Hoe kan dubbelvla dubbelvla blijven?

Durf te vragen Het lukt dubbelvla om in een pak gescheiden te blijven. Ook op een hobbelige weg.

Foto Sebiha Oztas

Al 25 jaar houdt het onderwerp me bezig. Vaak bij het eten van toetjes of bij het boodschappen doen. Soms in het holst van de nacht. Dan schiet ik overeind en denk ik: dubbelvla.

Waar andere kinderen nieuwsgierig waren naar het ontstaan van het heelal of de ouderdom van de aarde, vroeg ik mijn ouders: hoe wordt dubbelvla gemaakt? Lange tijd was ik tevreden met de simpele volwassenenuitleg: twee soorten vla (vanille, en aardbei of chocolade) stroomden via twee aparte buizen de verpakking in.

Toch roept die kennis nieuwe vragen op. Blijft de vla tweekleurig tijdens transport over hobbelige wegen? Kun je een pak dubbelvla op z’n kant leggen? En hoe komt het dat dubbelvla na een tijdje (zeker buiten de koelkast) vloeibaarder wordt, waardoor de kleuren sneller mengen?

De aard van vla

Dat heeft allemaal te maken met de aard van vla, legt Thom Huppertz uit. Hij is senior researchspecialist bij FrieslandCampina, en kijkt met een natuurkundige blik naar toetjes.

Om dubbelvla te begrijpen, kom je terecht in de reologie – de vloeistoffenleer. Grofweg zijn er twee soorten vloeistoffen: de newtoniaanse en de niet-newtoniaanse. „Tot die eerste groep behoort bijvoorbeeld water. Zo’n vloeistof stroomt al bij lage krachten en de viscositeit – ‘stroperigheid’ – verandert niet bij snellere stroming.” Maar vla behoort tot de niet-newtoniaanse vloeistoffen, waarbij andere wetmatigheden gelden. „En dat is in het geval van dubbelvla een voordeel. Allereerst heeft het een zwichtspanning. Dat betekent dat het product zich bij een belasting onder die spanning gedraagt als een elastische, vaste stof en pas daarboven als een dikke vloeistof.” Zolang je niet extreem hard gaat schudden met het pak, of er heel veel kracht op uitoefent zal de zwichtspanning niet overschreden worden. Een hobbelige weg moet in principe geen probleem zijn.

Huppertz: „Tegelijkertijd is er sprake van shear thinning: de stroperigheid neemt af met toenemende afschuifsnelheid. Dat klinkt technisch, maar de makkelijkste analogie is om je een bakje vla voor te stellen waarin je roert. Hierin is het roeren de afschuifsnelheid die je op het product zet. Bij een shear thinning-product zul je zien dat de vla er dunner door wordt.” Zodra je stopt met roeren krijgt het product vaak weer een hogere viscositeit. In termen van dubbelvla betekent het dat de stroperigheid in principe hoog genoeg is om menging te voorkomen, maar dat je er geen staafmixer in moet zetten.

Dunner na een tijdje

Wat betreft het op de kant leggen van de dubbelvla is de berichtgeving tegenstrijdig. „Wil je dat ie mooi uit ’t pak schenkt? Zet ’m wel rechtop in de koelkast!”, staat op de website van Melkunie over dubbelvla. Maar in principe zijn de dichtheden van vanillevla en chocoladevla (of aardbeivla) met elkaar vergelijkbaar, zegt Huppertz, en zou het kantelen van de verpakking geen probleem moeten zijn. „Wel is het zo dat de viscositeit van de meeste producten lager wordt bij toenemende temperatuur.” Dat verklaart ook dat vla na verloop van tijd dunner wordt en makkelijker mengt, zeker bij het kantelen.

Wat dat mengen betreft: op vrijwel alle pakken dubbelvla, van verschillende merken, staat de waarschuwing: niet schudden voor gebruik. Tijd om de proef op de som te nemen. Al na een halve minuut schudden verandert het vrolijke bruin-geel in een lichtbruine drab. De smaak is vlak: eerst waren duidelijk chocolade en vanille te onderscheiden, nu rest een weeïge vlasmaak.

Jammer voor de smaak, maar zoals een collega zijn oma onlangs citeerde: „In je maag mengt alles toch.”