Minder coronatests uitgevoerd dan labcapaciteit toelaat

Laboratoria Halverwege april zouden ruim vier keer zoveel mensen kunnen worden getest op coronavirus. De inzet van de nieuwe laboratoria blijft echter achter, terwijl de testcapaciteit alweer verder wordt opgevoerd.

Bij zorgmedewerkers in Rotterdam wordt, terwijl ze in hun auto zitten, materiaal afgenomen voor een test op het nieuwe coronavirus.
Bij zorgmedewerkers in Rotterdam wordt, terwijl ze in hun auto zitten, materiaal afgenomen voor een test op het nieuwe coronavirus. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Twee weken geleden kondigde het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan dat het „half april” mogelijk zou zijn om 17.500 tests per dag uit te voeren. Het opschalen van die capaciteit naar dat niveau is grotendeels voltooid, maar het gebruik ervan blijft nog ver achter.

Begin april werden er nog circa 4.000 tests per dag afgenomen. De afgelopen week was dat aantal toegenomen tot 5.000 à 7.000 op werkdagen. Donderdag waren het er 5.900 volgens de laatste, nog onvolledige cijfers.

De testcapaciteit in Nederland wordt nu snel uitgebreid om meer groepen in de bevolking te kunnen testen op het coronavirus. De afgelopen maand werden met name patiënten in het ziekenhuis getest, en hun hulpverleners daar. Het nieuwe beleid is om alle zorgverleners en kwetsbare patiënten te testen als zij klachten hebben, ook buiten de ziekenhuizen. Grootschalig testen is ook een voorwaarde om de bewegingsvrijheid in de maatschappij weer voorzichtig te vergroten.

Alternatieve machines

Woensdag zei minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) tijdens een persconferentie dat het opschalen van de labcapaciteit zodanig is gevorderd dat de laboratoria samen „17.500 tests aan[kunnen]”. Dat is echter te voorbarig: nog niet alle laboratoria zijn klaar, blijkt uit navraag van NRC. Anderzijds krijgen enkele grote laboratoria die wel gereed zijn, nog slechts weinig monsters toegestuurd.

Tot begin april was de diagnostiek voor het coronavirus voorbehouden aan circa veertig laboratoria die, met name voor ziekenhuizen, al langer patiënten testten op infectieziekten. De afgelopen twee weken is hun capaciteit opgevoerd, vooral door alternatieve machines gereed te maken voor coronatests. Zij kunnen samen 10.000 tests per dag doen, meldde VWS eerder.

Daarnaast springen nu vier andere instanties bij. Dat zijn bloedbank Sanquin, twee grote laboratoria voor dierziekten en de vijf labs die het bevolkingsonderzoek voor baarmoederhalskanker uitvoeren.

Veterinaire labs

Die veterinaire labs, de Gezondheidsdienst voor Dieren in Deventer en Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad, meldden beide al op 1 april dat ze klaar waren; het lab in Lelystad voerde toen ook al tests uit.

Zij hebben nu echter nog altijd veel capaciteit over. De grootste van de twee, de Gezondheidsdienst voor Dieren in Deventer, zegt 2.000 tests per dag te kunnen uitvoeren. Een woordvoerder wil niet zeggen hoeveel tests er momenteel worden gedaan, alleen dat het er „meer dan honderd” zijn. „We zien dat het aantal monsters toeneemt. We maken zelf afspraken met instellingen. Dat betekent dat je met al die partijen moet opstarten.”

Een woordvoerder van het lab in Lelystad (500 tests per dag) meldt dat het nu bijna voor de helft geboekt is. „Wij zijn afhankelijk van de stroom monsters vanuit de zorginstellingen.”

Baarmoederhalskanker

De andere toegevoegde labs, van Sanquin (1.200 tot 3.600 tests, afhankelijk van werktijden) en de baarmoederhalskankerlaboratoria (2.500 tests) hebben nog geen coronabesmettingen onderzocht.

Het lab van Sanquin was donderdag klaar, aldus een woordvoerder. De vijf laboratoria die gewoonlijk testen op het hpv-virus, dat baarmoederhalskanker veroorzaakt, zijn nog bezig met de omschakeling op coronavirus. Dat bevestigt het ministerie van VWS. Volgens bronnen rond dat onderzoek zou de afronding zou nog enkele dagen in beslag nemen.

Hoeveel tests dagelijks nodig zijn om zorgmedewerkers en patiënten ruim te kunnen testen, is niet bekend. VWS meldt desgevraagd dat de „onzekerheidsmarges van de inschattingen nog groot [zijn]”, maar dat er „naar verwachting ruim voldoende” capaciteit is om aan de vraag naar testen van deze groepen te kunnen voldoen.

Machines laten draaien

Minister De Jonge erkende woensdag tijdens zijn persconferentie dat zorgmedewerkers met klachten nog niet altijd getest worden, terwijl dat wel kan. „De instructie is nog niet overal geland, en ook de weg om snel getest te kunnen worden werkt niet overal even soepel.”

Hij zei echter dat met name de beschikbaarheid van labmaterialen een „bottleneck” vormt om de extra labcapaciteit in te zetten. „Het gaat met name om de supplies [materialen] om de machines te laten draaien.”

Noch de twee laboratoria voor dierziekten, noch Sanquin, zeggen echter veel last te hebben van tekorten. Zij werken met andere apparatuur dan de veertig klinische laboratoria, die grotendeels afhankelijk zijn van één type machine van fabrikant Roche. Voor andere machines (deels van andere fabrikanten, deels van Roche) zijn materialen vaak beter voorhanden.

Fabrikanten geselecteerd

Het ministerie van VWS kondigde eerder aan om de testcapaciteit verder te vergroten naar 29.000 tests per dag. Dat is nodig om uitbraken van het virus beter te kunnen volgen en in te perken. Donderdag meldde het ministerie in een Kamerbrief daarover dat „het inzetten van andere testplatforms een deel van de oplossing [kan] bieden”.

Volgens een bron rond die campagne heeft VWS fabrikanten geselecteerd die samen drie verschillende ‘teststraten’ met bijbehorende materialen kunnen leveren aan de Nederlandse laboratoria. Het gaat om het Amerikaanse PerkinElmer, het Duitse Siemens, en een samenwerking tussen het Amerikaanse Thermo Fisher en het Nederlandse MolGen. Die machines worden deels gehuurd van andere bedrijven zoals zaadveredelaars, en deels nieuw aangeschaft. De installatie en kwaliteitscontrole (validatie) nemen nog wel enkele weken in beslag.

Daarnaast meldde het ministerie in de genoemde Kamerbrief dat er meer testmaterialen in eigen land worden geproduceerd. Zo is er een groot tekort aan wattenstaven om neus- en keelmonsters te kunnen nemen. Gepoogd wordt nu om die te 3D-printen. Volgende week zou die techniek klaar moeten zijn voor productie.