De geschiedenis leert: revoluties blijven uit na een pandemie

Geschiedenis Al millennia wordt de mens getroffen door catastrofale epidemieën. Die hebben soms grote politieke en sociaal-economische gevolgen, maar revoluties blijven uit.

Het Largo del Mercatello in Napels (tegenwoordig Piazza Dante) tijdens de pest van 1656 op een schilderij van Micco Spadaro. De helft van de 300.000 Napolitanen stierf toen.
Het Largo del Mercatello in Napels (tegenwoordig Piazza Dante) tijdens de pest van 1656 op een schilderij van Micco Spadaro. De helft van de 300.000 Napolitanen stierf toen. Foto DeAgostini/Getty Images

Het einde van de EU, de nekslag voor de globalisering, het failliet van de bio-industrie, de ondergang van het flexwerk! De coronacrisis is in Nederland ruim een maand aan de gang en de toekomstvoorspellers hebben het er maar druk mee. Hun profetieën sluiten opvallend vaak aan bij de stokpaardjes die ze toch al bereden, concludeerde Bas Heijne vorige week in deze krant. Misschien is het beter als alle orakels er nog even het zwijgen toe doen, suggereerde hij.

Zo’n fase van introspectie zou gebruikt kunnen worden om eens achterom te kijken, de geschiedenis in. Wat waren de politieke en sociaal-economische gevolgen van de pandemieën die de mensheid in voorbije eeuwen getroffen hebben? Wat zo’n terugblik leert: op een pandemie volgden meestal geen revolutionaire omwentelingen, maar bepaalde processen die al aan de gang waren, kregen wel een zetje in de rug. Deze kennis is natuurlijk niet zomaar van toepassing op de huidige situatie: Covid-19 is niet de pest en 2020 is niet 1351, maar over het verleden valt in ieder geval meer met zekerheid vast te stellen dan over de toekomst.

De eerste epidemie waarover we een min of meer betrouwbare historische bron hebben, is de Pest van Athene (430-426 voor Christus), zegt Leonard Rutgers, hoogleraar oude geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. „Bij de historicus Thucydides lezen we dat de plaag grote maatschappelijke gevolgen had. Athene was op dat moment verwikkeld in een oorlog met aartsrivaal Sparta dat zijn troepen onmiddellijk terugtrok. Een kwart van de Atheners stierf. De artsen, die niet wisten om wat voor ziekte het ging, als eersten. De Atheense leider Perikles was een van vele duizenden die overleden aan de pest.” Athene zou deze Peloponnesische Oorlog uiteindelijk verliezen.

Belastingverlaging

Het Romeinse Rijk kende twee zware epidemieën, waarvan de Pest van Antoninus (165-180 na Christus, genoemd naar de toenmalige keizer) de eerste was. Daar weten we vrij weinig van, zegt Rutgers, maar het lijkt erop dat het rijk zich snel herstelde van de klap. Over de Pest van Justinianus (vanaf 541 na Christus) is meer bekend. De pestbacil kwam toen mee met vlooien op zwarte ratten die met kooplui vanuit India het Middellandse Zeegebied bereikten. In 542 arriveerde de ziekte in de hoofdstad Constantinopel, waar een desastreuze epidemie uitbrak. Rutgers: „De hele maatschappij zakte in elkaar. Er zijn bronnen die vermelden dat de helft van de bevolking stierf, zo’n 300.000 mensen. Eerst de armen, daarna de rijken. De maatschappelijke ontwrichting was enorm: markten gingen dicht, het paleis liep leeg, het leger wankelde.”

De epidemie bleef dan ook niet zonder maatschappelijke gevolgen, zegt Rutgers. „De keizer probeerde de economie te stimuleren door een aantal grote bouwprojecten te starten. Omdat het aantal beschikbare arbeidskrachten afnam, gingen de lonen wel flink omhoog. Er kwam ook minder belastinggeld binnen omdat er minder bedrijvigheid was. Justinianus probeerde dat op te vangen door de belastingen te verhogen, maar dat had een negatief effect. Hij kondigde echter pas een belastingverlaging af nadat zijn raadgevers daar acht jaar om hadden gezeurd.”

Omdat de wereld ook in deze tijd al nauw verbonden was, rukte de pest snel op: in 543 bereikte de ziekte Rome, een jaar later doken de eerste gevallen in Engeland op. „En in Constantinopel was het iedere vijftien jaar raak”, zegt Rutgers. „Het duurde uiteindelijk tot 750 voordat de pest helemaal verdween.”

