Milieukunde achter nazi-tralies

Geobiologie Bioloog Lourens Baas Becking schreef het manuscript van zijn Engelstalige standaardwerk in gevangenschap, in 1944. Zijn biograaf vond het terug. „Ook zijn levensloop is fascinerend.”

De titelpagina van het manuscript dat Baas Becking in 1944 schreef, toen hij door de Duitse bezetter gevangen was gezet. Hierboven de kaft van het notitieblok. „Het mooie is dat je het aan zijn handschrift kunt zien als hij boos wordt: dan gaat hij grover, moeilijker leesbaar schrijven, met veel uithalen.”
De titelpagina van het manuscript dat Baas Becking in 1944 schreef, toen hij door de Duitse bezetter gevangen was gezet. Hierboven de kaft van het notitieblok. „Het mooie is dat je het aan zijn handschrift kunt zien als hij boos wordt: dan gaat hij grover, moeilijker leesbaar schrijven, met veel uithalen.”

Achthonderd euro voor een grotendeels met potlood geschreven manuscript: bioloog en biograaf Lex Raat had het er direct voor over, toen hij het boekwerk tegenkwam in de catalogus van een antiquariaat in Zuid-Duitsland. Want het manuscript was geschreven door niemand minder dan de Leidse hoogleraar algemene plantkunde Lourens Baas Becking (1895-1963), grondlegger van de geobiologie – het vakgebied dat de interactie tussen de levende en de levenloze natuur bestudeert.

Minstens zo interessant was het jaartal waarin de tekst was geschreven: 1944. Het jaar waarin Baas Becking zeven weken doorbracht in de Utrechtse Kriegswehrmachtgefängnis, met een dreigend doodsvonnis boven zijn hoofd. Met een potloodje schreef hij zijn wetenschappelijke testament, Geobiology – een aanzienlijk uitgebreide Engelstalige versie van zijn in 1934 verschenen Nederlandse Geobiologie – of inleiding tot de milieukunde.

‘Alles is overal, maar het milieu selecteert.’ Met die woorden had Baas Becking al in 1934 bekendheid verworven, bij de verschijning van de eerste Nederlandse druk van zijn boek. De achterliggende gedachte lijkt simpel: micro-organismen leven overal, en de omgeving bepaalt of ze goed gedijen. Maar begin twintigste eeuw was het een revolutionaire gedachte, die aan de basis lag van de geobiologie.

Raat was al langer gefascineerd door Baas Becking – hij was zelf opgeleid door Anton Quispel, een oud-leerling van Lourens Baas Becking. „Toch was het niet alleen zijn werk dat me interesseerde”, vertelt Raat tijdens een rondwandeling door de hortus botanicus in Leiden. „Ook zijn levensloop is fascinerend. In 1940 bleek hij voor de Nederlandse regering in Londen belangrijk genoeg om uit Nederland naar Engeland te worden gehaald”, vertelt Raat, die eerder promoveerde op het leven van Joan Gideon Loten, de achttiende-eeuwse ‘natuuronderzoeker-gouverneur’ van het toenmalige Ceylon. „Met die biografie ben ik uiteindelijk 34 jaar bezig geweest. Deze hoop ik sneller af te hebben.”

Lourens Baas Becking werd in 1895 geboren in Deventer en schreef zich na de hbs in bij de Technische Hogeschool in Delft voor de opleiding chemische technologie. Raat: „Hij wilde graag iets academisch doen, maar in die tijd mocht je met een hbs-diploma niet naar de universiteit. Drie jaar later kwam er een wetsverandering, en ging hij alsnog biologie studeren in Utrecht. Vanuit zijn Delftse tijd had hij een flinke scheikundige basis, dat zie je ook terug in zijn latere werk.” In 1919 verhuisde hij met zijn vrouw naar de Verenigde Staten om te promoveren aan Stanford University. In 1925 werd hij benoemd tot Stanford-hoogleraar economische botanie. Als directeur van het mariene laboratorium aldaar deed hij veel onderzoek naar organismen in extreme omstandigheden. Eind 1930 werd hij hoogleraar algemene plantkunde en directeur van de hortus botanicus van de Universiteit Leiden.

