Michael Jordan en de Chicago Bulls zoals je ze nog nooit zag

Basketballegende Een nieuwe documentaire schetst een fascinerend beeld van Chicago Bulls-ster Michael Jordan. „Hij was een gevangene van zijn eigen leven.”

Michael Jordan viert een zege met Chicago Bulls tegen Portland Trail Blazers op 14 juni 1992.
Michael Jordan viert een zege met Chicago Bulls tegen Portland Trail Blazers op 14 juni 1992. Foto John Swart/AP

Het gaat bijna terloops. Het intimideren, het kleineren, met sarcastische humor.

Als de Chicago Bulls in november 1997 in de spelerstunnel klaarstaan voor de ceremonie van de NBA-titel dat jaar, spreekt Michael Jordan de clubbaas – general manager Jerry Krause – aan. Krause is een kleine, zwaarlijvige man met een „calimerocomplex”, zoals een kenner van de club het omschrijft. Jordan, om wie alles draait bij de Bulls, voert al jaren een strijd met hem.

„Jerry, kom je lay-ups doen?”, vraagt Jordan in de tunnel. Een lay-up is een actie waarbij je tijdens de sprong de bal via het bord in de basket probeert te leggen.

„Ja”, reageert Krause.

„Dan hangen ze de ring lager”, zegt Jordan, terwijl hij zich omdraait, zonder een spier te vertrekken.

Het zijn dit soort scènes die de tiendelige documentaireserie The Last Dance zo intrigerend maakt. Leidend is Jordans carrière, gemaakt voor een groots opgezette docu als deze. Centraal staat zijn laatste jaar bij de Bulls, het turbulente seizoen 1997-1998. Dat jaar kreeg een filmploeg toegang achter de schermen.

Die unieke beelden zijn gelardeerd met gesprekken met betrokkenen uit die tijd. 106 mensen zijn geïnterviewd, waaronder voormalig presidenten Bill Clinton en Barack Obama. Tienduizend uur aan archiefbeelden moest worden teruggebracht tot zo’n acht en half uur tv. Twee jaar is aan het project gewerkt. Met Jordan, inmiddels 57, is drie keer gesproken – één keer moet hij overmand door emoties een gesprek tijdelijk staken.

De eerste twee afleveringen verschijnen zondag bij de Amerikaanse sportzender ESPN. Maandag gevolgd door Netflix, voor kijkers buiten de Verenigde Staten. NRC kon, net als de meeste media, alleen de eerste twee van tien afleveringen vooraf bekijken. Hoewel beoordelen om die reden lastig is, is op basis van het begin duidelijk dat de docu een buitengewoon beeld schetst van een van de meest fascinerende, succesvolste sporters (Jordan) en sportteams (Bulls) ooit.

Alsof The Beatles in de stad zijn

Het is een ploeg van een andere orde, de Chicago Bulls van de jaren negentig. In een tijdsgewricht waarin de NBA, de Noord-Amerikaanse basketballeague, sterk commercialiseerde maken de sterspelers de competitie tot een mondiaal merk. Als de Bulls spelen, is het alsof The Beatles in de stad zijn. „We creëerden een beeld waar mensen bij wilden horen”, zegt Bulls-coach Phil Jackson in de docu.

Domineeszoon en ex-hippie Jackson overwint met zijn charisma de complexe persoonlijkheden en ego’s in zijn ploeg. Hij ontwikkelt een cultuur van ‘wij’ tegen ‘zij’, waarbij hij een hermetische grens optrekt tussen spelers en trainers enerzijds en de buitenwereld anderzijds. Ook de clubleiding is niet welkom in die kleine cirkel, dus ook Krause niet. „Win or die was de code, het aanwakkeren van woede en bloeddorst was de methode”, schrijft Jackson in zijn boek Sacred Hoops.

Jordan vormt het bezeten, vaak maniakale, middelpunt. In zijn jeugd in Wilmington, North Carolina, is hij gehard in de één-tegen-één-gevechten met zijn oudere broer Larry. Als jongste zoon in een gezin van vijf, ziet zijn vader hem eerst niet als volwaardig. Als Michael wil spelen stuurt zijn vader hem naar binnen, naar zijn moeder en zussen. „Traumatisch”, zegt Jordan nu. „Ik had altijd het gevoel dat ik tegen Larry vocht om de aandacht van mijn vader.”