De sterk gekrompen bevolking zorgde ervoor dat de oogsten minder werden

Leonard Rutgers hoogleraar oude geschiedenis

Op de korte termijn reageerde het Romeinse Rijk op de pandemie met wat je Keynesiaanse maatregelen zou kunnen noemen: overheidsinvesteringen in de infrastructuur en (uiteindelijk) het verlagen van de belastingen. Maar wat waren de gevolgen op de lange termijn? Rutgers: „In deze kwestie bestaan twee scholen: de maximalisten, die stellen dat dit het begin van het einde was van het Romeinse Rijk, en de minimalisten, die dat onzin vinden. Ik zit ergens in het midden.”

Volgens de zwartkijkers onder de historici zette de Pest van Justinianus de bijl aan de Romeinse economie. Rutgers: „De sterk gekrompen bevolking, gecombineerd met een kleine ijstijd, zorgde ervoor dat de oogsten minder werden. Dat leidde tot een neerwaartse spiraal van demografische en economische krimp. Zo werd het Romeinse Rijk een reus op lemen voeten die in de zevende eeuw door de legers van de islam makkelijk opzij kon worden geschoven.”

Traditionele Romeinen

De minimalisten trekken heel andere conclusies. „Die zien aan munten en inscripties zelfs dat er een nieuwe bloeitijd ontstond”, zegt Rutgers. „Zover wil ik niet gaan, maar ik denk wel dat het rijk tien jaar na de eerste uitbraak in Constantinopel weer redelijk was opgekrabbeld. Je ziet dat Justinianus dan oorlog kan voeren in Italië en van elders troepen durft aan te voeren. Ook van grote, structurele sociale veranderingen lijkt geen sprake. De Romeinen bleven traditioneel, ook na zo’n crisis. ”

In de late Middeleeuwen zorgde de pest wél voor aanzienlijke maatschappelijke verschuivingen. Tussen 1346 en 1351 waarde de Zwarte Dood door Europa en rukte ongeveer een derde van de bevolking weg uit het leven. De ziekte kwam dan ook op precies het verkeerde moment, zegt Catrien Santing, hoogleraar middeleeuwse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Europa had al een periode van voedselschaarste achter de rug door een groeiende bevolking en een aantal matige oogsten door een veranderend klimaat. Veel mensen waren dus al zwak toen de pest uitbrak.”

Hogere lonen

De enorme sterfte leidde tot een tekort aan beschikbare arbeidskrachten, zegt Santing. Gevolg: hogere lonen, net als in Constantinopel acht eeuwen eerder. „Er ontstond in de vijftiende eeuw een klasse van loonarbeiders die relatief goed verdienden. Die hielden inkomen over, wat ze konden besteden aan andere zaken dan voedsel. Zij kleedden zich beter, hadden ordentelijke huizen en stimuleerden de handel en nijverheid. Dit was een aanjager van de eerste protokapitalistische handelsvormen.”

Je ziet dat die kettingen overal zwakker worden

Catrien Santing hoogleraar middeleeuwse geschiedenis

Op het platteland bleef de Zwarte Dood ook niet zonder gevolgen, hoewel dat per regio in Europa enorm verschilde. Santing: „De horigheid, waarbij de boer aan het land van zijn heer was gebonden, was al op zijn retour. In een land als Nederland had je al bijna geen horigen meer, elders nog wel. Je ziet dat die kettingen overal zwakker worden. Grootgrondbezitters hadden nieuwe mensen nodig om hun land te kunnen blijven bewerken, dus die probeerden ze van elders te halen. Pogingen om de oorspronkelijke arbeiders voor laag loon vast te houden, mislukten. Zo kwam er arbeidsmobiliteit op gang. Toen ze van de eerste schrik bekomen waren, probeerden ze die wel weer aan banden te leggen, maar de horigheid kwam niet meer terug.”

Sommige boeren floreerden bij deze ontwikkeling en werden ronduit welvarend, zegt Santing. „De meesten bleven echter keuterboeren. Er kwam voor hen wel ander werk bij, omdat de eerste generatie textielbaronnen een deel van het werk weghaalde uit de steden en het voor minder geld liet doen op het platteland.”

