Reportage

Of de handel alweer aantrekt? ‘Kijk om je heen. Zie jij soms klanten?’

Winkelstraat Beijing Beijing gaat geleidelijk steeds verder ‘open’, maar in de Chunxiu-straat gaan mensen nog niet als vanouds naar de kapper of noedels eten. En wie in het hotel wil slapen, moet bewijzen dat hij gezond is.

De Bianmin-markt aan de oostkant van Beijing. China wil de economie graag weer aanzwengelen. In het eerste kwartaal kromp die met 6,8 procent.
De Bianmin-markt aan de oostkant van Beijing. China wil de economie graag weer aanzwengelen. In het eerste kwartaal kromp die met 6,8 procent. Foto’s Garrie van Pinxteren

Jiang Shufeng legt twee glimmende paarse aubergines op haar weegschaal. Ze heeft een groentestal op de Bianmin-markt in het oosten van Beijing. Voor de weegschaal en voor de bordjes met de QR-codes die je kunt scannen om te betalen, heeft ze twee Chinese vlaggetjes gestoken.

De markt is op 1 maart weer open gegaan, en mevrouw Jiang gelooft dat de handel er snel weer op het oude niveau van voor de uitbraak van Covid-19 zal liggen. „Ik krijg steeds meer klanten, we komen er wel bovenop”, zegt ze, terwijl ze een klant in een luipaardjas nog snel een extra bolletje knoflook toeschuift. „Wij hebben de ziekte tenslotte al overwonnen.”

China wil heel graag aan een nieuw hoofdstuk beginnen, een hoofdstuk waarin de economie weer flink begint te groeien. Maar dat gaat voorlopig nog niet zo makkelijk: in het eerste kwartaal is de economie met 6,8 procent gekrompen, maakte het Nationale Bureau voor de Statistiek vrijdag bekend.

Voor China zijn dat ongekende cijfers. Jarenlang liet het land groeicijfers zien van boven de 10 procent. Voor dit jaar ligt zelfs de voor China lage groei van 6 procent die het IMF in januari nog voorspelde, ver buiten bereik. 1,2 procent zou al heel mooi zijn, zegt het IMF.

Hoe moeilijk het is om de economie weer draaiende te krijgen na alle ingrijpende offers die China bracht om Covid-19 in te dammen, blijkt ook op de Bianmin-markt. Mevrouw Jiang is optimistisch, maar verder vrijwel niemand.

Een man die katoenen stoffen verkoopt, heeft geen enkele klant. Daarom maakt hij nog maar een met katoen gevuld dekbed, voor klanten die hopelijk ooit weer komen. Of het alweer een beetje aantrekt met de handel? Hij vindt het een domme vraag. „Kijk om je heen. Zie jij soms klanten?”

Het is inderdaad opvallend rustig. Er zijn niet alleen weinig klanten, ook een deel van de verkopers is nog niet teruggekeerd. Over hun kramen liggen doeken om de handel af te dekken. Of er ligt helemaal geen handel: dan zie je de glimmende tegels waarop normaal de groente en het fruit ligt uitgestald.

„Als ik mijn stal voor vier maanden huur, hoef ik er maar drie te betalen”, zegt een fruithandelaar in een blauw jasje. Dat helpt wel iets, maar niet genoeg. „Het is ook moeilijk om aan vers fruit te komen.” Hij wijst op de kleine hoopjes in zijn stal. De mango’s zijn al aardig gerimpeld. „De groothandel heeft maar de helft van het normale aanbod.”

Jiang Shufeng heeft een groentestal op de Bianmin-markt. „Ik krijg steeds meer klanten, we komen er wel bovenop.” Foto Garrie van Pinxteren

Halflang dof haar

De markt ligt aan de Chunxiu-straat, een winkelstraat met veel restaurants, twee hotels en een kapper. Ook bij die laatste is het stil: twee personeelsleden wassen achterin de zaak grote teilen waarin normaal de handdoeken worden gespoeld. De 60-jarige eigenaar zit bij de deuropening een sigaretje te roken. Zijn halflange, doffe haar met golfjespermanent is niet direct goede reclame.

Zijn zaak bestaat al dertig jaar, maar zo stil als nu was het nog nooit. „We hebben vandaag twintig klanten gehad”, zegt hij. „Veel minder dan normaal.” Zijn kappers werken op stukloon: als er een klant is, gaat 60 procent naar degene die knipt en 40 procent naar de eigenaar. Daardoor zijn de vaste lasten niet al te hoog: zijn kappers leveren automatisch salaris in als er weinig werk is.

Wat ook helpt, is dat hij over het eerste kwartaal een maand geen huur hoeft te betalen. „Ik denk dat we het wel gaan overleven”, zegt de eigenaar.