Als jeugdspeler raakt Jordan geobsedeerd door zijn (geringe) lengte. Vanwege zijn nog onontwikkelde lichaam wordt hij aanvankelijk niet geselecteerd voor het hoogste high school-team. Uren hangt hij aan stellages om de groei te bevorderen. En zijn moeder maakt hem wijs dat hij aan lengte wint als hij zout in zijn schoenen stopt. Dat doet hij, waarna hij bidt tot God. Uiteindelijk komt hij in de groei – al is hij met 1,98 meter relatief klein voor een basketballer.

Bipolair

Zijn intensiteit is ongeëvenaard. Sportpsycholoog George Mumford observeert Jordan eens bij een training van de Bulls en vermoedt dat hij manisch depressief of bipolair moet zijn – of allebei. „Hij was razend fanatiek, was overal met zijn hyperenergie. Dat kon hij niet volhouden, dacht ik”, zegt hij in de biografie Michael Jordan: The Life van Roland Lazenby. Maar nadat Mumford hem wekenlang analyseert, realiseert hij dat dit normaal is voor Jordan: hij zit constant in een hoge ‘performance zone’.

Met Jordans vaste secondant Scottie Pippen en de later aangetrokken Dennis Rodman vormen de Bulls een superieur, niet te stoppen ensemble. Met Jordan als magneet, met die grote, machtige handen en explosieve, onnavolgbare acties. Werkelijk ongrijpbaar, onaantastbaar hoog hangend in de lucht.

Scottie Pippen (links) en Michael Jordan in 1998 in wedstrijd zes van de NBA-finaleserie tegen Utah Jazz. Foto Andy Hayt/Getty Images

Hij is de inspirator, de agressor, degene die iedereen onder druk zet en alles naar zijn hand zet. Zijn standaard is de norm voor het team – wie daarin niet meegaat krijgt dat ongenadig te verstaan, of moet vertrekken.

Alleenheerser

In trainingen bepaalt hij, de alleenheerser, de toon en de regels. Soms dreigt hij met lichamelijk geweld. In een enkel geval slaat hij een medespeler, zoals beschreven in het onthullende boek The Jordan Rules. Het zijn de harde, ongepolijste kanten van zijn verbeten competitiviteit. „Het drijft mij tot waanzin als ik niet win”, zegt Jordan in de docu.

„Hij was minachtend op verschillende manieren”, zegt oud-ploeggenoot Steve Kerr in de biografie. „Niemand voelde zich comfortabel. Hij domineerde de training, niet fysiek, maar emotioneel en op intimiderende wijze”, zegt Kerr, die bij een partijspel een blauw oog oploopt door een vechtpartij met Jordan.

Lees ook dit artikel over Michael Jordan als voorbeeld voor de onlangs overleden Kobe Bryant

Hij groeit uit tot het fenomeen die de sport overstijgt – wordt publiek bezit. Jordan trekt zich uit zelfbescherming vaak terug in zijn huis of hotelkamer, heeft altijd beveiligers bij zich, gaat zelden zomaar even wat eten met teamgenoten. Kerr: „Hij was een gevangene van zijn eigen leven.”

Jordan raakt angstig voor de media, voor de beeldvorming. Alles ligt onder een vergrootglas; zijn gokproblemen, de moord op zijn vader in 1993, met kort erop zijn afscheid, omdat hij opgebrand is, gevolgd door de vlucht naar het honkbal. En na 18 maanden de terugkeer bij de Bulls. „Hi, I’m back.”

Teamgenoten als fans

Onder invloed van coach Jackson wordt de individualist Jordan meer een teamspeler. Al blijft hij een bijzondere status houden binnen de ploeg. In zijn boek noemt Jackson dat het Jordan-probleem. Teamgenoten kijken bijna als fans toe. Ploeggenoot Toni Kukoc is zo onder de indruk dat hij in trainingen weigert één-op-één te spelen tegen Jordan. Anderen durven Jordan niet tegen te spreken. Of wachten in wedstrijden tot hij een nieuw meesterwerk aflevert.

Dat doet hij bijna altijd. Onder zijn regie veroveren de Bulls in juni 1997 de vijfde NBA-titel. Jordan is dan 34. De clubleiding denkt dat de ploeg, behalve Jordan, „aan het eind van hun meest productieve jaren zit”, zegt Bulls-eigenaar Jerry Reinsdorf. „We moesten besluiten of we het team bijeen hielden. Dit was mogelijk het moment voor een wederopbouw [van een vernieuwd team rond Jordan] en niet het winnen van de zesde titel.”

