Opinie

Verpulverd

Marcel van Roosmalen

Ik fietste door Amsterdam. Op het Spui werd ik klemgereden door een politiebusje. Bellen en fietsen tegelijkertijd, het was natuurlijk verboden. Ik stak meteen de armen omhoog: bekeur me maar, ik heb het verdiend. Aan boord een man met een rossige baard en bijpassende bril met goudkleurig montuur. Op de rechteronderarm drie forse andreaskruizen, zodat je meteen wist: die is trots op zijn stad. Ernaast, ze was inmiddels uit de auto gesprongen, een vrouw, net iets te fanatiek. Ellie Lust, maar dan met lang haar. Ik was alweer een tijdje weg uit de stad dus ik moest even wennen, maar het kan ook zijn dat ik het gewoon niet zo getroffen had met dit duo.

„Zo”, zei ze, „wat dacht u? Het is corona, ik hoef me niet aan de regels te houden?”

De man met de baard, inmiddels hangend uit het raam van de portier zodat hij nog net een streep zonlicht kon meepakken: „Je moet je juist nu wel aan de regels houden.”

Wat moest ik zeggen?

„Ik dacht: er is corona, laat ik juist nu eens lekker gaan fietsen en bellen.”

Ik werd vernietigend aangekeken door de vrouw.

Zou ik een muur zijn dan was ik spontaan verpulverd.

Ze zei: „Ik denk dat ik dit maar even niet gehoord heb.”

Ik keek naar mijn schoenen.

Als hij die zin herhaalt, is het nep, dacht ik, dan zijn het acteurs, ingehuurd door mensen die weten dat ik vandaag nog een stukje moet schrijven.

Hoewel ik niets in de melk te brokkelen had, begon ik toch een soort van pleidooi over verzachtende omstandigheden. Bijvoorbeeld dat ik onmogelijk iemand kon aanrijden omdat ik de enige fietser was.

„En daar dan”, wees de agente naar een oudere man.

„Maar die fietst op de stoep!”, riep ik. „Ga erachteraan!”

De man met de baard vroeg of ik soms vond dat hij zijn werk niet goed deed.

Ik moet verbaasd hebben gekeken.

„Omdat je me gaat commanderen.”

Ik had verloren, en dat kon ik maar beter gaan beseffen, dit was geen tegenstander die de bal rustig bleef rondspelen om de tijd vol te maken.

Ik zei dat hij zijn werk heel goed deed.

„Bijna te goed.”

Pats, een laatste waarschuwing boven op de bekeuring.

Voor handhavers is dit een geweldige tijd, en er zijn er een aantal die dat weten.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.