Schuilen op het platteland ondanks ‘GO HOME!!!!’

Correspondentencolumn Dorpsbewoners in Wales heten stadsbewoner en correspondent Melle Garschagen welkom.

Bewoners van Rostherne, Engeland, vragen vakantiegangers weg te blijven. Foto Molly Darlington/Reuters
Bewoners van Rostherne, Engeland, vragen vakantiegangers weg te blijven. Foto Molly Darlington/Reuters

Een maand geleden, net voordat de Britse scholen sloten, stouwden wij onze auto tjokvol. De hond op schoot bij mijn dochters, kamerplanten op de koffers in de achterbak, ingeklemd tussen beeldschermen en toetsenborden. We hadden het al een paar weken benauwd in Londen, met uitpuilende metrostellen en geworstel bij de supermarkt. Het vooruitzicht van een lockdown in deze miljoenenstad vonden wij claustrofobisch. We verkasten naar onze datsja in Noord-Wales. ‘Run to the Hills’, mailde een collega.

Ik heb getwijfeld maar ben er inmiddels van overtuigd dat ik mij niet hoef te schamen voor onze vlucht. Dit is geen vakantie vieren terwijl de buitenwereld ploetert en rouwt. We buffelen en somberen ook. Het is proppen om in ons huisje te wonen, werken en leren. We draaien dagen van acht uur ’s ochtends tot middernacht om alle noodzakelijke taken te verrichten. En het huisje in de heuvels en landerijen waar we lange wandelingen wilden maken, vuurtjes stoken en goede boeken lezen – alles behalve werken – ligt nu bezaaid met opladers, USB-kabels en laptops. Als datajunks smeekten we onze provider of we nog een paar gig konden krijgen om te videobellen. Het doel van het huisje was altijd om ons van de buitenwereld af te sluiten, nu doen we eindeloos veel moeite de wereld hier digitaal naar toe te halen – eigenlijk heiligschennis.

Lees ook: Wie naar zijn tweede huis ‘vlucht’ is daar niet altijd welkom

Het doel van alle overheidsmaatregelen wereldwijd is om met zo min mogelijk mensen contact te hebben. Dat kunnen wij in Wales beter dan in Londen. Hier komen we wekelijks een handjevol buren en boeren tegen op onze wandeling. En door niet in Londen te zijn, zorgen wij ervoor dat er vier mensen en een hond minder rondlopen in het postzegelparkje op de hoek van de straat. Het platteland heeft in crisistijden altijd al een ventielfunctie gehad om de druk in de stad te regelen.

De uittocht van de stad naar het buitengebied ligt in het Verenigd Koninkrijk gevoelig. Bewoners van het platteland zijn boos dat buitenstaanders opeens hun huisartsen en ziekenhuizen, en daar zijn er niet veel van, overbelasten. Als ik mijn wekelijks tripje naar de supermarkt maak, kom ik langs een bord met boze tekst in een woeste letters: GO HOME!!!! Ik kijk dan weg.

Geen Engelsen

Mijn vrouw heeft voor de zekerheid voor onze reis dorpsgenoten gevraagd: willen jullie dat wij wegblijven? Wij waren welkom. De lokale kaas- en groenteboer kwam opgewekt boodschappen afleveren op zijn ronde toen wij aanvankelijk in preventieve quarantaine zaten. De Heddlu (Welsh voor politie) steekt bemoedigend zijn duim omhoog als hij ons tegenkomt op hardlooprondjes. Niks oekazes om terug te keren naar de grote stad. Geen boze blikken.

Hoe dat komt? De meeste mensen zijn vriendelijker dan die woeste enkeling met een pot verf, een stuk spaanplaat en een grote dosis wrok. Onze dorpsgenoten zijn trots dat wij verliefd werden op hun ruige streek. En zo zei een oudere dorpsgenoot tegen mij: „Jullie zijn geen Engelsen. Dat scheelt alles.”

Dit is niet ons thuis en zal dat nooit worden. Ons arbeidershuisje uit circa 1880 hoort bij het dorp, wij zijn passanten. Dat besef ik als ik langs het verweerde monument loop bij het kapelletje bovenaan de heuvel. Daarop staan de namen van de mannen die sneuvelden tussen 1914 en 1918. Zij heetten Roberts, Edwards, en Jones. Hun afstammelingen wonen in dezelfde boerderijen. Die band met het land, taal, cultuur en erf telt, zeker in bange dagen.

Dat de tekst op het vermanende bord langs de weg in het Engels en niet het Welsh gekalkt staat, laat zien wie de beoogde doelgroep is.

Corona maakt mensen bang. Die angsten worden geventileerd volgens ingesleten grieven en vooroordelen. Dat is bijna een groter gevaar dan het virus zelf.