Dagverse asperges haal je bij de teler

Janneke kookt Normaal verkopen boeren vooral aan de horeca, nu kan je asperges direct op de boerderij kopen.

Foto Merlijn Doomernik

Vorige week was ik Brabant. Daar moet je tegenwoordig bij zeggen dat je bijna nooit je huis verlaat, en dat is ook zo. Maar nu moest ik toch echt even in Brabant zijn. En als je in deze tijd van het jaar in Brabant bent, zou je wel gek zijn als je niet op zoek ging naar een aspergeboer om hem te verlossen van een kilootje (of wat) van zijn witte goud.

Zo kwam ik terecht bij de firma Verhoeven in Cromvoirt, aspergetelers sedert 1975. Bij het parkeren zag ik al dat ik aan het goede adres was. Tegen de gevel van de schuur zat een asperge- en aardbeienautomatiek. Een automatiek! Zoals bij de FEBO! Hoe cool is dat? Een reusachtige plastic asperge die op alle andere plekken dan deze beslist als obsceen object had kunnen worden beschouwd, wees de weg naar de winkel in de schuur.

Daar trof ik Erik Verhoeven achter een stalen trog met gekoeld water waarin zijn koopwaar rondzwom in diverse diktes en krommingen, geschild en ongeschild. Tussen hem en zijn klanten stond een keurig scherm. Op de vloer had hij met zwarte tape vakken afgezet. Er waren met mij nog drie andere kopers binnen en het voelde alsof we, elkaars moves tussen de koelvitrine met ham, zalm, peterselie en boter en de kast met aspergeservetten en witte wijn nauwlettend in de gaten houdend, levend schaak speelden.

De politie was al vier keer langs geweest, vertelde Verhoeven. Meer dan tien klanten binnen zou een boete van 4.000 euro betekenen. Gelukkig hielden mensen zoveel van zijn asperges dat ze er rustig een uur voor buiten in de rij stonden. Hij had zelfs meer klandizie dan gewoonlijk, wat maar goed was ook, want de helft van zijn jaarlijks ongeveer 60.000 kilo bedragende oogst ging normaal gesproken naar de horeca, en daar raakte hij dit seizoen natuurlijk geen asperge aan kwijt.

Ik vroeg hem of hij wel genoeg stekers had (nauwelijks; veel van zijn Poolse werknemers zijn huiswaarts gekeerd) en wat hij zou doen met een eventueel overschot (bovengronds door laten groeien, waarna hij in december het loof zou afsnijden en de plant volgend jaar gewoon weer opnieuw begint). Daarna foeterde hij nog wat op supermarkten die ‘drie weken oude, hartstikke uitgedroogde asperges verkopen voor de hoofdprijs’.

Lees ook: Terug naar de boer, ook na corona

Met twee kilo dagverse Cromvoirtse asperges, twee ons zalige, vettige achterham van een slager in Helvoirt en twee pakjes boerenboter uit Udenhout reed ik Brabant weer uit op weg naar mijn eigen provincie. Support your locals moet je ruim opvatten. Ik maakte trouwens nog een omweggetje langs mijn ouders, waar ik de helft van de buit in een tasje aan de deurknop hing, want ook ‘let een beetje op elkaar’ moet je ruim opvatten. En daarna bleef ik weer dagenlang braaf thuis.

Ook zin in zulke verse asperges? Telers en horeca riepen samen de website aspergesvandeteler.nl in het leven, via welke je aspergeverkooppunten in de buurt kunt vinden.

Beurre blanc voor bij asperges

Voor 4 personen:

5 el wittewijnazijn;
2 sjalotten, fijngesneden;
250 g koude boter, in dobbelstenen.

Laat de azijn, 5 eetlepels water en de sjalotten in een sauspan aan de kook komen. Draai het vuur laag en laat zachtjes inkoken tot er ongeveer 2,5 eetlepel van over is. Zeef de vloeistof en schenk terug in de pan.

Voeg een blokje boter toe en klop grondig met een garde. Haal de pan van het vuur zodra de boter begint te smelten; de boter mag niet helemaal smelten maar moet romig worden.

Voeg het volgende stuk boter toe, zet de pan weer even op het vuur, roer, en haal hem weer van het vuur af zodra de boter zacht wordt. Herhaal tot alle boter op is en een dikke, gebonden saus is ontstaan.

Proef en maak de beurre blanc op smaak met zout en peper.