Heel vindingrijk

Baas Becking was een enorm ondernemende man, en heel vindingrijk. Hij had een nieuwsgierige geest, overal zag hij wetenschap in. Raat: „Maar hij was ook buitengewoon sceptisch over de rol van de mens, die in zijn ogen de wereld slechts ziet als een speeltuig voor eigen plezier en als een vandaal die wereld vernietigt. Tegelijkertijd was hij een romanticus – in zijn vrije tijd schreef hij graag gedichten in de stijl van negentiende-eeuwse dichters, zoals Jacques Perk, en hij had veel literaire citaten paraat. Het woord ‘geobiologie’ was door hemzelf bedacht, net als het woord ‘milieukunde’.”

De onder biologen beroemde frase ‘alles is overal, maar het milieu selecteert’ had Baas Becking overigens niet helemaal zelf bedacht – zijn leermeester, microbioloog Martinus Willem Beijerinck, had al laten zien dat je waar ook ter wereld micro-organismen kon laten verschijnen als je maar zorgde voor de juiste voedingsbodem, en geschikte temperatuur- en zuurstofcondities. „Levende organismen gebruiken elementen uit de anorganische wereld, zoals mineralen, en Baas Becking was uitermate geïnteresseerd in die dynamische relatie. Door geologische, chemische en fysische verbanden te laten zien, wilde hij aantonen dat de relatie tussen organismen en hun omgeving essentieel is voor het voortbestaan van de mens. De oratie die hij in 1931 bij zijn benoeming in Leiden uitsprak heette Gaia.”

Lees over Gaia: In gesprek met James Lovelock, de profeet van moeder aarde

Daarmee was hij een voorloper van James Lovelock, de bedenker van de beroemde Gaia-hypothese, die de aarde als superorganisme beschouwt. „In Geobiology waarschuwt Baas Becking al dat de kringloop van het leven sneller verloopt dan de geologische kringloop, en dat we vanwege die discrepantie ervoor moeten waken de aarde niet te sterk te exploiteren, omdat de grondstoffenvoorraad nu eenmaal eindig is.”

Hozen met een hoed

Op 13 oktober 1940 wandelden langs het Friese Tjeukemeer vier mannen en een vrouw met verrekijkers om de nek: een vogelexcursie, geleid door Baas Becking. Begin van dat jaar was hij tijdelijk teruggekeerd uit Nederlands-Indië, waar hij in 1939 was benoemd als directeur van de botanische tuin in Buitenzorg, ten zuiden van Jakarta. Eigenlijk had hij al op het vliegtuig terug daarheen moeten zitten, maar de bezetting had roet in het eten gegooid.

Raat: „De excursie was een dekmantel om de vijf personen per watervliegtuig veilig naar Engeland te brengen.” Baas Becking werd vanwege zijn kennis en capaciteiten in Londen en Batavia gezien als een belangrijke figuur bij het bestuur van het nog niet door Japan bezette Nederlands-Indië.

Succesvol was de ontsnappingspoging niet: de mist zorgde ervoor dat het watervliegtuig niet kon landen. Raat: „Een plaatselijke koddebeier kreeg argwaan, en die belde de Gestapo in Leeuwarden.” Het gezelschap belandde in de gevangenis in Scheveningen. Baas Becking kwam in april 1941 vrij.

Na zijn vrijlating keerde Baas Becking terug bij de universiteit. „Hij leverde heel principieel geen enkele medewerking aan de Duitsers”, vertelt Raat. „Bordjes met ‘Verboden voor Joden’ haalde hij weg, en in de stookruimte van de kas sloeg hij allemaal belangrijke documenten op.”

