De stilte die te denken geeft

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: wat is het eigenlijk dat we niet meer horen, nu het stiller is in de stad?

De ‘intelligente lockdown’ leidt tot een verlaten stationsplein in Rotterdam.
De ‘intelligente lockdown’ leidt tot een verlaten stationsplein in Rotterdam. Foto Lex van Lieshout/ANP

Waar je nu al over kunt nadenken: hoe we ons later de ‘intelligente lockdown’ zullen herinneren die halverwege maart 2020 begon – toen we nog dachten dat het met een paar weken binnen zitten wel gepiept zou zijn. Het aanhoudende stralende lenteweer, het plotselinge verlies van bewegingsvrijheid, het gebrek aan macaroni en wc-papier, de vreemde stilte en onvermijdelijk in de loop van elke middag de nieuwe wrange cijfers over besmettingen, ziekenhuisopnames, sterfgevallen en bezette ic-bedden. Moeilijk te interpreteren getallen omdat de meetreeksen niet homogeen waren: het aantal testen werd voortdurend uitgebreid, onbekende aantallen sterfgevallen werden genegeerd en je wist bijna zeker dat de criteria voor opname in het ziekenhuis of in een ic-bed gaandeweg veranderden. Daarbij kwam die vreemde gewoonte om gegevens van verschillende dagen samen te voegen – kennelijk was er nooit iemand beschikbaar om de informatie te ordenen en op te schonen. Je verbaasde je over kwaliteitsmedia die de verschillen van dag tot dag bleven vergelijken. „Minder sterfgevallen dan gisteren.”

Damesrokken

Maar die weldadige stilte! Opeens hoorde je weer het verre carillon en de zang van de heggemus en zelfs het ritselen van de berken hoewel die bij lange na niet zo ritselden als de populieren die de laan uit moesten. Als ze er waren geweest had je zelfs damesrokken kunnen horen ruisen. Vreemd geluk bij zoveel ongeluk.

Ondertussen word je beziggehouden door de vraag wat het eigenlijk was dat je niet meer hoorde. Wat hoorde je vóór de lockdown dat er daarna niet meer was? Auto’s en vliegtuigen natuurlijk maar er moet méér geweest zijn, want ook de nachten zijn stiller geworden (en heus niet alleen doordat de kolencentrale sloot). Lang geleden behandelde deze rubriek het fenomeen ‘stadsbrom’, een gelegenheidsaanduiding voor de vage lage tonen die nog uit de stad opstijgen als de nacht al ver gevorderd is en alle vertier is uitgedoofd. Als de wind was weggevallen hoorde je vanaf een hoge positie een zwak, aanhoudend gezoem dat deed deken aan een bijenzwerm of een verre branding. Wat het opwekte viel niet te achterhalen. De Nederlandse Stichting Geluidshinder had het al wel geïnventariseerd, maar daar kwam je in 1995 niet zomaar achter.

Inmiddels is aan inventarisaties geen gebrek. De ‘stadsbrom’ is opgenomen onder het begrip ‘laagfrequent geluid’ waarmee geluidstrillingen tussen 10 en 200 hertz worden bedoeld. De continue brom, waaraan tallozen zich mateloos ergeren, blijkt te worden veroorzaakt door ventilatoren, airconditioningsinstallaties, warmtepompen, koelmachines, aggregaten en nog heel veel meer. Rioolbemaling hoort er ook bij. Veel hinderlijk laagfrequent geluid dat de boze burger bij de buren vermoedt blijkt binnen zijn eigen huis te ontstaan. Er zijn ingenieursbureaus die zich hebben toegelegd op het lokaliseren van de verborgen bronnen. De technici moeten er ’s nachts voor aan het meten en hebben het extra zwaar als zijzelf de brom helemaal niet horen terwijl de hologige opdrachtgevers er op dat moment al bijna gek van zijn. Het is, laat zich raden, geen goedkoop onderzoek, geregeld wordt het halverwege afgebroken omdat het niet langer betaald kan worden. Je wilt er niet aan denken in welke toestand de gekwelde klagers dan achterblijven. Officiële bevestiging van de aanwezigheid van een laagfrequent trillingsveld biedt soms troost... „Nee, het is geen inbeelding, goedemiddag.”

Een normaal mens

Nog moeilijker is het leven van de gedupeerde die last heeft van infrageluid, van geluid dat bestaat uit trillingen met een frequentie van minder dan 20 hertz. Een normaal mens hoort die niet en zou er dus volgens Bartjens ook geen last van kunnen hebben, maar zo eenvoudig blijkt dit niet te liggen. De aanwijzingen nemen toe dat infrageluid wel degelijk op één of andere manier door het lichaam wordt waargenomen. Maar inbeelding speelt zeker ook een rol want het kan geen toeval zijn dat het vooral het infrageluid van windturbines is dat tot klachten leidt. Het gangbare infrageluid ontstaat heel anders dan de hoorbare laagfrequente trillingen van zonet (waarmee het trouwens overlapt). Vaak wordt het opgewekt door wind die over bruggen en viaducten en langs tunnels blaast. Windwervelingen achter fabrieksschoorstenen en rond hoge gebouwen kunnen het ook opwekken. Aannemelijke bronnen van infrageluid zijn desgewenst met behulp van computersimulatie op te sporen. Ongelukkig genoeg draagt infrageluid heel ver, makkelijk tientallen kilometers. Voor de laagfrequente trillingen geldt dat minder.

Tijdens de lopende lockdown is een deel van de laagfrequente geluidsbronnen weggevallen en dat moeten wel de ventilatoren en airco’s van de gesloten cafés, restaurants, winkels, scholen en kantoren zijn. Het verschil is vooral ’s nachts te merken. De betere hoorbaarheid overdag van de heggemus, winterkoning, groenling en – straks – de gierzwaluw danken we aan het verminderde auto- en vliegverkeer – overigens evenzeer bronnen van laagfrequent geluid.

Je kunt je afvragen of de vogels zelf elkaar de laatste weken ook beter verstaan. Niet zo’n rare vraag want er is nogal wat onderzoek dat lijkt te hebben aangetoond dat stadsvogels in de loop van de tijd hoger zijn gaan zingen en roepen om boven het laagfrequente stadsgeluid uit te komen. Of: dat het juist de vogels waren die het al deden die stadsvogels werden, je moet altijd uitkijken bij evolutionaire beschouwingen. Als de lockdown heel erg lang gaat duren kunnen we daar nog zomaar antwoord op krijgen.