Chinezen leggen een spoorlijn aan tussen Servië en Hongarije, alle zware industrie nemen ze over. Goud- en kopermijnen, staalfabrieken. Ze bouwen, ze spenderen, ze hebben visie. Heel indrukwekkend hoor. Het is de Chinezen niet alleen te doen om de grondstoffen. Het gaat ook om geostrategische invloed, met neokoloniale trekken. Door hun miljardeninvestering in Servië vergroten ze hun macht in Europa. Strategische plek bovendien Servië, zo tussen de haven van Piraeus in Griekenland en Duitsland in.” 

Helpt het dat Servië een postcommunistisch land is?

„O, enorm. Communistische broeders zijn het, met vrij nauwe historische banden. Tijdens de Kosovo-oorlog eind jaren negentig werd het Chinese consulaat in Belgrado gebombardeerd. Per ongeluk, zei de NAVO. Expres, zeiden de Chinezen. Nu is het daar een soort gedenkplek, Chinezen die Belgrado bezoeken staan er letterlijk te huilen. Het herinnert hen aan de tijd dat China kwetsbaar was en vernederd werd door het Westen. Servië is ook de loser van een oorlog, het land voelt zich vernederd en genegeerd door de EU. Als je dat weet, begrijp je heel goed waarom de president van Servië het prima vindt de Chinese vlag te kussen in ruil voor hulp.”

Je kijkt bezorgd.

„Je hoeft niet lang in de auto te zitten vanuit Nederland om in een land te komen waar geen vrije pers is en de democratie nauwelijks functioneert. Waar mensen het heel slecht hebben en je kinderen karton ziet verzamelen op afvalbergen. China maakt dankbaar gebruik van die armoede.”

Jij ziet China’s invloed liever niet aanwassen?

„Ik denk niet dat het goed is voor de wereld als de communistische partij nog meer macht krijgt, nee. Onze open, vrije samenleving, daar staan zij vijandig tegenover. Dat ben ik wel gaan zien.”

Is die vijandigheid toegenomen, of ben je het pas later gaan zien?

„Dat vraag ik me dus ook af. Zestien jaar geleden kwam ik voor het eerst in China. Ik was negentien, zo groen als gras en met weinig historisch besef. Het was één groot avontuur, ik wilde vooral de taal leren en mooie foto’s maken. Ik leefde de lievejongensdroom. Misschien ben ik er gevoeliger voor geworden, maar ik denk dat de repressie in China de laatste twee, drie jaar ook is toegenomen. Nu kan ik het niet meer negeren. Vorig jaar waren we aan het filmen… Ik ben me rot geschrokken.”

Wat gebeurde er?

„Het was moederdag. We filmden een bijeenkomst van ouders die hun enig kind hadden verloren. We maakten samen dumplings en het liep zo raar, ik werd bijna ter plekke door die mensen geadopteerd, ik werd het vehikel voor hun emoties. Verdriet om hun verloren kind, maar ook onvrede over het gebrek aan steun van de overheid. Vaak hadden ze ten tijde van de eenkindpolitiek al hun tweede kind gedwongen geaborteerd of te vondeling gelegd. En terwijl deze mensen alleen maar hun leed met elkaar en met ons wilden delen, werden we omsingeld door de politie. Halsoverkop zijn we op de vlucht geslagen. Ik zat in de auto, de stad uit, en ik keek naar buiten, naar al die affiches en billboards met propaganda. Al die leugens, ik was het zo zat. Er knapte iets in me.”

Lees ook de column van Maarten Schinkel over China’s gegoochel met cijfers

Wat vond je het ergst?

„Het raakte me op verschillende vlakken. Het onmetelijke verdriet van de mensen. Later persoonlijk. Shit, ik heb er ook één.”

Eén kind bedoel je?