Een klein bootje naar Engeland

In 1942 nam Baas Becking samen met de meeste Leidse hoogleraren ontslag. In april 1944 waagde hij nóg een ontsnappingspoging, ditmaal samen met Victor Henri Rutgers, de voorman van de Anti-Revolutionaire Partij, in een klein bootje naar Engeland. „Maar het bootje maakte water, en de uitlaat ging kapot. Baas Becking probeerde nog tevergeefs te hozen met zijn hoed. Zo dreven ze in drie dagen terug naar de Oosterschelde en aldaar werden ze beschoten, tot ze met een witte vlag wapperden.” Eenmaal aan land werden ze gevangen gezet. „Baas Becking kreeg een tuchthuisstraf in het Duitse kamp Siegburg. In de zeven weken voor zijn deportatie zat hij in de gevangenis in Utrecht. Daar kreeg hij de beschikking over papier en schrijfgerei, en zo begon hij aan de Engelstalige versie van Geobiologie.”

Written without the aid of literature’ staat op de titelpagina. „De oorspronkelijke Nederlandse versie van Geobiologie had hij natuurlijk niet tot zijn beschikking.” Opvallend is dat die Engelstalige variant veel geëngageerder is dan de Nederlandse versie. „Baas Becking vindt dat de mens op een verpletterende manier met de wereld omgaat, en te veel gericht is op economisch gewin. Hij beschrijft de mens als een plaag, vanwege de sterk toenemende bevolkingsgroei. Het mooie is dat je het aan zijn handschrift kunt zien als hij boos wordt: dan gaat hij grover, moeilijker leesbaar schrijven, met veel uithalen.” Het manuscript ging eind augustus 1944 niet mee naar Siegburg, maar werd afgeleverd bij de biologe bij wie hij in Leiden een tijd als onderduiker had gewoond.

De kaft van het notitieblok dat Baas Becking in de cel volschreef.

In Siegburg brak vlektyfus uit, waaraan circa 30 procent van de gevangenen overleed. Na de bevrijding moesten alle ex-gevangenen in quarantaine. Baas Becking gebruikte die tijd om de epidemie te beschrijven. Op 25 mei 1945 keerde hij ernstig verzwakt in Nederland terug. Raat: „Hij bleef nog bijna een maand in het Sint Elisabeth-ziekenhuis in Leiden. Heel kort na zijn ontslag uit het hospitaal gaf hij al een lezing voor Nederlandse artsen. Die onvermoeibare houding is typisch Baasbeckiaans.”

Manuscript kwijtgeraakt

In 1953 hoopte Baas Becking Geobiology op de markt te brengen. Daarvoor had hij het manuscript uit 1944 als uitgangspunt gebruikt. Maar zijn uitgever vond het boek (inmiddels 830 pagina’s) te dik en adviseerde het in drieën te splitsen. Raat: „Dat heeft hij geweigerd.” Het manuscript is in 1980 aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen geschonken. „Maar toen ik het daar opvroeg, bleek het weg te zijn. Gelukkig vond ik in Leiden een kopie.”

Tijdens zijn zoektocht ontdekte Raat dat het oorspronkelijke Engelstalige manuscript uit 1944 ook nog bestond. Dat bleek in handen te zijn van een Zuid-Duitse antiquaar, die het aanvankelijk ook niet kon terugvinden in de kennelijke puinhoop van zijn zaak... Toen hij het uiteindelijk boven water had, heb ik het direct gekocht en als ik klaar ben met de biografie zal ik het aan de Universiteit Leiden schenken.” Voorlopig is dat nog niet het geval. „De Australische Academie van Wetenschappen in Canberra, waar Baas Becking de laatste twaalf jaar van zijn leven doorbracht, heeft zijn persoonlijke archief van 2,5 meter ingescand. Dus ik ben nog wel even bezig met The life and works of Lourens G.M. Baas Becking.”

Enkele jaren na de oorlog verhuisde Baas Becking naar Noumea, Nieuw-Caledonië. Raat: „Hij was getraumatiseerd door de oorlogsperiode, maar ook zijn persoonlijk leven was vol drama. Zijn oudste zoon was in 1945 in een kamp in Java overleden en zijn vrouw stierf na een tragisch ongeval in 1949 in Noumea: hun dochter had haar per ongeluk met de auto overreden. Uiteindelijk emigreerde Baas Becking naar Australië. Raat: „Duidelijk is dat hij ook daar indruk maakte. Na zijn overlijden, in januari 1963, werd er in Canberra een geobiologisch lab naar hem vernoemd.”