Gaan de scholen weer open? Ouders en leraren zijn diep verdeeld

Coronavirus Gaan de scholen na de meivakantie weer open? Een paar dagen voor het besluit valt, weet nog niemand het zeker. Het RIVM ziet weinig risico’s, leraren en ouders zijn diep verdeeld.

De Deense premier Frederiksen op bezoek in een klas woendag, toen Deense scholen beperkt weer opengingen.
De Deense premier Frederiksen op bezoek in een klas woendag, toen Deense scholen beperkt weer opengingen. Foto Philip Davali/EPA

Ruim twee miljoen schoolgaande kinderen en anderhalf miljoen ouders, die naast hun werk thuisonderwijs geven, kijken er reikhalzend naar uit: de persconferentie van dinsdag waarin premier Mark Rutte bekendmaakt of de scholen na de meivakantie weer open gaan. Dit weekend weet niemand nog welke kant het muntje op zal vallen – zelfs hoofdrolspeler Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) niet, zeggen betrokkenen.

Er is afgelopen week wél nagedacht over scenario’s voor de scholen: van gefaseerd open, tot veel later open, of alleen voor bepaalde groepen leerlingen. Maar de definitieve beslissing hangt voornamelijk af van het RIVM, dat maandag nieuw onderzoek aan het Outbreak Management Team (OMT) presenteert. Het OMT adviseert daarna het kabinet, dat na ruggespraak met minister Slob een besluit neemt.

Over dit RIVM-onderzoek, naar de overdraagbaarheid van het coronavirus door kinderen, was de afgelopen weken verwarring. Slob zei aanvankelijk de scholen niet te openen voordat dit onderzoek afgerond zou zijn. Daarmee zette hij zichzelf klem: dit onderzoek is niet op tijd af, zo werd vorige week duidelijk. Er is vertraging omdat er nog niet genoeg gezinnen zijn gevonden die mee willen werken. Eind deze week had ongeveer de helft van de honderd benodigde gezinnen een eerste huisbezoek gehad en ongeveer de helft daarvan een tweede huisbezoek, zegt Susan van den Hof, hoofd van het Centrum voor Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten van het RIVM. „We presenteren maandag de resultaten die we tot nu toe hebben.”

Die resultaten worden, zegt Van den Hof, aangevuld met ander, internationaal onderzoek naar de overdraagbaarheid van het coronavirus. Zoals een Britse studie die op 6 april werd gepubliceerd in The Lancet Child & Adolescent Health. Daaruit blijkt dat het sluiten van scholen marginaal bijdraagt aan het afremmen van de verspreiding van het coronavirus: het voorkomt naar schatting 2 tot 4 procent van de doden.

De stemming in het land

Ook andere onderzoeken lieten al zien dat kinderen minder gevoelig zijn voor het coronavirus dan volwassenen. Als ze geïnfecteerd worden, is de kans dat ze ziek worden opmerkelijk klein – zelfs voor kinderen die gevoeliger zijn voor infecties.

Het OMT lijkt in een brief van 14 april aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vooruit te lopen op een conclusie: „Het openen van kinderdagverblijven en basisscholen laat in de modellering nauwelijks een verschil zien in de bezetting op de IC. Hoewel er meer transmissie verwacht wordt onder basisschoolkinderen en hun ouders, leidt dit waarschijnlijk niet tot veel extra IC-opnames.”

Voor middelbare scholen ligt dat anders, schrijft het OMT: „Door hun regionale karakter dragen ze meer bij aan mogelijke bovenregionale verspreiding van het virus.”

Het is onwaarschijnlijk dat het kabinet alleen de wetenschap als leidraad neemt. Dat ook de stemming in het land bepalend is voor het beleid, bleek al eerder. Toen het kabinet besloot om de scholen te sluiten, was dat vooral vanwege de publieke onrust en niet op basis van wetenschappelijke adviezen.

Lees ook: Twee meter uit elkaar en speelgoed is verboden: de Deense scholen zijn open

Maar rekening houden met wat het land wil, is bij dit besluit een stuk lastiger: ouders en leraren zijn diep verdeeld. De helft van de ouders wil dat scholen zo snel mogelijk weer opengaan, bleek deze week uit het opiniepanel van EenVandaag. Bijna 40 procent ziet dat juist niet zitten uit angst voor besmettingsgevaar. Er zijn ouders die zeggen hun kind thuis te houden, ook als de scholen weer opengaan.

Angst en wrevel

Leraren hameren intussen vooral op hún veiligheid. „Leraren willen heel graag weer gewoon echt onderwijs geven, maar de meesten geven aan dat er nu te veel onzekerheid is”, zegt Eugenie Stolk, voorzitter van de Algemene Onderwijsbond (AOb), die in het paasweekend een peiling uitvoerde onder vijfduizend leden. De meeste leraren willen dat de scholen alleen opengaan als de risico’s zijn onderzocht en als duidelijk is hoe ze anderhalve meter afstand kunnen houden.

Een peiling van het Lerarencollectief (tweeduizend respondenten) bevestigt dit beeld. „Leraren noemen heel praktische problemen”, zegt Stolk. „Dat het bij jonge kinderen heel lastig is om afstand te houden bijvoorbeeld.”

De angst onder leraren wekt wrevel bij anderen: waarom zouden leraren werk weigeren vanwege de risico’s, terwijl zorg-, ziekenhuis- en gevangenispersoneel zich die houding niet kan permitteren? Gjald Jellesma van Boink, de belangenvereniging van ouders in de kinderopvang, wijst er op dat de risico’s in de kinderopvang veel groter zijn. De bezetting is daar nu door noodopvang van kinderen met ouders in cruciale beroepen ongeveer 20 procent. Zie daar maar eens afstand te houden van de ouders, zegt Jellesma. „Ouders kunnen hun baby niet even naar ons overgooien. Contact is onvermijdelijk, maar wij doen gewoon ons werk.”

Proefwerkopstelling

Er zijn ook leraren en directeuren die wél graag willen dat de scholen weer opengaan. Arjan Linthorst, docent scheikunde, stoort zich aan berichten „vanuit de onderbuik”, waar hij bijvoorbeeld een brief van een Drentse basisschoolkoepel onder schaart. Die schreef deze week aan Slob dat de suggestie dat scholen weer open kunnen voor een onrustig en onveilig gevoel zorgt bij docenten.

„Je moet óf vertrouwen op het RIVM”, zegt Linthorst, „óf je moet je zwaar verdiepen in de wetenschappelijke literatuur, maar ik heb niet de illusie dat veel docenten of schoolbestuurders dat hebben gedaan. Ik wil de situatie niet bagatelliseren, maar het onderwijs moet niet paniekerig doen.” De Onderwijsraad adviseerde donderdag een ‘intelligente opening-up’, met afwisseling tussen afstands- en schoolonderwijs, gestoeld op ervaringen van omringende landen. Rutte riep de onderwijssector in zijn persconferentie op hier alvast over na te denken.

Scheikundedocent Linthorst heeft al een voorzet gedaan, net als collega’s op andere scholen. Bijvoorbeeld de deurklinken om het uur laten desinfecteren, of desinfecterende gels in de school op zo’n manier dat er niet mee „geklooid” kan worden. Tafels in proefwerkopstelling, klassen gespreid lesgeven. „Je kunt van alles verzinnen”, zegt hij. „Het voordeel is: we gaan de zomer in. Een gedeelte van de lessen kunnen we buiten doen.”