„Niet zozeer dat het er maar één is. De angst om je kind te verliezen werd aangewakkerd. De confrontatie met dat het leven zo fragiel is, daar heb ik wel een tijd last van gehad. Wat er ook flink inhakte was het besef dat zelfs de meest kwetsbare mensen zich niet mogen uiten. Een groep ontevreden mensen, met mogelijk kritiek op de partij, dat zou wel eens een bedreiging kunnen vormen voor het land, dus ja, dat moet acuut de kop ingedrukt.”

Je voelde de lange arm van de communistische partij?

„Ik zag een partij die geen middelen schuwt om, zoals zij zeggen, de sociale stabiliteit te bewaren. De communisten zijn ruim zeventig jaar geleden aan de macht gekomen na het winnen van een burgeroorlog. Sindsdien zie je dat de communistische partij zich staande houdt door het creëren van een vijandbeeld. Interne vijanden, een Westers liberaal complot. De machthebbers in de partij en de families daaromheen kúnnen de greep niet verliezen. Gebeurt dat wel, dan…”

Dan breekt de chaos uit?

„Chaos is niet waar ze bang voor zijn. Het gaat om controleverlies. Verdwijnt hun macht, dan rest hun alleen de gevangenis. Dan moeten ze vrezen voor hun leven.”

Hij humt een keelklank zoals hij in gesprek met Chinezen ook vaak doet. En zegt: „President Xi Jinping hield vorige week een speech waarin hij het had over de medische zijderoute. Bril-jant.”

Lees ook: Ontsnapte het virus uit een Chinees lab, wil de regering-Trump weten

De ‘Nieuwe Zijderoute’, afgekondigd door China in 2013, moet het grootste infrastructurele netwerk ooit worden tussen Oost en West. „Spoorlijnen. Maritieme routes. Polaire routes. Gaspijpleidingen. En nu zijn ze ook nog wereldleider in de gezondheidszorg? Straks is de hele wereld één grote zijderoute. En dan slaat er een pandemie toe, nota bene ontstaan in China, en manifesteert Xi Jinping zich als de redder in nood. Als je telt zoals zij, dan zouden er in Nederland inmiddels meer slachtoffers zijn dan in China. Geloof je het zelf? In een miljoenenstad als Wuhan, en na zeven weken doen alsof er niks aan de hand is? Knap zoals de partij het narratief naar haar hand zet. Met staatsgesponsorde artikelen en Twitterbots maken ze de EU zwart en zaaien ze verwarring. De wereld wordt wijsgemaakt dat Amerikaanse soldaten het virus naar China hebben gebracht, of dat de epidemie misschien wel in Italië is begonnen, en ondertussen komen ze met draaiende camera’s mondkapjes en dokters brengen, en sturen ze fake filmpjes rond van de diepdankbare Italiaanse bevolking die ‘Grazie Cina’ zingt.”

Die hulp viel best een beetje tegen toch?

„Ik zeg niet dat we ondankbaar moeten zijn… Maar als je op papier ziet wat ze leveren…” Hij pakt zijn kijker en tuurt in de wolkloze lucht. „Blauwe reiger.” En dan: „We moeten de hand ook in eigen boezem steken. Ik heb niet het idee dat wij veel tegenover de macht van China kunnen zetten. Wij zijn naïef, met onze liberale traditie van geloven in menselijke waarden als vrijheid, tolerantie, moraliteit. We zijn te vanzelfsprekend gaan vinden waar we de afgelopen eeuw twee oorlogen voor hebben uitgevochten, we leveren onze vrijheden te makkelijk in en worden ondertussen rechts ingehaald door China. Het gevaar zit dus ook in ons zelf.”

Ik had, zegt hij dan, nu in Californië zullen zitten. „Chinese makelaars kopen daar vastgoed op, Chinese jongeren studeren er aan de universiteiten, Chinese vrouwen reizen er hoogzwanger heen om te bevallen van een kind met de Amerikaanse nationaliteit. Daar zijn speciale hotels voor, een hele infrastructuur.”

Bevallen van een Amerikaans kind, is dat geen landverraad?

„Dat was een vraag om te stellen, ja. Misschien hopen die Chinezen wel op een American dream.” Even is het stil. „Ik ben altijd bang geweest een dwarslaesie te krijgen. Nu voelt het alsof de samenleving een collectieve dwarslaesie heeft.”

