Opinie

Doe niet alsof onlinemuseum het origineel kan vervangen

Musea De opgewektheid waarmee musea zich nu online presenteren heeft iets krampachtigs, schrijft . Daarachter wordt collectief iets verzwegen.
Natalia Rubina ‘doet’ Edvard Munchs De schreeuw voor de Russische Facebookpagina Izoizolyacia (‘isolatie’), waar mensen tijdens de coronalockdown thuis bekende kunstwerken uitbeelden.
Natalia Rubina ‘doet’ Edvard Munchs De schreeuw voor de Russische Facebookpagina Izoizolyacia (‘isolatie’), waar mensen tijdens de coronalockdown thuis bekende kunstwerken uitbeelden. Foto Natalia Rubina/Facebook/AP

De sluiting van de musea in het hele land, half maart, bracht bijna onmiddellijk een grote digitale activiteit teweeg. Een greep uit de slogans: „Vanaf vandaag is het museum vanuit de huiskamer te bezoeken.” „Omdat we even niet naar het museum kunnen, komt het museum naar jou toe.” „Nieuw. Stap vanuit je huiskamer de Eregalerij in.”

En „Gewoon thuis op de bank of in de zon: Maurits-thuis.” Dat Haagse museum biedt een heel weekmenu voor verstrooiing vanaf de bank, met op maandag een rondleiding, op dinsdag een challenge, op woensdag een schilderij dat wordt uitgelicht aan de hand van peilingen via Instagram en Facebook, op donderdag enzovoorts.

Dit is de manier waarop veel musea de situatie te lijf gaan. De rondleidingen wisselen van kwaliteit, maar er zijn ook mooie filmpjes, van conservatoren die met expertise en liefde over een werk in hun collectie vertellen. Menno Fitski bijvoorbeeld, conservator van de afdeling Aziatica van het Rijksmuseum, neemt ons zo overtuigend mee in het werk van de kunstenaar-bergbeklimmer Yoshida Hiroshi dat je enorme zin krijgt om het in het echt te gaan bekijken.

De digitale industrie biedt kansen voor de kunstwereld die al langer worden uitgediept. Dankzij de macrofotografie en gigapixel-technologie kunnen we met onze neus bovenop de kleinste details staan.

Nooit eerder keken we zo scherp en zagen we zoveel. Maar de digitale vloedgolf die de museumwereld nu over ons uitstort als antwoord op de coronacrisis, maakt voelbaar dat daarachter iets wordt verzwegen. En dat gevoel wordt groter naarmate het aanbod toeneemt.

Opgewekte presentatie

De reden zit hem voor een belangrijk deel in de vastberaden opgewektheid waarmee dat materiaal over de hele linie wordt gepresenteerd, alsof die filmpjes en wandelingen in 3D een bezoek aan het museum eigenlijk best aardig kunnen vervangen.

Dat is niet zo. De multimedia zijn een soms irritante, vaak ook mooie en soms geweldige ondersteuning van het museumaanbod, maar ze kunnen niet de plaats van het echte werk innemen, en de minste suggestie dat ze dat wel kunnen wekt de wrevel van elke kunstliefhebber.

Een Van Gogh is niet hetzelfde als een reproductie van een Van Gogh, hoe mooi of macro ook. En de collectieve zwijgzaamheid daarover heeft iets krampachtigs, als de ijzeren glimlach van een gastheer die weet dat in de keuken alles in de soep is gedraaid, maar nog even de moed moet verzamelen om zijn gasten daarvan op de hoogte te stellen.

Waarom niet wat meer soberheid en eerlijkheid in de presentatie van de feiten?

Lees ook: De adembenemend geschilderde illusies van Jan van Eyck

Vacuümgetrokken

Misschien is het een uiting van shock, als gevolg van het feit dat de cultuuromslag zo radicaal is. Het axioma van de bezoekersaantallen is door het virus in een klap vacuümgetrokken. En nu zitten we met paleizen vol zorgvuldig geklimatiseerde, verzekerde en beveiligde megatentoonstellingen waar niemand meer mag komen kijken.

In NRC schreef Sandra Smallenburg een aangrijpend stuk over de Rafaeltentoonstelling in Rome: tweehonderd topstukken van 55 bruikleengevers, verzekerd voor 4 miljard euro. Op 4 maart werd die tentoonstelling gepresenteerd aan de toegestroomde pers. Drie dagen later gingen de deuren dicht. Wat rest is een YouTubefilmpje waarop de conservator uitlegt wat er aan deze spooktentoonstelling zo adembenemend is.

Een maand eerder was in Gent de tentoonstelling Van Eyck, een optische revolutie geopend, ondersteund door de fantastische website Closer to Van Eyck, die het – ook overigens al veel eerder – mogelijk maakte om de Van Eycks in waanzinnig detail te bekijken.

Twee weken later: Caravaggio–Bernini in het Rijksmuseum. Daarnaast waren er tientallen kleinere tentoonstellingen, vaak prachtig en zorgvuldig gemaakt, die allemaal dicht gingen nog voor ze goed en wel open waren. Ik denk nu al met heimwee terug aan de paar die ik nog heb gezien.

Lees ook: Kwart van musea dreigt door coronacrisis om te vallen

Musea die zwijgen

Voor mijn tijdschrift Kunstschrift vroeg ik enkele makers van deze tentoonstellingen om iets te vertellen over wat dat voor hen betekende. Wat zijn de consequenties van een tentoonstelling die niet getoond kan worden? Wordt er onderhandeld met bruikleengevers en verzekeraars? En hoe bereidwillig zijn die? Wat betekent zoiets voor een museum? Maar niemand wilde er iets over zeggen.

„Het is niet aan mij om me hierover uit te laten”, was een antwoord. Ik werd doorverwezen naar het hoofd persrelaties, en mij werd te verstaan gegeven dat de materie gevoelig lag. „Communicatie is niet evident op dit moment”, schreef een ander.

Maar waarom? Deze krant publiceerde vorige week een interview met de directeur van de Museumvereniging, onder de kop: Kwart van musea dreigt door coronacrisis om te vallen.

Dat zijn ernstige prognoses. En zeker is dat die zich niet meer laten vangen in de opgeruimde marketingreflexen van vóór februari 2020.

Misschien moeten we de musea wat tijd gunnen voor ze uit die façade tevoorschijn treden. Maar intussen kan de toon van de uitingen wat worden aangepast. Wat de beste van die filmpjes teweegbrengen is geen museumbezoek vanuit de luie stoel of nog meer kunstgenot dan u al gewend was, maar heimwee en verlangen naar het echte werk.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.