Dat gaat tegen het instinct van Jordan in. „Het is ons recht om te verdedigen wat we hebben, tot we het verliezen”, zegt hij na de titel in 1997, vooruitlopend op het mogelijk afbreken van de ploeg. Zo ontstaat een keiharde botsing tussen het team – Jackson, Jordan, Pippen – aan de ene kant en de clubleiding – Krause en Reinsdorf – aan de andere kant.

Het ontmantelen van het team moet beginnen met het transfereren van Pippen. Pippen, de beste Bulls-speler na Jordan, wil juist een nieuw, sterk verbeterd contract omdat hij onderbetaald wordt – met zo’n drie miljoen dollar per jaar staat hij slechts 122ste op de NBA-salarislijst. Maar dat wil de clubleiding niet.

Pippen, zwaar gefrustreerd, gaat muiten en laat zich bewust later opereren aan een enkelblessure en mist de eerste maanden van het nieuwe seizoen. De druk komt zo volledig op Jordan te liggen. Jordan: „Elke dag dat Scottie er niet was, gaf andere teams het vertrouwen dat ze ons konden verslaan.”

Michael Jordan en coach Phil Jackson bij een duel tegen Miami Heat op 2 april 1996 in Miami. Foto Andrew D. Bernstein/NBAE via Getty Images

De strijd draait in de kern om wie de macht heeft bij de Bulls. Krause wil ook Jackson, met wie hij gebrouilleerd is, vervangen als coach. Maar Jordan verbindt zijn toekomst bij de Bulls aan die van Jackson. „Ik zei vanaf het begin: als Phil niet coacht, doe ik niet mee.” Jackson blijft uiteindelijk en dus Jordan ook – hun laatste jaar. Jackson bestempelt dat seizoen, 1997-1998, als ‘The Last Dance’.

Krause, de architect achter de ploeg, is al langer verbitterd omdat hij niet de credits krijgt voor het succes, en in de schaduw staat van Jordan. Vast gebruik is dat jonge, nieuwe spelers die Krause haalt, in trainingen zwaar worden getest door Jordan. Zo controleert hij of de general manager zijn (scouting)werk wel goed heeft gedaan.

Wat Krauses reputatie niet helpt is dat hij soms onhandige uitspraken doet, zoals in 1997: „De organisatie wint de titel, niet het team.” Jordan noemt dat „een belediging” naar de sport. Later stelt Krause dat hij verkeerd is geciteerd en zei dat „niet alleen het team” titels wint.

Vernedering in de spelersbus

De verstoorde verhoudingen leiden tot pijnlijke taferelen waarbij de wrede, boosaardige kant van Jordan naar boven komt. Krause wordt door de jaren heen openlijk bespot en vernederd door Jordan en zijn volgzame teamgenoten.

Dat verscherpt rond de NBA-finaleserie tegen Utah Jazz in 1997 in de spelersbus na wedstrijden, staat beschreven in Michael Jordan: The Life. Onder invloed van bier en sigarenrokend, sarren de spelers vanachter uit de bus Krause, die voorin zit. Het is Jordan die het voortouw neemt en daarin steeds verder gaat.

„Jerry Krause! Jerry Krause”, roept Jordan in de bus. „Hey Jerry Krause, laten we gaan vissen. Het is BYOP, breng je eigen hengel mee. Maak je geen zorgen. Als je niks vangt, kan je het aas zelf eten.” Spelers barsten in lachen uit. Op een ander moment, als de bus langzaam een berg oprijdt, daagt Jordan uit: „Hey, Jerry Krause, deze bus ging gisteren sneller zonder je dikke reet aan boord!”

Iedereen laat Jordan begaan – of doet mee. Krause zegt niets. Ook Jackson – die als enige grip heeft op Jordan – grijpt niet in. De „schoonheid” van de speler Jordan staat in ruw contrast met het „lelijke conflict” met de general manager, schrijft biograaf Lazenby. Krause zegt later: „My job was not to be Michael’s ass kisser.” Krause overleed in 2017.

In 1998 stopt Michael Jordan. Om drie jaar later op zijn 38ste een comeback te maken, bij Washington Wizards. Eens te meer bleek: hij kan niet zonder basketbal – de sport die hem tot een legende maakte.