Waarom is dat reizen toch zo belangrijk voor je?

„Dat vraag ik me dus ook af. Ik dacht altijd dat het niet een vluchtroute was, niet om ergens aan te ontsnappen. Ik dacht dat ik er gewoon van hield. Maar nu ik merk dat niet-reizen me meer raakt dan ik rationeel geëigend vind, denk ik dat er toch iets aan de hand is. Niet dat ik niet weg kan, maakt me somber, meer dat ik stilsta en gedwongen word na te denken.”

En hoe uit je die somberte?

„In chagrijn. Dan ga ik maar sporten.” Hij wijst naar boven. „Daar zit een zolderkamer met een klimding waar ik me aan optrek. En de natuur in gaan, vogelen, hardlopen op het strand. Dat helpt.”

Je eerste reis was op je negentiende?

„Ja. Of nee. Van jongsaf aan wilde ik de verte in, maar het kon niet. Te jong, geen ervaring. Rond mijn zeventiende heb ik mijn vader opgezocht in Afrika. Hij werkte veel in het buitenland.”

Reizen is wat anders dan in het buitenland werken, toch?

„Ik weet niet hoe hij dat zag, of dit ook zijn manier was om weg te kunnen. Mijn vader is heel serieus. Een idealist. Hij wil de wereld beter maken, de mensen gelukkiger. Bij hem moet het altijd ergens over gaan. Nu nog. Gevoel. Idealen. Waarheid. Hij was psycholoog en deed ontwikkelingswerk. Vanaf m’n dertiende, zo toen de puberteit begon, was hij veel weg. Liberia, Sierra Leone, Soedan.”

En jullie gingen nooit met je vader mee?

„Dat was mijn grote droom. Ooit was er sprake van dat we naar Mozambique zouden verhuizen. Nu snap ik dat het niet kon. Met vier kinderen is het pittig.”

Vier kinderen alleen opvoeden is anders ook pittig.

„Voor mijn moeder moet het loodzwaar zijn geweest. Ze was kleuterleidster op de Vrije School, ik zat daar ook op. Ze heeft alles gedaan om haar kinderen gelukkig te maken. Sterke vrouw.”

Miste je je vader?

„In die termen dacht ik er nooit over na. Het was vanzelfsprekend. Hij deed wat hij belangrijk vond. Hij deed waarin hij geloofde, en hij gaf ons daarmee het voorbeeld. Ik weet trouwens niet of het wel met hem te maken heeft….”

Ik maak geen entertainment, ik wil iets betekenisvols maken over het land en de mensen die er wonen

Wat?

„Mijn constitutie. Het ligt voor de hand aan te nemen dat mijn verlangen naar de verte door hem is aangewakkerd. Maar of ik daarin op hem lijk, ik zou het niet weten.”

Is je vader inmiddels gedomesticeerd?

Lachend: „Ja, hij is nu zeventig en thuis, met mijn moeder. Maar in zijn hoofd reist hij nog. In de boeken, in de muziek. Zou voor mij ook goed zijn als ik daar nu genoegen mee kon nemen. Als deze crisis nog twee, drie jaar duurt…”

Dan…

„Ik word dit jaar 35. Ik heb altijd gedacht dat er op die leeftijd een waterscheiding zal komen. Onzin waarschijnlijk, misschien blijkt het magisch denken. Net als mensen die beweren dat het leven valt op te delen in periodes van zeven jaar. Maar als ik dan naar de afgelopen veertien jaar kijk, dan klopt dat wel. Zeven jaar geneeskunde. Zeven jaar reisseries maken. Meer dan ooit heb ik de drang de verhalen uit China te vertellen. Ik maak geen entertainment, ik wil iets betekenisvols maken over het land en de mensen die er wonen. Dát ik dat kon doen, maakte me een geluksvogel.” Hij lacht een schor lachje om zijn eigen beeldspraak. „Alleen zit ik nu even in een kooitje.”