Veel andere bedrijven zijn het afgelopen kwartaal wel failliet gegaan. De Hongkongse krant South China Morning Post meldde begin deze maand dat bijna een half miljoen Chinese bedrijven de deuren definitief heeft moeten sluiten. Meer dan de helft daarvan bestond nog geen drie jaar.

Dat niet alle bedrijven het overleven, is net om de hoek van de Chunxiu-straat te zien. Op de deur van een restaurant hangt een handgeschreven briefje. „Gesloten voor Chinees Nieuwjaar, we hopen u daarna weer te zien.” Nu, half april, is het voorheen goedlopende noedelrestaurant nog steeds niet open. Er zit een hangslot op de deur, binnen is het pikdonker.

In de Chunxiu-straat zit ook een noedelrestaurant. „Eerst deden we alleen afhaal, maar sinds een paar dagen kunnen mensen ook weer binnen zitten”, zegt meneer Xing, de manager. Erg gezellig is dat niet. De tafeltjes staan ver uit elkaar, er zit maar één stel te eten, aan elk tafeltje staan niet meer dan twee stoelen. Tussen de tafeltjes zijn met geelzwarte tape strepen getrokken op de grond: de verplichte afstand tussen mensen is één meter.

Voordat je naar binnen mag, moet je je temperatuur laten opmeten en je naam en telefoonnummer en het nummer van je identiteitsbewijs opschrijven. Zo kan de overheid iedereen opsporen die in het restaurant is geweest, als later zou blijken dat een klant besmet is met het coronavirus.

„Ik heb maar vier van mijn zes personeelsleden laten terugkomen, want ik heb nog niet genoeg werk”, zegt Xing. „Toch hebben wij nog geluk: iedereen krijgt hier zijn portie eten in zijn eigen kom geserveerd, dus kunnen gasten makkelijk apart zitten.” In meer traditionele Chinese restaurants zit het hele gezelschap aan een grote ronde tafel en deelt een aantal grote schalen eten met elkaar.

Een groene code

Tegenover het rijtje winkels in de straat zit een groot internationaal hotel. Daar kunnen gasten niet zomaar komen logeren, ook niet als ze Chinees zijn. Wie uit een ander deel van het land komt, moet op zijn of haar telefoon een groene code op een app kunnen laten zien. Die geeft aan dat je gezond bent. Met oranje of rood kom je er niet in. Ook moeten gasten van buiten de hoofdstad een verklaring van een buurtcomité kunnen overleggen dat ze veertien dagen in quarantaine zijn geweest. En sinds ruim een week geldt nog een nieuwe regel: bewijs laten zien dat je negatief getest bent op Covid-19.

Dat is lastiger dan voldoen aan de andere regels, vertelt de receptioniste van het hotel. „Je moet eerst in Beijing naar een ziekenhuis, maar de uitslag krijg je pas de volgende dag. Die eerste nacht kan je eigenlijk nergens slapen, want wij mogen je dan nog niet opnemen.”

Ze zucht. Iedereen die niet per se in Beijing moet zijn, blijft weg. En dat stelt het geduld van de receptioniste op de proef. „Het begon juist net weer een beetje beter te lopen, we zaten op een bezetting van 20 procent. Door de nieuwe regel is dat weer teruggelopen naar 8 procent.”

Het hotel telt negentien verdiepingen. Daarvan zijn er nu vier open. „We lijden verlies.” Hadden ze dan niet beter kunnen besluiten gewoon nog even dicht te blijven? Of moesten ze soms open van de overheid? Daar heeft ze geen antwoord op. „Ik ben maar een receptioniste.”

De problemen waarmee het hotel kampt, zijn kenmerkend voor de lastige overgangssituatie waarin China nu verkeert. De economie moet snel weer opstarten, maar de ziekte mag ook niet opnieuw uitbreken. Dus worden de winkels in de Chunxiu-straat streng gecontroleerd. Een man en een vrouw in uniform controleren niet langer alleen of winkels de vereiste brandblusser hebben, ze kijken ook of iedereen zich wel aan de regels houdt om nieuwe infecties te voorkomen. Zo niet, dan wordt een zaak direct gesloten.

Als de maatregelen geleidelijk verder versoepelen en de binnenlandse bestedingen aantrekken, dan gaan veel bedrijven waarschijnlijk ook weer beter lopen. Bedrijven die van export afhankelijk zijn, hebben veel minder zicht op herstel. Het zit er voorlopig niet in dat de internationale vraag weer toeneemt. Terwijl China nu de diepste crisis te boven lijkt, zitten veel andere landen daar nu juist middenin.

Met de Chunxiu-straat gaat het relatief goed. Meneer Xing van het noedelrestaurant is optimistisch. „Ik denk dat het in mei of juni weer meer als vanouds zal zijn.”

Luister ook deze aflevering van NRC Vandaag: Hebben we Chinese kennis over het coronavirus te lang genegeerd?