Als de trends kloppen, komt China sterker uit de crisis dan de VS

China Het IMF kwam met inktzwarte vooruitzichten voor de wereldeconomie. Ook de prognose voor de Chinese economie is ongekend laag, maar toch is nog sprake van lichte groei.

Mensen met mondkapjes zitten in massagestoelen in een vrijwel leeg winkelcentrum in de Chinese stad Guangzhou.
Mensen met mondkapjes zitten in massagestoelen in een vrijwel leeg winkelcentrum in de Chinese stad Guangzhou. Foto Alex Plavevski/EPA

Als de cijfers kloppen, dan is de Chinese economie in het eerste kwartaal van 2020 met 6,8 procent gekrompen. Voor China is zo’n krimp ongekend. Sinds 1976, het jaar dat Mao Zedong stierf en de economisch desastreuze Culturele Revolutie in China ten einde kwam, is in China nooit meer economische krimp gemeld. Kwartaalcijfers worden pas sinds 1992 bijgehouden, maar ook die lieten altijd uitsluitend groei zien. Voor het gehele jaar voorspelde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in januari nog een groei van 6 procent: die voorspelling is eerder deze week bijgesteld naar 1,2 procent.

China kreeg eerder dan de rest van de wereld te maken met Covid-19. Het land lijkt de epidemie voorlopig onder controle te hebben. Het aantal doden ligt er opvallend laag: in geheel China zouden er volgens vrijdag naar boven bijgestelde officiële cijfers ‘maar’ 4.636 zijn. België bijvoorbeeld meldde al 4.857 doden.

China loopt ook voor in pogingen om de economie weer aan de praat te krijgen. Maar dat herstel verloopt trager dan gehoopt. De industriële productie, de consumentenbestedingen en de investeringen in vastgoed krompen alle drie nog in maart, al lag die krimp wel lager dan in de twee maanden ervoor.

De Lehman-crisis uit 2008 verbleekt volgens het IMF bij wat de wereldeconomie nu doormaakt. Lees meer over de sombere prognose die het IMF deze week publiceerde

Zwakke vraag

Econoom Louis Kuijs, hoofd Asia Economics van economisch onderzoeks- en adviesbureau Oxford Economics, wijt dat trage herstel aan een zwakke vraag, zowel binnen China als internationaal. „Het probleem zit niet aan de aanbodzijde. Die herstelt zich wel, maar met de vraag lukt dat veel moeilijker”, aldus Kuijs per telefoon vanuit Hongkong.

De zwakke buitenlandse vraag was eerder niet voorzien. De hoop was juist dat de gehele wereldeconomie zou aantrekken zodra China zijn industriële productie zou hervatten. Toen ook internationaal een crisis rondom Covid-19 uitbrak, viel de buitenlandse vraag goeddeels weg. De kans dat die zich snel herstelt, lijkt klein. „En als Amerikanen geen kleding of kinderspeelgoed meer kopen, voelen Chinese exporteurs dat direct”, zegt Kuijs.

De mensen zijn niet alleen bang voor het virus, ze zijn ook bang dat de economie zich voorlopig niet herstelt

Louis Kuijs econoom

China is de afgelopen jaren wel veel minder afhankelijk van export geworden. In 2006 maakte de uitvoer nog 36 procent uit van het bruto binnenlands product (bbp), nu is dat 18 procent. Om het economisch herstel dan toch te stimuleren, zal China zich volgens Kuijs nog sterker gaan richten op stimulering van juist de binnenlandse vraag. „Dat is de grootste drijfveer van de Chinese economie, die is veel belangrijker dan de export.”

Maar makkelijk is ook dat niet. „De mensen zijn niet alleen bang voor het virus, ze zijn ook bang dat de economie zich voorlopig niet herstelt”, aldus Kuijs. „Daardoor geven ze hun geld niet gemakkelijk uit.”

Smijten met geld

Sommigen speculeren erop dat de Chinese overheid veel geld in de economie gaat pompen, net als bij de financiële crisis van 2008-2009. China zou zich een te lage economische groei politiek niet kunnen veroorloven, is het idee, omdat de bevolking dat niet zou accepteren. Die zou alleen maar achter de overheid staan als en zolang ze dat economisch voldoende voordeel oplevert.

Toch verwacht Kuijs geen ingrijpend pakket aan stimuleringsmaatregelen. „Er is veel weerstand tegen onder de mensen die er in de Chinese financieel-economische wereld toe doen”, aldus Kuijs. „In 2008-2009 is er ongelooflijk met geld gesmeten. Dat kwam soms terecht bij bedrijven die het helemaal niet hebben besteed. Daardoor voel ik bij mensen als de Chinese vicepresident Liu He nu een grote weerstand om zoiets opnieuw te doen.” Liu He is de man die veel van de onderhandelingen met de VS rond de handelsoorlog heeft geleid.

De huidige economische malaise leidt ook tot een groot verlies van banen. Volgens officiële cijfers stond de werkloosheid eind maart op 5,9 procent. Dat was wel iets minder dan de 6,2 procent van januari en februari, maar de cijfers zijn verre van compleet. Zo worden de ruim 200 miljoen migranten met los-vast werk niet meegerekend. Velen van hen zijn hun baan verloren, of ze zitten nog vast op het platteland. Door reisbeperkingen kunnen ze hun werkgevers in de steden niet bereiken. Een deel van hen keert waarschijnlijk helemaal niet terug.

Banen schaars

Vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt zijn de banen schaarser geworden. In de periode januari-maart namen banen met een salaris tot iets boven de 500 euro met 44 procent af, tegen 12 procent voor banen met salarissen boven de 1.950 euro.

Kuijs verwacht dat de Chinese economie zich in het tweede kwartaal wel verder herstelt, maar over geheel 2020 verwacht hij geen groei. Het IMF voorziet 1,2 procent groei, en voor 2021 zelfs 9,2 procent. Daar steken de cijfers voor de VS en de Eurozone bleek bij af: voor 2019 voorspelt het IMF krimp van 5,9 respectievelijk 7,5 procent, voor 2021 een groei van 4,7 procent in zowel VS als eurozone.

Als die trends kloppen, komt China hoe dan ook sterker uit de crisis dan de VS. Dan komt ook het moment dichterbij dat China ook in absolute cijfers de grootste economie ter wereld is geworden.