Neergeslagen opstanden

Her en der in Europa braken in de decennia na de Zwarte Dood opstanden uit waarmee boeren hun positie ten opzichte van de bezittende klasse verder hoopten te verbeteren, maar die werden allemaal neergeslagen, zegt Santing. „In Engeland had je de Peasants’ Revolt van 1381 en in in Frankrijk de Jacquerie van 1358. De Franse overheid trapte dat vuurtje makkelijk uit, omdat de koning daar al een tijd succesvol bezig was de macht in het land te centraliseren. Die ontwikkeling was begonnen vanwege de Honderdjarige Oorlog, maar de pest gaf dat proces een extra zet. Zo zie je dat de epidemie in verschillende landen verschillende consequenties had: in Frankrijk een versterking van de macht van het centraal gezag. En elders, bijvoorbeeld in de Nederlanden, de opkomst van een handelsmaatschappij gestoeld op stedelijke autonomie.”

De pest had nog een opvallend gevolg voor de lange termijn: de ziekte vergrootte de dorst naar kennis, aldus Santing. „Dat zie je vooral in Italië. Hoewel mensen niet wisten waardoor de ziekte werd veroorzaakt, zie je wel dat stadsbestuurders een vermoeden hadden dat goede openbare hygiëne een onderdeel was van de bestrijding van de pest. Daarover ontstonden medische traktaten die gretig gelezen werden. Mensen wilden leren. Wij koppelen het ontstaan van de Renaissance vaak aan de ontdekking van de boekdrukkunst, maar je zou het ook andersom kunnen stellen: omdat er zo’n honger bestond naar kennis, viel het gedrukte boek in een gespreid bedje.”

Gave Gods

Nadat de Zwarte Dood was uitgewoed, verdween de pest niet uit Europa. Een Nederlander die in 1600 geboren werd en zeventig jaar oud werd, maakte zes keer een uitbraak van de pest mee, zegt historicus Gerrit Valk. Hij schreef samen met emeritus hoogleraar sociale en economische geschiedenis Leo Noordegraaf De Gave Gods. De pest in Holland vanaf de late Middeleeuwen, waarvan eind deze maand een nieuwe editie verschijnt. „De Republiek kon wel wat hebben in de Gouden Eeuw: elke uitbraak ging gepaard met fikse economische klappen, maar het land herstelde daar snel van.”

Er was in deze periode dus geen sprake van omwentelingen zoals in de Middeleeuwen, maar dat wil niet zeggen dat de pest niets veranderde in Nederland. Valk ontwaart twee trends: er trad een ‘calvinisering’ op en de pestbestrijding werd eind zeventiende eeuw gecentraliseerd, ten bate van de Staten Generaal en ten koste van de stedelijke autonomie.

De zeventiende eeuw was het toneel van een felle religieuze strijd in de Republiek tussen rekkelijken en preciezen, zegt Valk. „Die strenge stroming van het calvinisme trok uiteindelijk aan het langste eind, mede door de geseling van de pest. Die werd door veel mensen toch gezien als een straf van God voor het zondige leven dat men leidde.”

Schepen uit pestlanden moesten weken voor de rede van Texel blijven

Gerrit Valk historicus

Opvallend genoeg vond er tegelijkertijd een secularisatie plaats van de pestbestrijding. Biddagen (protestants) en processies (katholiek) voldeden niet meer. Valk: „Bestuurders zagen de ziekte dan wel als een uiting van Gods toorn, ze vonden ook dat ze van hem de middelen hadden gekregen de pest te bestrijden. En omdat het niet goed werkte als elke stad besliste over zijn eigen quarantainemaatregelen, trok de landelijke overheid dit beleid naar zich toe. De Staten-Generaal beslisten dat schepen uit pestlanden wekenlang voor de rede van Texel moesten blijven liggen, hoe vervelend sommige kooplieden dat ook vonden. Die zagen hun handel te gronde gaan, maar het voorkomen dat de pest na 1668 opnieuw zou uitbreken, was voor de Republiek zeker zo belangrijk.”

Ook anno 2020 lijkt de gezondheid van zijn burgers voor de staat het doorslaggevend. En wat de tijd na de coronacrisis ons brengt? Gezien de geringere sterfte van Covid-19 ten opzichte van de pest, zullen grote loonsverhogingen vast achterwege blijven. Een rondgang door 25 eeuwen geschiedenis leert dat voor de rest het antwoord op die vraag nog allerminst vaststaat: gaat de democratie ten onder (Athene), verandert er veel, maar slechts voor even (Rome), neemt de macht van de centrale overheid toe (Middeleeuws Frankrijk, Republiek) of grijpen handige handelaren hun kans om het kapitalisme een impuls te geven (Middeleeuwen)? Voordat we op die vragen over de toekomst antwoord kunnen geven, moet Covid-19 eerst geschiedenis zijn.